. Gedrag, leren en ontwikkeling; Therapeutische en/of wetenswaardige verhalen - Welkom bij Therapeutisch Centrum Zonnekeer

pl-0000-esculaap.jpg

Home | Agenda | Contact | Sitemap: | Main view:   www.zonnekeer.nl


 Therapeutisch centrum Zonnekeer
  Nieuws/Therapeutische en/of wetenswaardige verhalen
   Gedrag, leren en ontwikkeling Alle (individuele) therapieŽn en of bijeenkomsten/behandelingen kunnen bij u thuis plaatsvinden.

 
Visie/Het centrum
 
TherapieŽn, trainingen & workshops
 
Tarieven
 
Het Team
 
Foto's
 
Veel gestelde vragen
 
    Begrippenlijst
 
Therapeutische verhalen overzicht
    Gedrag, leren en ontwikkeling deel 1 
    Gedrag, leren en ontwikkeling deel 2 
 
Nieuws
 
Dossier depressie
 
Interessante links
 
Reactieformulier
 
Zoeken
 
Downloaden
 

Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

Het schrijven over traumatische gebeurtenissen kan helpen bij het verwerken van zoín gebeurtenis.
Wij moedigen mensen aan om hun verhaal op te schrijven. Deze omnibus is samengesteld aan de hand van de verhalen die wij hebben gekregen. De herkomst en authenticiteit van de verhalen en schrijvers is door ons niet nagegaan. Wij hebben de schrijvers aangemoedigd, hun verhaal aan een groter publiek te vertellen door middel van het publiceren van deze verhalen op deze site en in diverse tijdschriften.

  Therapeutische en/of wetenswaardige verhalen
    Gedrag, leren en ontwikkeling

pl-0000-zon-01.jpg


pl-5000-ntr-weer-lucht-avondrood-01.jpg

Gedrag, leren en ontwikkeling; Onze visie op Gedrag, leren en ontwikkeling begint met een positief mensbeeld. Bron internet: Google
Dat houdt in, dat wij denken dat we in staat zijn om ons gedrag te veranderen en we niet 'nou eenmaal zo zijn'.

Tijdens onze studie psychologie hebben we kennis gemaakt met twee belangrijke stromingen in de psychologie:

  • 1. Gedrag is genetisch bepaald en kan je niet veranderen (‘nature’)
    (Eigenschappen waar een individu aanleg voor had, bijvoorbeeld door genetisch materiaal);
  • 2. Gedrag is aangeleerd en kan dus veranderd worden (‘nurture’)
    (Eigenschappen die een individu zijn aangeleerd met invloed van de omgeving).
Als je de eerste stroming (‘nature’) aanhangt, kan je jezelf heerlijk verschuilen achter spreuken als “zo ben ik nou eenmaal” en “dat is de aard van het beestje”. Leren en jezelf ontwikkelen op gedrag kan je dan ervaren als dat je een aap trucjes aanleert. Je kan het gedrag misschien wel vertonen, maar het komt altijd gekunsteld over.
De tweede stroming is het andere uiterste. De bekende psycholoog Watson heeft in 1930 iets gezegd in deze trant: “Geef mij een dozijn (willekeurige) kinderen en ik train ze om een specialist te worden op een willekeurig gebied en dan worden ze doctoren, dieven, artiesten, bedelaars of advocaten, ongeacht hun talenten, genetische aanleg of ras.

Grondslag van het gedrag
In de biologie speelt een belangrijk vraagstuk of ons gedrag erfelijk bepaald of door invloed van het milieu aangeleerd is. We spreken dan over het nature-nurture vraagstuk. Nature betekent natuur en staat voor de erfelijk bepaalde eigenschappen. Nurture betekent voeding en staat voor de aangeleerde eigenschappen (door de ouders die het individu voeden). Onderzoek heeft aangetoond dat gedrag zowel erfelijk als door en omgeving (dus ook door leren) bepaald kan zijn.

Goed van nature?
Volgens de Franse filosoof Jean-Jeaques Rousseau zijn alle mensen van nature goed. Slechte karaktereigenschappen worden aangeleerd door de, in zijn ogen, verrotte maatschappij. Hij pleitte er dan ook voor om kinderen op te voeden buiten de maatschappij, om zodoende hun goede inborst zoveel mogelijk naar voren te laten komen.

Nature-Nurture
Bij sommige vormen van gedrag spelen erfelijke factoren de belangrijkste rol en bij andere vormen de leerprocessen. Hiervan geven we een voorbeeld.

Zangvogels
Vogels kunnen zingen op een manier die kenmerkend is voor de soort. Je zou kunnen veronderstellen dat de soortspecifieke zang van vogels uitsluitend door de genen is bepaald. Er is onder zoek naar gedaan of dat zo is.

Stel we hebben twee vinken, met dezelfde ouders en dus nagenoeg dezelfde genen.
De twee vinken plaatsen we in twee kooien.
De eerste vink laten we nu de eerste drie maanden van zijn leven in isolatie opgroeien, dat wil zeggen zonder andere vogels.
Wel krijgt de vink regelmatig via een tape de zang van een vowassen mannelijke vink te horen.
De tweede vink groeit ook geisoleerd op, maar dan zonder ooit het gezang van een andere vink te horen.
En wat blijk? De eerste vink ontwikkelt een heel normale vinkenzang, terwijl de tweede vink wel gaat zingen, maar wel een veel eenvoudiger lied dan de eerste.
Ook als de tweede vink na 10 maanden wel normale vinken hoort zingen, houdt hij zich aan het eenvoudige lied.
Het vermogen tot zingen is kennelijk aangeboren. Maar hoe de zang zich ontwikkelt hangt weer af van een leerproces, waarbij de jonge vink zijn gezang vervolmaakt door het horen van de zang van volwassen vogels. De vinken kunnen alleen in de eerste 10 maanden van hun leven da zang leren. Dit is hun gevoelige periode.

Leren
Leerprocessen
Dieren en mensen leren blijkbaar. mar dat leren gebeurt op een aantal verschillende manieren.
  • Gewenning;
  • Imitatie;
  • Inprenting;
  • Trial and error;
  • Operante conditionering;
  • Klassieke conditionering;
  • Inzicht.
Voorbeeld 1 leerprocessen
  • 1. Meneer Van Kesteren komt er achter dat zijn zoon Martijn schijnbaar uit eigen beweging zijn kametr heeft opgeruimd. Andrť is hier zo blij mee dat hij zijn zoon trakteert op een speciaalbiertje;
  • 2. Mevrouw Van Kesteren komt er achter dat haar dochter Cathelijne de afwas nog niet heeft gedaan. Voor straf moet zij van Ardy de hele week de hond uitlaten;
  • 3. De hond ziet dat Cathelijne van Kesteren de hondenketting pakt. Hij begint meteen enthousiast naar de deur te rennen.
Welke (pogingen tot) leerprocessen zie je in de bovenstaande situaties?
[ _ ] 1: Inzicht, 2: operante conditionering, 3: klassieke conditionering.
[ _ ] 1: Operante conditionering, 2: operante conditionering, 3: klassieke conditionering.
[ _ ] 1: Klassieke conditionering, 2: trial and error, 3: inzicht.

Oplossing: De tweede keuze is goed!
Uitleg: Meneer Van Kesteren probeert zijn zoon, Martijn, door middel van een positieve bekrachtiging (bier) te conditioneren om het gedrag Ďkamer opruimení vaker te vertonen.
Mevrouw Van Kesteren probeert juist door een negatieve bekrachtiging (de hele week de hond uitlaten) haar dochter (Cathelijne) te conditioneren om het gedrag Ďniet afwassení achterwege te laten.
Beiden zijn vormen van operante conditionering.
De hond heeft in het verleden zo vaak de prikkel Ďuitlatení gecombineerd gezien met de prikkel Ďhondenketting pakkení dat Ďhondenketting pakkení alleen al leidt tot het gedrag enthousiast rennen. Een voorbeeld van klassieke conditionering.

Voorbeeld 2 leerprocessen
Kleine dolfijnen
Er is een beroemd gaval bekend van een jonge dolfijn in een dolfinarium. Een bezoeker blies een wolkje rook uit een pijp tegen het raam van het dolfinarium. De dolfijn reageerde hierop door naar zijn moeder te gaan, een slokje melk te nemen en deze melk als wolkje tegen het raam te blazen in de richting van de bezoeker.
Welke twee leerprocessen vertoont deze dolfijn?
[ _ ]  Immitatie en Inzicht.
[ _ ]  Inprenting en Klassieke conditionering.
[ _ ]  Trial and Error en Gerwenning.

Oplossing: De eerste keuze is goed!
De dolfijn doet het gedrag van de rookblazende bezoeker na. Dit is imitatie. Maar dit nadoen is niet zo eenvoudig. De dolfijn heeft immers geen pijp en geen ervaring met het roken ervan. Bovendien bevindt hij zich in een andere omgeving (water) dan de bezoeker (lucht). Wat hij doet is het toepassen van ervaring uit het verleden (gemorste moedermelk veroorzaakt een wolkje) op een nieuwe situatie (het nadoen van het wolkblazen). Dit is inzicht.

Bron o.a.:
Universiteit Twente

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven: Overzicht verhalen


pl-5000-ntr-weer-lucht-avondrood-01.jpg

Gedrags- en leerstoornissen; Overzicht van gedrags- en leerstoornissen ADHD, dyslexie en PDD-NOS.... Bron internet: Google
Tegenwoordig krijgen kinderen al snel een stempel als ze niet helemaal aan het perfecte plaatje voldoen. Is je kind erg druk? Nou, dan zal het wel ADHD hebben. Leest je zoon of dochter langzaam? Grote kans dat het dyslectisch is. Maar wat is nu eigenlijk wat?

ADD: Attention Deficit Disorder
ADD wordt veroorzaakt door een afwijking in de werking van de neurotransmitters. Dit leidt tot een veranderde activiteit in bepaalde gebieden van de hersenen. ADD'ers hebben concentratieproblemen en kunnen niet lang hun aandacht ergens bij houden. Maar niet altijd. Ze kunnen juist ook volledig op gaan in iets. Dit wordt wel hyperfocus genoemd. Ze zijn dan zo bezig met ťťn ding, dat niets anders er meer toe lijkt te doen.

ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder
ADHD is een veelvoorkomende neurologische gedragsstoornis. Kenmerkend zijn een zeer grote beweeglijkheid, vrijwel altijd druk gedrag en het onvermogen om voldoende aandacht te besteden aan uiteenlopende zaken. Niet alleen uit de stoornis zich in druk gedrag, ADHD'ers kennen ook veel onrust in het hoofd.

Asperger
Het syndroom van Asperger is een ontwikkelingsstoornis. De aandoening is vernoemd naar de kinderarts dr. Hans Asperger. Het syndroom kenmerkt zich door beperkingen in de sociale interacties en een beperkt repertoire aan interesses en activiteiten. Anders dan bij de klassieke autistische stoornis is er geen sprake van vertraging in de ontwikkeling van de taalvaardigheid op lage leeftijd. Er is een normale tot hoge intelligentie en een gemiddelde neiging tot het maken van contact.

pl-5000-ntr-weer-lucht-avondrood-01.jpg
Autisme
Autisme is niet ťťn aandoening. Men spreekt wel van autismespectrumstoornissen (ASS): een brede waaier van allerlei verschillende uitingen van de aandoening. Binnen dat spectrum horen subgroepen als klassiek autisme, syndroom van Asperger, PDD-NOS.

Autisme - Atypisch autisme
Atypisch autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Veel van de symptomen komen overeen met die van autistische stoornis, maar beginnen in een later stadium van de ontwikkeling van het kind (na het derde levensjaar) of voldoen niet aan de criteria voor sociale interactie, communicatie en verbeelding die voor autistische stoornis zijn gesteld. Atypisch autisme wordt vaak gezien bij kinderen met ernstige mentale retardatie of bij kinderen met een ernstige specifieke ontwikkelingsstoornis van het taalvermogen.

Autisme - Klassiek autisme
Iemand met autisme kan geen normaal contact met mensen maken en reageert niet op sociale signalen. Autisten zijn erg op zichzelf gericht en afgesloten voor de buitenwereld. Bezigheden en interesses zijn beperkt, motorische handelingen worden vaak herhaald, zoals bijvoorbeeld het fladderen met de handen. Het denken is weinig creatief en het lukt slecht problemen op te lossen.

CD: Conduct Disorder (gedragsstoornis)
Ook CD, de antisociale gedragsstoornis, valt onder de ontwikkelingsstoornissen. Kinderen met CD, pesten, bedreigen en intimideren. Ze hebben een gebrek aan respect voor anderen.
Kinderen met CD hebben geen boodschap aan de gevoelens van andere mensen, omdat ze zich heel moeilijk in een ander kunnen verplaatsen. Ze pesten en intimideren. Ze spijbelen en lopen weg van huis. Ze doen anderen pijn, mishandelen mensen en dieren, maken spullen expres stuk.
Seksueel contact dwingen ze desnoods af. Kinderen en jongeren die met CD kampen, lopen een groot risico later in de (gewelddadige) criminaliteit terecht te komen.

DCD: Developmental Coordination Disorder
DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, in het Nederlands vertaald als stoornis in de ontwikkeling van de coŲrdinatie van bewegingen.
Soepel bewegen, praten, uit je woorden komen, jezelf aan- en uitkleden, tandenpoetsen, billen afvegen, met mes en vork eten, veters strikken, een bal gooien en vangen, met een pen schrijven etc. Het lijkt allemaal zo gewoon dat kinderen deze vaardigheden leren. Voor sommige kinderen is dat echter niet zo gewoon. Dat kunnen kinderen zijn met DCD.
DCD is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van (licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een grote bewegingsonrust, coordinatieproblemen of problemen met fijnmotorische vaardigheden. Deze problemen kunnen apart voorkomen, maar veel vaker treden ze in combinatie op.

Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd
De desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, ook wel syndroom van Heller genoemd, is een psychische aandoening die in het DSM-V is ingedeeld bij de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Kinderen met deze aandoening ontwikkelen zich de eerste twee jaar (of langer) van hun leven normaal, maar voor het tiende levensjaar raken ze eerder opgedane vaardigheden op het gebied van taal, sociaal gedrag, communicatie en motoriek weer kwijt. Verder gaan ze beperkt, repetitief of stereotiep gedrag vertonen. In enkele opzichten vertoont de aandoening overeenkomsten met het syndroom van Rett.

Dyscalculie
Kinderen met dyscalculie hebben ernstige problemen met (leren) rekenen. Ze hebben veel moeite met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van rekenen en wiskunde. Een kind met dyscalculie heeft problemen met de plaats van getallen en maakt veelvuldig omkeringen van getallen. Ook kan een kind geen associaties maken met eerder opgedane kennis.

Dyslexie
Niet kunnen lezen, dat betekent dyslexie letterlijk. De term komt uit het Latijn, want dys = niet goed functioneren, lexis = taal of woorden. Bij dyslexie gaat lezen, spellen en ook zelf schrijven, gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, veel te moeizaam, terwijl iemand wel een gemiddelde intelligentie heeft. Er is alleen sprake van dyslexie als er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen kunnen verklaren. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingsproblemen voorkomen, maar deze komen ook los van elkaar voor.

pl-5000-ntr-weer-lucht-avondrood-01.jpg
MCDD: Multiple Complex Developmental Disorder
MCDD is de afkorting van de Engelse term Multiple Complex Developmental Disorder. In het Nederlands: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen.
Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. MCDD is nog niet officieel opgenomen in het algemeen gebruikte psychiatrisch handboek (de DSM), maar wordt als beschrijving van bepaalde psychiatrische problemen van kinderen al wel regelmatig door kinder- en jeugdpsychiaters gebruikt.
Regulatieproblemen
Hoewel MCDD wordt beschouwd als een variant van het autisme of PDD-NOS, staan bij kinderen met MCDD niet de contactproblemen op de voorgrond maar de problemen bij het reguleren van emoties en gedachten.
Een beetje angst ontaardt bij hen meteen in paniek, een beetje boosheid wordt razernij. Hun veel te sterke fantasie zorgt ervoor dat hun gedachten met hen op de loop kunnen gaan, waardoor fantasie en werkelijkheid niet meer uit elkaar worden gehouden.
Soms vertellen ze over 'stemmetjes' of 'mannetjes' in hun hoofd die hen regeren zonder dat ze zich daartegen kunnen verzetten. Het regulatiemechanisme, de innerlijke thermostaat die emoties en gedachten in evenwicht houdt, werkt bij hen kennelijk minder goed.
Zicht op sociale verhoudingen
Kinderen met MCDD nemen wel initiatieven tot contact met anderen, maar missen vaak het vermogen sociale verhoudingen goed te doorzien. In de geborgenheid en veiligheid van een een-op-een-relatie met een volwassene kunnen ze vaak redelijk functioneren. Het gaat mis zo gauw de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt.
Op het schoolplein, in de winkel, op het verjaardagspartijtje, op het familiefeest ontsporen deze kinderen heel snel en reageren dan met angst of woede.

NLD: Non verbal learning disabilities
NLD is een afkorting van de Engelse term Non-verbal Learning Disabilities. Letterlijk vertaald betekent dat 'non-verbale leerstoornissen', ofwel: leerstoornissen die betrekking hebben op non-verbale informatie. Op zich kan deze term verwarring geven, omdat kinderen met dit beeld verbaal zeer vaardig kunnen overkomen, maar toch problemen kunnen hebben met bepaalde aspecten van taal (met name de betekenis en het begrip van talige boodschappen).
Kinderen met NLD hebben problemen met het verwerken van non-verbale informatie. Ze komen verbaal vaak zeer vaardig over, maar hebben moeite met het verwerken van zintuiglijke prikkels. NLD is soms moeilijk te herkennen, omdat bepaalde kenmerken zich ook bij andere ontwikkelingsstoornissen voordoen. De problemen uiten zich in de motoriek, het ruimtelijk inzicht, het inzicht in oorzaak-gevolg-relaties, de schoolse vaardigheden bij rekenen en schrijven, het werktempo en het 'sociale snapvermogen'.

ODD: Oppositional Defiant Disorder (oppositioneel-opstandige stoornis)
ODD staat voor Oppositional Defiant Disorder en is een opstandige gedragsstoornis. Kinderen met ODD zijn vaak driftig, ongehoorzaam, zoeken vaak ruzie en zijn snel gefrustreerd. ODD is een aangeboren stoornis, maar kan verergeren door omgevingsfactoren. De stoornis gaat niet over, je moet er mee om leren gaan.

PDD-NOS: Pervasive Developmental Disorder-Not Otherwise Specified
PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Pervasieve ontwikkelingsstoornissen is de overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort, de autismespectrumstoornissen (ASS).
Bij PDD-NOS zijn er kenmerken van autisme aanwezig, maar niet genoeg om als klassiek autisme of syndroom van Asperger aangeduid te worden.

Rett (syndroom van Rett)
Het syndroom van Rett, ook wel rettsyndroom of kortweg rett, is een aangeboren aandoening die vrijwel alleen bij meisjes voorkomt en leidt tot ernstige geestelijke en lichamelijke invaliditeit. De stoornis is vrij zeldzaam, met circa tien nieuwe gevallen per jaar in Nederland, een incidentie van 1 meisje per 12 000 tot 1 per 18 000.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven: Overzicht verhalen


pl-6030-engel-00.jpg

ADD; Attention deficit disorder algemeen. Bron: www.google.nl
Attention Deficit Disorder (ADD) is een aangeboren aandoening. Ze wordt veroorzaakt door een afwijking in de werking van de neurotransmitters. Dit leidt tot een veranderde activiteit in bepaalde gebieden van de hersenen. Volgens het algemeen gebruikte handboek voor de indeling van psychische aandoeningen, het DSM-V, is ADD een subtype van ADHD (ADHD Predominantly Inattentive Type (ADHD-PI)), en wel het zogenoemde overwegend onoplettende type, gekenmerkt door een aandachtstekortstoornis en concentratieproblemen. ADD wordt meer dan ADHD in verband gebracht met depressie, angststoornissen en slechte prestaties. Gedragsproblemen staan minder op de voorgrond. Onderzoek toont aan dat ADHD of ADD voorkomt bij 1 tot 4% van alle kinderen en dat zeker een derde deel er ook als volwassene nog last van ondervindt. ADD en ADHD komen voor bij mensen van alle opleidingsniveaus.

Kenmerken
Verondersteld wordt dat de hersenen van ADD'ers anders functioneren dan die van niet-ADD'ers. Mensen met ADD hebben een enorme gedachtestroom waardoor ze vaak dromerig of ongeÔnteresseerd overkomen op andere mensen. Door deze gedachtestroom kunnen ze zich moeilijk concentreren op de voor het specifieke moment relevante zaken. Het ďfilterĒ dat relevante van irrelevante zaken scheidt, werkt minder goed. Mensen met ADD zijn snel afgeleid, rusteloos en vaak impulsief in hun gedrag. Kenmerkend voor ADD is het hebben van meerdere intense stemmingsschommelingen op een dag. Ook slaapproblemen, vergeetachtigheid, ongeorganiseerdheid, een ander tijdsbesef en moeite met het onderhouden van sociale contacten horen er bijna altijd bij. Ook zijn ze vaak overgevoelig voor geluids- en beeldimpulsen. ADD'ers hebben er dikwijls moeite mee een gesprek te volgen in een grotere groep mensen. Men heeft in die situatie moeite zich te concentreren op ťťn gesprek omdat men zich ongewild blijft focussen op alle gesprekken die gaande zijn. Mensen met ADD beschrijven dit probleem soms als "het luisteren naar een gesprek op de radio, terwijl de uitzending gepaard gaat met heel veel ruis". Soms bezitten AD(H)D'ers bijzondere vaardigheden met betrekking tot het snel combineren van informatie en indrukken, probleemoplossend denken, inlevingsvermogen, creativiteit, en ruimtelijk inzicht. Mensen met ADD kunnen in bepaalde situaties hyperfocussen; men is dan extreem geconcentreerd en zich niet bewust van wat er om zich heen gebeurt. Dit hoge concentratieniveau kan leiden tot het ontwikkelen van uitzonderlijke talenten. Omdat veel AD(H)D'ers een hogere prikkeldrempel hebben, zullen ze in bepaalde risicovolle en crisissituaties alerter en beter functioneren, terwijl bij andere mensen de kans op disfunctioneren juist toeneemt.

Oorzaak
ADD bestaat uit een verzameling specifieke persoonlijkheidskenmerken met een grotendeels erfelijke oorzaak. Het is geen karaktertrek of opvoedingsfout. ADD wordt door wetenschappers als een neurobiologische stoornis beschouwd: er zijn steeds sterkere aanwijzingen dat genetisch-biologische factoren een sleutelrol spelen. Met name een tekort aan, en/of onevenwicht in de aanwezigheid van, twee neurotransmitters in de motorische schors en in de prefrontale cortex van de hersenen is kenmerkend. Bij ADHD'ers leidt deze afwijking in de neurotransmitters dopamine en noradrenaline tot aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsief gedrag. Bij ADD'ers zijn hyperactief en impulsief gedrag in mindere mate aanwezig, of geheel afwezig. Het komt vaak voor dat kinderen met ADHD, naarmate ze ouder worden, minder hyperactief en impulsief gedrag vertonen en in hun volwassen leven getypeerd kunnen worden als iemand met ADD. ADHD, inclusief het subtype ADD, komt bij mannen vaker voor dan bij vrouwen.

pl-6030-engel-00.jpg
Diagnose
Alleen een deskundige is in staat om de verschillen in stoornissen van elkaar te kunnen onderscheiden. Voor een goede en effectieve behandeling is het juist van belang dat de diagnose duidelijk is en goed onderbouwd. In principe mogen psychiaters, psychologen en huisartsen een diagnose als ADD vaststellen maar dit blijft soms een lastig probleem. De problematiek van ADD is nog steeds niet goed omschreven en lang niet bij iedereen bekend. Het is daarom ook erg belangrijk om je vooraf goed te laten informeren over de kennis die men heeft op het gebied van ADD. Als dit niet het geval blijkt te zijn kun je vragen om een verwijzing naar een wel gespecialiseerde afdeling of onderdeel.

Er is geen eenduidige test voor ADD. De diagnose ADD wordt gesteld op basis van een gestructureerde vragenlijst en een concentratietest en er worden, indien wenselijk, ook familieleden of andere direct betrokkenen uitgenodigd voor een interview. De uitkomst van de vragenlijst en de gesprekken moeten helderheid geven over ADD. Het onderzoek en de diagnostiek worden over het algemeen uitgevoerd door een psychiater of een psycholoog.
Voor het stellen van de diagnose ADD worden de specifieke DSM-V criteria van ADHD gebruikt, exclusief hyperactiviteit. Volgens het DSM-V handboek zijn kenmerken van ADD

  • Snel afgeleid door dingen en geluiden die niet belangrijk zijn voor de zaak waar men mee bezig is, bijvoorbeeld mensen die elders aan het werk zijn;
  • Moeite met plannen en organiseren van activiteiten, bijvoorbeeld werk of taken;
  • Problemen met het voltooien van taken en tijdig klaar zijn;
  • Niet goed concentreren op details en hierdoor slordigheidsfouten maken;
  • Zeer vaak moeite met het volgen van uitleg en daardoor dingen missen;
  • Vaak zaken vergeten en verliezen, bijvoorbeeld sleutels, geld, of materiaal dat nodig is om een opdracht uit te voeren.;
Een volwassene met ADD zal de onderstaande vragen allemaal met "ja" kunnen beantwoorden.
  • Zijn de gedragingen buitensporig?;
  • Was het probleemgedrag al aanwezig in de kindertijd?;
  • Komen de gedragingen bij de persoon meer voor dan bij andere mensen van dezelfde leeftijd?;
  • Veroorzaakte het gedrag een serieuze handicap in ten minste twee levensfasen?;
  • Vormen de gedragingen een continu probleem, zijn ze dus niet te wijten aan een tijdelijke situatie?;
  • Komen de gedragingen bij het uitvoeren van meerdere sociale rollen voor?;
Wanneer deze vragen positief worden beantwoord, zal er een vervolgonderzoek aangeboden worden waarin wordt onderzocht of de klachten niet toch van tijdelijke aard zijn, of gerelateerd aan een andere psychiatrische stoornis (comorbiditeit). Vervolgens zal de onderzoeker met behulp van de vragenlijst met specifieke criteria informatie verzamelen om een diagnose te kunnen stellen.
Een probleem met deze criteria is dat men ervan uitgaat dat deze klachten aanwezig dienen te zijn in alle leefgebieden zoals wonen, werken of in andere situaties waarbij de omgeving bepaalde eisen stelt. Een ander punt is dat men veronderstelt dat de symptomen al in de eerste zeven levensjaren aanwezig zijn. Ze zijn echter bij mensen met ADD in de kleutertijd lang niet altijd goed onderkend. Vooral bij volwassenen die in de jaren zeventig in een tolerante omgeving zijn opgegroeid, zorgden aandachtstekort- en concentratiestoornissen niet altijd voor grote problemen. Daarom worden ze bij een standaard onderzoek soms moeilijk herkend. Bovendien zijn de ouders die betrokken worden bij zo'n onderzoek vaak al op een respectabele leeftijd en is hun informatie niet altijd eenduidig en nauwkeurig. Aangezien ADD in ongeveer 75% van de gevallen een gevolg is van erfelijke belasting, is de kans groot dat ťťn van de ouders zelf ADD heeft. Dit betekent dat in het gezin van herkomst afwijken van de algemene norm niet altijd als een probleem werd ervaren.

ADD in combinatie met dyspraxie wordt ook wel DAMP-syndroom genoemd.

Behandeling
De Nederlandse Gezondheidsraad schat dat ongeveer 2% van de kinderen tussen de vijf en veertien jaar zulke ernstige symptomen van ADHD of ADD heeft dat specifieke behandeling nodig is. Behalve psycho-educatie om de kennis van alle betrokkenen over ADD te vergroten is een intensieve vorm van indirecte gedragstherapie aangewezen. Dit gebeurt vaak in de vorm van 'parent management training' (PMT) en 'mediatraining' van ouders en leerkrachten. Directe gedragstherapie is voor de lange termijn veel minder effectief gebleken. Bij onvoldoende resultaat kan hieraan een medicamenteuze behandeling worden toegevoegd.

Medicatie
Hoewel methylfenidaat (Ritalin) het meest gangbare middel is, zijn er ook andere middelen die ingezet kunnen worden, zoals atomoxetine (Strattera) en bepaalde antidepressiva. In sommige gevallen kan het aan methylfenidaat verwante dextro-amfetamine worden voorgeschreven. Methylfenidaat kan volgens een voorgestelde richtlijn van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), de Europese medicijnen autoriteit, uit begin 2009 beter niet langer dan een jaar onafgebroken worden gebruikt omdat er nog te weinig onderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten. Het EMA stelt ook dat meer controle nodig is gedurende het gebruik in verband met de kans op bloeddrukproblemen en het verergeren van sommige psychische aandoeningen. Ook dient de groei van lengte en gewicht in de gaten gehouden te worden.
Therapeutische effecten en bijwerkingen van medicijnen kunnen per individu verschillen. Dit betekent dat een medicatieadvies altijd maatwerk is. Alleen artsen met een specifieke deskundigheid in ADD mogen een medicamenteuze behandeling starten.
Deskundigen menen dat drugsgebruik door mensen met ADD en ADHD in sommige gevallen een vorm van zelfmedicatie is, waaraan bij een adequate medicamenteuze behandeling niet langer behoefte bestaat.

Alternatieve vormen van behandeling
Sommige artsen gebruiken neurofeedback (hersengolftraining) omdat het veronderstelt de oorzaak aan te pakken. Met neurofeedback zouden nieuwe neuronen aangelegd worden met gegevensbanen die een impact hebben op de neurotransmitter- en hormonenhuishouding. Een wetenschappelijke studie van Lubar toonde aan dat bij 51 behandelde ADHD-gevallen er na 10 jaar blijvende positieve resultaten waren.
Voeding zou volgens sommige behandelaars een grote invloed hebben op de symptomen. Onder andere een glutenvrij, zuivelvrij en suikervrij dieet wordt gebruikt. Gluten-, zuivel- en suikergevoelige mensen maken natuurlijke endorfines (opioÔde peptiden) aan die vergelijkbaar zijn met morfine.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Training & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-00.jpg

ADHD; Gedragsstoornissen bij kinderen. Als je kind altijd opstandig en agressief is. Bron: www.google.nl
Pesten, vechten, liegen, stelen, spijbelen… Het is vervelend gedrag waaraan veel kinderen zich wel eens schuldig maken. Maar sommigen lijken altijd wel opstandig en agressief zijn. Ze maken continu ruzie en houden zich nooit aan de regels. Bij hen is er mogelijk sprake van een gedragsstoornis.

Hij kan zo driftig en wraakzuchtig zijn, je zoon. Steeds weer is hij uit op ruzie, steeds opnieuw probeert hij het bloed onder je nagels vandaan te halen. Opzettelijk, en meestal zonder aanwijsbare reden.

Problemen
Zo gedraagt hij zich trouwens niet alleen thuis. Ook op school en op de sportclub veroorzaakt hij om de haverklap problemen. Hij drijft zijn onderwijzer en trainer tot wanhoop, maar kan ook niet met de andere kinderen overweg. Je zit dus met je handen in het haar.

Natuurlijk gaan veel kinderen door een opstandige periode heen. Meestal is het wel duidelijk waardoor dat komt. Denk bijvoorbeeld aan de puberteit of problemen thuis, zoals een echtscheiding.

Maar om dit soort situaties gaat het bij een gedragsstoornis niet. Een gedragsstoornis is namelijk niet van tijdelijke aard. Het gaat om problemen die al heel lang spelen en maar niet lijken op te houden. Als je hier bij je kind tegenaan loopt, kun je het best deskundige hulp zoeken.

pl-6030-engel-00.jpg
Twee soorten stoornissen
Er bestaan twee soorten gedragsstoornissen. Je hebt opstandige gedragsstoornissen, die kortweg ODD heten: Oppositional Defiant Disorder. Daarnaast zijn er de antisociale gedragsstoornissen, ook wel CD (Conduct Disorder) genoemd. ODD komt bij iets meer dan drie procent van de kinderen voor en CD bij ongeveer twee procent.

ODD
Maar waar staan die ingewikkelde termen nou precies voor? Laten we bij ODD beginnen. Kinderen en jongeren die hiermee kampen, zijn erg ongehoorzaam en lastig in de opvoeding.

Het zijn prikkelbare driftkikkers, ze voelen zich altijd aangevallen, ergeren zich aan iedereen en geven anderen de schuld van hun eigen fouten. Ze verzetten zich overal tegen, maar gedragen zich niet gewelddadig.

CD
Kinderen met CD hebben geen boodschap aan de gevoelens van andere mensen, omdat ze zich heel moeilijk in een ander kunnen verplaatsen. Ze pesten en intimideren. Ze spijbelen en lopen weg van huis. Ze doen anderen pijn, mishandelen mensen en dieren, maken spullen expres stuk.

Seksueel contact dwingen ze desnoods af. Kinderen en jongeren die met CD kampen, lopen een groot risico later in de (gewelddadige) criminaliteit terecht te komen.

ODD en CD gaan vaak gepaard met andere problemen, zoals ADHD (aandachtstekort met hyperactiviteit), stemmingsstoornissen, leerproblemen en verslaving. Bij jongens komen gedragsstoornissen vaker voor dan bij meisjes.

pl-6030-engel-00.jpg
Oorzaak
Er is vroeger veel discussie geweest over de oorzaak van gedragsstoornissen. De ene groep deskundigen was van mening dat het allemaal aan de ouders lag, de andere groep hield het op een aangeboren stoornis.

Tegenwoordig wordt er niet meer zo zwart-wit gedacht. Men gaat ervan uit dat de waarheid ergens in het midden ligt. Een deel is dus genetisch bepaald, maar de omgeving speelt ook een belangrijke rol. Zo kunnen een gebrek aan emotionele warmte en steun het risico op een gedragsstoornis vergroten.

Schaamte
Het spreekt voor zich dat het ontzettend zwaar is om een kind met gedragsproblemen op te voeden. Het wordt extra zwaar als je je door je eigen kind bedreigd voelt. Of als hij zijn broertje, zusje of huisdier mishandelt. Dat zijn geen dingen waar je gemakkelijk over praat. De meeste ouders schamen zich ervoor.

Toch is het belangrijk om zo vroeg mogelijk aan de bel te trekken bij de hulpverlening. Gedragsstoornissen gaan namelijk niet vanzelf over. Je kunt dus het best een afspraak maken met je huisarts of een Bureau Jeugdzorg. Die kunnen je doorverwijzen naar een kinderpsychiater.

Behandeling
De kinderpsychiater is de aangewezen persoon om een definitieve diagnose te stellen. Hij zal zich daarvoor onder meer baseren op gesprekken met jou als ouder. Daarbij wil hij allerlei dingen horen over de voorgeschiedenis van je kind. Natuurlijk praat hij ook met je zoon of dochter zelf en observeert zijn of haar gedrag.

Vervolgens bepaalt de psychiater welke behandeling er nodig is. Als jouw gezin het aan kan, wordt je kind behandeld terwijl hij gewoon thuis blijft wonen. Waarschijnlijk zal hij gedragstherapie krijgen om anders met situaties te leren omgaan.

Maar ook jij en je gezin krijgen mogelijk begeleiding om de problemen de baas te kunnen. Als de situatie thuis echt onhoudbaar is, wordt er een uithuisplaatsing overwogen.

Het vervelende nieuws is helaas dat gedragsstoornissen over het algemeen niet te genezen zijn. Gelukkig kan probleemgedrag door een goede behandeling wel verminderd worden.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Training & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-waterval-andre-12.jpg

ADD; 6 tips voor ouders van een kind met ADHD. Hoe ga je om met een kind met ADHD? WebMD
Ouders van een kind met ADHD hebben vaak nog meer hun handen vol aan de opvoeding dan andere ouders. Heeft je kind ADHD? Dan is de kans groot dat je kind slecht luistert, snel afgeleid is en druk en impulsief is. Hierdoor kan het thuis onrustig zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook zorgen voor slechte schoolprestaties. Maar dat hoeft niet.

We hebben een aantal tips op een rij gezet.

1. Structuur
Voor alle kinderen is structuur belangrijk, maar helemaal voor kinderen met ADHD. Maak dan ook met het hele gezin duidelijke afspraken en schrijf deze op. Ook kan het handig zijn een overzicht op te hangen met taken. Maak ook een lijst met huisregels en zorg ook dat iedereen zich houdt aan gemaakte afspraken.

2. Consequent
Het klinkt heel veel voorspelbaar, maar wees consequent. En dan ook echt. Heeft je kind zes keer gevraagd of het televisie mag kijken? Zeg ook de zevende keer nee. Ga je overstag en geef je toe? Grote kans dat hij de volgende keer weer lekker doorzeurt totdat iets wel mag.

3. Niet overbeschermen
Bescherm je kind niet te veel, maar leer het onafhankelijk te zijn en zelfstandig problemen op te lossen. Voor kinderen met ADHD is het moeilijk om keuzes te maken en zelf dingen te ondernemen. Juist daarom moet dit ze geleerd worden.

4. Haalbare eisen
pl-5000-ntr-waterval-andre-12.jpg Stel niet te veel eisen en wees duidelijk. Vraag bijvoorbeeld niet zijn kamer op te ruimen, maar geef ťťn taak per keer. Dus apart zeggen: maak je bed op. Als hij daar mee klaar is pas vragen om het speelgoed in de kist te doen. Voor kinderen met ADHD is het al moeilijk genoeg ťťn ding te onthouden. Vaak zijn ze in hun hoofd al weer met wat anders bezig dan met dat wat ze op dat moment aan het doen zijn.

5. Positieve benadrukken
Veel ADHD'ers kampen met een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen en soms zelfs depressie. Vaak omdat ze de hele dag gecorrigeerd worden en ze vertelt wordt dat ze dingen niet mogen en dat ze rustig moeten doen. Probeer niet de hele dag te corrigeren, maar juist te stimuleren. ADHD'ers zijn vaak heel slim en creatief. Door hun sterke kanten te benadrukken, zal ook hun zelfvertrouwen groter worden.

6. ADHD nooit als excuus gebruiken
Tot slot. Gebruik ADHD nooit als excuus. Sommige dingen zijn natuurlijk moeilijker als je ADHD hebt, maar laat je kind ADHD nooit als excuus gebruiken. Hij moet leren dat hij zelf verantwoordelijkheden heeft. Zo zal bijvoorbeeld het maken van huiswerk moeilijker zijn, maar niet onmogelijk.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-bos-andre-01.jpg

ADHD; Meer zonlicht leidt tot minder ADHD. Bron internet: Google
In landen waar de zon vaker schijnt komt minder ADHD voor. Dat blijkt uit een onderzoek dat vrijdag is gepresenteerd tijdens het World Congress of ADHD.

In het onderzoek komt naar voren dat in zonnige landen zoals Spanje, ItaliŽ en Mexico minder ADHD voorkomt onder de bevolking.
De onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Onderzoeksinstituut Brainclinics, de Universiteit Leiden, en de Ohio State Universiteit (VS) ontdekten dat dit te maken heeft met het effect van zonlicht op de biologische klok.
In zonnige landen worden mensen gedurende de dag meer blootgesteld aan zonlicht dan mensen die daar niet wonen. Dit zorgt ervoor dat de biologische klok van de mensen met minder zonlicht vaker verstoord zijn, wat leidt tot slaapproblemen.

Slaapproblemen
Het is al langer bekend dat er een verband is tussen slaapproblemen en aandachtsproblemen. Zo hebben mensen met ADHD vaak moeite met het in slaap komen. Nu blijkt dat deze slaapproblemen bij veel mensen de oorzaak zijn van hun aandachtsprobleem.
De onderzoekers vermoeden dat het intensief gebruik van smartphones en tablets in de avond ook leidt tot de slaapproblemen.
Vooral de populairteit van social media zorgt ervoor dat meer mensen 's avonds voor het slapen nog even op de apparaten kijken. Het blauwe licht van de schermen zorgt vervolgens voor een verstoring in de biologische klok.

Oplossingen
Door dit onderzoek kan er in de toekomst worden gekeken naar het behandelen van de slaapprobleem van mensen met ADHD om zo hun stoornis te behandelen.
Volgens de onderzoekers kunnen er ook preventieve maatregelen worden genomen. Zo zouden fabrikanten onderzoek kunnen doen naar de mogelijkheid van het installeren van bepaalde standen op smartphones en tablets die de kleur van het licht van de schermen gedurende dag kunnen aanpassen.
Maar er zijn ook simpelere oplossingen die genomen kunnen worden. Meer licht in de klaslokalen en het vaker pakken van de fiets in plaats van de auto kunnen ook al helpen bij het verminderen van de verstoringen in de biologische klok.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-7000-dier-koe-03.jpg

ADHD; Meer verbanden tussen ADHD en autisme ontdekt. Bron internet: Google
Kinderen met ADHD hebben twintig keer zo vaak een aantal autistische trekken als kinderen zonder ADHD.

Dat blijkt uit een onderzoek van Harvard Medical School.
Aan de studie namen 242 kinderen van 6 tot 18 jaar met ADHD deel en een controlegroep van 227 leeftijdsgenoten zonder ADHD. Bij deze deelnemers was geen autisme vastgesteld.
De kinderen en hun ouders vulden een aantal vragenlijsten in over hun gedrag. Dit werd vergeleken met de eigenschappen die volgens de algemeen geaccepteerde definitie bij autisme passen.

Autisme
Zo ontdekten de onderzoekers dat 18 procent van de kinderen met ADHD gedrag vertoonde dat gebruikelijk is bij autisten.
Bijvoorbeeld een trage taalontwikkeling, moeite met de omgang met anderen en problemen met plannen en organiseren. In de controlegroep had maar 0,87 procent autistische kenmerken.

Genetisch
Volgens de onderzoekers wijst dit onderzoek in combinatie met eerdere studies erop dat ADHD en autisme een bepaald genetisch verband hebben.
"De genetische markers voor ADHD worden ook in verband gebracht met autisme. De autistische kenmerken kunnen ook voorkomen bij andere problemen. Ik ben ervan overtuigd dat ze ook kunnen voorkomen bij kinderen met gedragsproblemen en angststoornissen", zegt Joseph Biederman, hoogleraar in de psychiatrie aan Harvard Medical School.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-pdstl-18.jpg

ADHD; Verslaafden hebben vaker ADHD. Bron internet: Google
ADHD komt vier keer meer voor onder volwassenen die verslaafd zijn aan alcohol en drugs. Dat blijkt uit het proefschrift van een Trimbos-onderzoeker.

Ruim 3500 patiŽnten in de verslavingszorg uit de Verenigde Staten, AustraliŽ en acht Europese landen, waaronder Nederland werden bevraagd.
Uit het onderzoek blijkt dat 5 tot 22 procent van de alcoholverslaafden en 12 tot 57 procent van de drugsverslaafden ADHD hebben. Van de gezonde, volwassen bevolking heeft ongeveer 2,5 procent deze stoornis.

Niet ontdekt
Bij veel verslaafden wordt niet ontdekt dat ze ADHD hebben. VEr is een methode onderzocht om verslaafden te kunnen screenen op ADHD.

Vals positief
De test pikte de meeste mensen met ADHD eruit, maar had als nadeel dat veel mensen die geen ADHD hadden ook een positieve uitslag krijgen. De onderzoeker stelt dat de screening van ADHD binnen de verslavingszorg nog veel verbetering behoeft.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-strand-11.jpg

ADHD; ADHD'ers hebben vaker darmproblemen. Bron internet: Google
Kinderen met ADHD hebben vaker last van verstopping en ontlastingsincontinentie dan leeftijdsgenoten zonder ADHD. Dat blijkt uit een onderzoek van de Uniformed Services University of the Health Sciences.

Voor het onderzoek werden de gegevens van bijna 750.000 kinderen van 4 tot 12 jaar verzameld.
Van deze deelnemers kregen er 33.000 de diagnose ADHD. Hiervan bleek 4,1 procent last te hebben van obstipatie. Van de kinderen zonder ADHD had maar 1,5 procent last van verstopping. Bovendien had 0,9 procent van de ADHDíers ontlastingsincontinentie, tegenover maar 0,15 procent van de leeftijdsgenoten zonder ADHD.

Obstipatie
Zelfs als de resultaten werden gecorrigeerd voor andere factoren, zoals leeftijd, geslacht en plaats in het gezin, bleken ADHDíers zes keer zo vaak obstipatie en drie keer zo vaak ontlastingsincontinentie te hebben als leeftijdsgenoten zonder ADHD.

Huisarts
"We ontdekten ook dat kinderen met ADHD vaker bij de huisarts kwamen, wat suggereert dat zij ook ernstigere obstipatie en ontlastingsincontinentie hebben dan andere kinderen", zegt Cade Nylund.

Geen oorzaak
Hoewel het onderzoek een relatie tussen ADHD en darmproblemen aantoont, bewijst het niet dat de gedragsstoornis de verstopping of incontinentie veroorzaakt. "Mogelijk reageren kinderen met ADHD niet op lichamelijke signalen dat ze naar de wc moeten. Ze vinden het misschien lastig om te stoppen met andere of leukere activiteiten waarmee op dat moment bezig willen zijn", aldus Nylund.
De resultaten verschenen in Pediatrics.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-waterval-andre-12.jpg

Agressie; Kinderen die veel tv kijken hebben later vaker een strafblad. Bron internet: Google
Kinderen die veel tv kijken, hebben later in hun leven meer kans op een strafblad en een agressieve persoonlijkheid.

Een onderzoek in Nieuw-Zeeland laat een sterke correlatie zien tussen veel televisie kijken als kind en anti-sociaal gedrag als jongvolwassene.
Onderzoekers van de Universiteit van Otago volgden zo'n 1000 proefpersonen die geboren waren in de vroege jaren 70 van geboorte totdat ze 26 jaar waren. Ze keken naar het kijkgedrag van de proefpersonen tussen de leeftijd van 5 en 15 jaar.
"Met ieder uur dat kinderen gemiddeld op een doordeweekse avond televisie kijken, stijgt de kans dat ze als jong-volwassene een strafblad hebben met 30 procent", vertelt ťťn van de auteurs van het onderzoek aan AFP.

Negatieve emoties
Uit de studie blijkt ook een verband tussen veel tv kijken en een agressieve persoonlijkheid en een grotere neiging tot negatieve emoties. Het verband bleef bestaan toen de resultaten werden gecorrigeerd op andere factoren als intelligentie, sociale status en ouderlijk toezicht.
De onderzoekers willen niet beweren dat tv kijken anti-sociaal gedrag veroorzaakt. "Maar onze resultaten geven wel aan dat minder televisie kijken hiertegen kan helpen."

Minder sociaal contact
Het verband is volgens de wetenschappers niet alleen te verklaren door de inhoud van de programma's waar kinderen naar kijken. Veel televisie kijken kan ook zorgen voor minder sociaal contact met leeftijdgenoten en ouders, slechtere schoolprestaties en een grotere kans op werkloosheid.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-wiki-Riboflavin_penicillinamide.jpg

Asperger; Syndroom van Asperger - Wikipedia - Verdwaald in de sociale wereld. Bron internet: Google
Kinderen en volwassenen met Asperger hebben een vorm van autisme. Ze hebben vooral problemen op het gebied van de sociale omgang met anderen. Daardoor bouwen ze moeilijk vriendschappen op met leeftijdgenoten. Hun taalontwikkeling, verstandelijke ontwikkeling en zelfredzaamheid is normaal. Ze hebben opvallende beperkte interesses en activiteiten.

Asperger heet officieel de stoornis van Asperger, en wordt ook vaak syndroom van Asperger genoemd.
Het is een stoornis uit het autismespectrum. Het is een ontwikkelingsstoornis. Dit wil zeggen dat de problemen in de sociale omgang al vroeg in het leven duidelijk worden. Ouders hebben vaak al vroeg in de gaten dat hun kind anders is, al duurt het soms nog jaren voordat echt een diagnose gesteld wordt.

pl-7000-spel-puzzel-01.jpg
Overzicht

pl-7000-psy-pervasieve-stoornis-autisme-01.jpg Beschrijving
Het syndroom van Asperger, ook wel aspergersyndroom of stoornis van Asperger, is een pervasieve ontwikkelingsstoornis vernoemd naar de Weense kinderarts dr. Hans Asperger. Het syndroom kenmerkt zich door beperkingen in de sociale interacties en een beperkt repertoire aan interesses en activiteiten. Anders dan bij de klassieke autistische stoornis is er geen sprake van vertraging in de ontwikkeling van de taalvaardigheid op lage leeftijd. Er is een normale tot hoge intelligentie en een gemiddelde neiging tot het maken van contact.

In de in 2013 uitgebrachte versie van het diagnostisch classificatiesysteem DSM, DSM-V, is het syndroom van Asperger als aparte diagnose verdwenen. Het wordt nu samen met klassiek autisme, atypisch autisme, MCDD, PDD-NOS, het syndroom van Rett en desintegratiestoornis van de kinderleeftijd als ťťn categorie benoemd: autismespectrumstoornis. Het aspergersyndroom wordt gezien als een milde vorm daarvan. Dit wil niet zeggen dat de term aspergersyndroom niet meer kan worden gebruikt, maar men vindt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om het nog langer als afzonderlijke entiteit binnen het autismespectrum te beschouwen.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Asperger en het autismespectrum
Het syndroom van Asperger wordt tot het autismespectrum gerekend. Net als bij de andere stoornissen uit dit spectrum is er sprake van een onhandige motoriek, moeite met het 'lezen' van sociale situaties, gebrek aan inlevingsvermogen, moeite met veranderingen, een neiging tot vaste gewoonten, een voorkeur voor bezigheden en interesses met sterk herhalende of systematische elementen, neiging tot obsessief gedrag en makkelijk opgaan in een fantasiewereld.

Belangrijke verschillen met klassiek autisme zijn de (vrijwel) normale taalontwikkeling, de normale of zelfs hoge intelligentie en de normale behoefte om contacten te leggen. Het syndroom van Asperger wordt om deze redenen vaak tot het mildere eind van het autismespectrum gerekend. Vaak worden mensen met het syndroom van Asperger beschouwd als individuen die excentriek, wereldvreemd of einzelgšnger zijn.

Het stellen van een eenduidige diagnose wordt bemoeilijkt door de grote verschillen in de symptomen per diagnose en door de verschillen in methoden en instrumenten om het syndroom van Asperger vast te stellen. Naast de Amerikaanse diagnosecriteria uit DSM-V zijn er ook de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Szatmari diagnostische criteria, de criteria van Gillberg en de criteria die Tony Attwood hanteert.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
DSM-criteria
Het DSM-V geeft de volgende criteria:
  • A. Kwalitatieve tekortkomingen in de sociale interactie, wat blijkt uit minimaal twee van de volgende criteria:
    • 1. Duidelijke tekortkomingen in verschillende vormen van niet-verbaal gedrag, zoals rechtstreeks oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding en gebaren in sociale context.
    • 2. Onvermogen tot het aangaan van relaties met leeftijdgenoten die bij het ontwikkelingsniveau passen.
    • 3. Ontbreken van het spontaan delen van vreugde, interesses of prestaties met anderen (bijvoorbeeld geen voorwerpen tonen, geven of aanwijzen).
    • 4. Gebrek aan sociale of emotionele wederkerigheid.
  • B. Beperkte herhaalde en stereotiepe gedragspatronen, interesses en activiteitenpatronen, wat blijkt uit minimaal een van de volgende criteria:
    • 1. Overheersende preoccupatie met een of meer stereotiepe en beperkte interessepatronen die afwijkend is in intensiteit of aandachtsgebied.
    • 2. Duidelijk inflexibel vasthouden aan niet-functionele routinehandelingen of rituelen.
    • 3. Stereotiep en herhaald motorisch gedrag (bijvoorbeeld fladderen of draaien van handen of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam).
    • 4. Duidelijke preoccupatie met onderdelen van voorwerpen.
  • C. De aandoening leidt tot klinisch significante tekortkomingen op sociaal of beroepsmatig gebied of andere belangrijke terreinen.
  • D. Er is geen klinisch significante achterstand in de taalontwikkeling (bijvoorbeeld woorden op tweejarige leeftijd, zinnen op driejarige leeftijd).
  • E. Er is geen klinisch significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in de ontwikkeling van zelfhulpvaardigheden, aanpassingsgedrag (sociale interactie niet meegerekend) en de nieuwsgierigheid naar de omgeving.
  • F. Er is niet voldaan aan de criteria voor een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Kenmerken
Opgaan in intense interesses
Mensen met het syndroom van Asperger kunnen intense preoccupaties koesteren. De precieze interesse verschilt per persoon; vaak is deze sterk gespecialiseerd en maakt op buitenstaanders een willekeurige indruk. Verzamelwoede komt veel voor, uiteenlopend van postzegels tot ongebruikelijke objecten zoals ventieldopjes. Ook het verzamelen van encyclopedische kennis over allerlei onderwerpen komt veel voor. Kenmerkend voor het syndroom van Asperger (en autisme in het algemeen) is niet zozeer wat de precieze interesse is, maar vooral de intensiteit waarmee men zich ermee bezighoudt. Vaak is het voor het individu van belang of het gekozen onderwerp het individu in staat stelt er een ordening en categorisering in aan te brengen (bijvoorbeeld, iemand zal in voetbal geÔnteresseerd zijn omdat hij scores kan verzamelen waarna hij die vergelijkt met eerdere jaren en die scores indeelt naar divisies of andere categorieŽn; iemand zal in katten geÔnteresseerd zijn en die vergelijken met andere katachtigen).

Hans Asperger noemde de kinderen die hij observeerde 'professortjes' omdat hij vaststelde dat 13-jarige patiŽnten een even uitgebreid en genuanceerd beeld van hun 'onderzoeksgebied' hadden als professoren. Maar typerend was dat het overzicht over het dagelijks leven vaak ontbrak. Ook sprak Asperger van intelligentie-automaten, vanwege het idee dat deze patiŽnten alles met hun intelligentie deden, en hun gevoelsleven niet of nauwelijks aanwezig leek. Ze werkten met een 'input' en 'output' met daartussen een (gecompliceerd) programma dat bepaalde wat er met de input moest worden gedaan, zoals bij een automaat of robot. De hersenen van mensen met het syndroom worden wel eens met een computer vergeleken, omdat ze informatie zouden indelen op een nogal categorische manier, zodat deze weliswaar uitermate nauwkeurig in 'laatjes' wordt opgeslagen, maar die laatjes staan in minder goede verbinding met elkaar, waardoor de persoon minder makkelijk dan anderen van het ene naar het andere onderwerp of situatie kan overschakelen, en (te) ver kan doorgaan op de ingeslagen weg. Een computer zou net zo werken, en wel met mappen die niet onderling met elkaar communiceren en onafhankelijk moeten worden geopend.

De meeste mensen met het syndroom van Asperger wisselen gedurende de kindertijd een paar keer van interesse. In de puberteit komt de definitieve interesse gewoonlijk vast te liggen. Opvallend is wel dat een groot aantal mensen met het aspergersyndroom hierbij vaak voor technische, wetenschappelijke, systematische, en bŤtavakgerelateerde interesses kiest; vaak typische 'mannen-interesses'.

Dergelijke interesses bieden een kunstmatige geordende wereld, die iemand met het aspergersyndroom respijt geeft van de onvoorspelbare en onhandelbare wereld van alledag. Het geeft een doel, uitdaging en bevrediging waarvan men de regie volledig zelf in de hand heeft. Het verlossende effect is wel enigszins te vergelijken met dat van verslavende middelen. Mensen met het syndroom van Asperger hebben het vaak moeilijk met zingeving en religies. Deze sluiten vaak niet aan bij hun wetenschappelijke en rationele instelling.

Een combinatie van beperkte sociale vaardigheden en intense belangstelling voor een bepaald gebied kan leiden tot ongebruikelijke gedragingen die vaak worden omschreven als preoccupaties of stereotiep gedrag. Maar grote gedrevenheid, geduld en sterke fixatie en concentratie op het willen oplossen van een bepaald probleem, het willen begrijpen van een complex geheel of het willen bereiken van een bepaald beoogd doel, kunnen ook bijzondere resultaten of prestaties opleveren. Grote prestaties werden geleverd door mensen met een cognitieve stijl die sterk aan het syndroom doet denken. Zeker is dat het aspergersyndroom niet altijd een handicap is, maar ook zijn positieve kanten kent. Het is zeker niet ongebruikelijk dat mensen met het syndroom van Asperger hun beroep maken van de onderwerpen waar ze veel van af weten en waarin ze zich gespecialiseerd hebben.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Bijzonder taalgebruik
Kinderen met het syndroom van Asperger kunnen opvallen door een 'pedante' manier van spreken. Hun spreektaal is vaak formeel en barok en vertoont veel overeenkomsten met schrijftaal. Ze komen vaak autoritair over door de stelligheid van hun uitspraken en vaak eentonige stemgeluid. Verder hebben ze een sterke neiging lang over hun 'specialisme' door te praten terwijl de gesprekspartner er allang geen interesse meer voor toont (preoccupatie). Ze kunnen echter uitblinken in spelling, genieten van dictees en van het uitleggen van spelling- en grammaticaregels en kunnen lezen en voorlezen als kinderen die jaren ouder zijn. Dit staat los van de inhoud van de tekst, die ze misschien niet eens begrijpen (hyperlexie). Onder mensen met het syndroom zouden veel beelddenkers zijn.

Een persoon met het aspergersyndroom wekt met zijn manier van spreken vaak hilariteit, of juist dodelijke ernst. Dit kan de aanzet zijn tot een imago als grappenmaker, waarbij de nadruk vaak zal liggen op taalgrappen (woordspeling, woordspel, kreupelrijm, satire) en absurdistische humor; juist niet op serieuze kritiek of op situationele humor waarbij interactie tussen mensen van belang is.

Hoewel mensen met het syndroom van Asperger over het algemeen geen stoornis in taalontwikkeling en spraak hebben, kunnen ze moeite hebben met het op gang houden van een gesprek. Het kan voorkomen dat ze niets meer weten te zeggen en niet of slecht uit hun woorden komen. Dit is ook afhankelijk van de inhoud van het gesprek, de situatie en het gespreksonderwerp. Wanneer iemand met het syndroom van Asperger over 'koetjes en kalfjes' moet praten, zal hij sneller vastlopen dan wanneer het over een van zijn interessegebieden of een ander 'zakelijk' onderwerp gaat. Mensen met het syndroom vinden het dan ook opvallend wanneer neurotypische mensen zomaar over vrije onderwerpen kunnen praten en daarbij voortdurend uit de losse pols het gesprek op gang weten te houden. Ze raken gespannen als gesprekken meer om het uitwisselen van sociale conventies gaat, en minder om het uitwisselen van informatie. Ze zullen proberen een gesprek hun kant op te buigen door er informatie, analyses en conclusies in te verwerken. Dit kan bij de gesprekspartner tot irritatie leiden, omdat deze, in tegenstelling tot degene met het syndroom, juist ontspanning ervaart bij het aangaan van een gesprek zonder waarheidsvinding als oogmerk.

Verder komen echolalie en palilalie voor, net als bij andere stoornissen uit het autismespectrum. Ook het praten tegen voorwerpen komt een enkele keer voor. Dit neemt niet weg dat de persoon met het aspergersyndroom heel goed weet dat het voorwerp niets terugzegt, en het werkelijkheidsbesef is niet verstoord. Sommige mensen met Asperger praten soms veel tegen zichzelf en voeren monologen. Er is meer sprake van 'loop-back' communicatie dan van communicatie naar anderen. Ook worden denkbeeldige conversaties/interacties soms nagesimuleerd in het hoofd, zodat de persoon met Asperger als het ware alvast oefent en zich enigszins voorbereidt op de gesprekken/interacties in de echte werkelijkheid. Een persoon met Asperger wil zo veel mogelijk mogelijkheden alvast van tevoren 'uitgewerkt' hebben zodat hij/zij niet voor verrassingen komt te staan.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Sociale beperkingen
Mensen met het syndroom van Asperger kunnen binnen de sociale context moeilijk 'tussen de regels lezen'. Het besef van wat sociaal aanvaard is, is vaak niet intuÔtief. Daardoor vindt men vaak niet de juiste toon en mimiek om de eigen emotionele toestand te uiten. Het vermogen om letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden en om iemands lichaamstaal te lezen is beperkt, evenals de theory of mind, zoals dat voorkomt bij veel vormen van autisme. Het juist inschatten wanneer het woord kan worden genomen in een gesprek, en wanneer niet, is vaak slecht ontwikkeld. Algemeen bekende metaforen zijn voor mensen met het syndroom van Asperger vaak moeilijk te begrijpen, terwijl de eigen metaforen juist voor de omgeving dikwijls onbegrijpelijk zijn. Dit alles maakt dat gesproken kan worden van een, soms sterk, verminderd empathisch vermogen.

Ten opzichte van mensen met klassiek autisme leren mensen met het syndroom van Asperger veel geraffineerder met hun beperkingen om te gaan. Men weet ze vaak goed te camoufleren. Geholpen door de meestal goed ontwikkelde verbale vaardigheden worden de aanwezige sterke kanten ten volle uitgebuit. Ook het spelen met niet-letterlijk taalgebruik is te leren. De beperkingen zijn dus door inzet van het verstand en oefening in de loop van jaren vaak deels te compenseren. Men leert dan gedurende de adolescentie wat gemakkelijker met andere mensen om te gaan. Hierdoor, en vanwege de beperkte wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over de aandoening, wordt de 'handicap' door hulpverlening en omgeving nogal eens onderschat.

Drukke sociale gebeurtenissen zijn voor een persoon met het aspergersyndroom vaak onaangenaam; een activiteit is belastend en inspannend in plaats van ontlastend en ontspannend zoals dat voor iemand zonder het syndroom van Asperger zou zijn. Van daaruit kan zich dan logischerwijs stress, onzekerheid of angst ontwikkelen. Veel mensen met het syndroom uiten wel de wens om een sociaal leven te hebben, maar negatieve ervaringen als gevolg van hun sociaal (on)vermogen zorgen er in veel gevallen voor dat men op dat gebied grote beperkingen voelt.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Emotionele bijzonderheden
Iemand met het syndroom van Asperger heeft er in het algemeen moeite mee de emotionele signalen van anderen te doorgronden, in het bijzonder de subtiele boodschappen door gelaatsuitdrukkingen, oogcontact en lichamelijk contact. De mentale instelling is meer dan gemiddeld egocentrisch waardoor men een egoÔstische indruk kan maken. Het vermogen om eigen en andermans intenties en emoties te duiden en te kanaliseren is verstoord. Men leert door ervaring vaak wel wat daarbij de maatschappelijke normen zijn en beseft terdege wanneer iets aanvaardbaar of juist afwijkend overkomt. Het kunnen vinden en toepassen van sociaal geaccepteerde strategieŽn om gepast op de omgeving over te komen is een voornaam onderscheid met mensen met klassiek autisme.

Een persoon met het syndroom van Asperger kan, wanneer de zaken een onverwachte wending nemen, moeite hebben met het verwerken van emoties. Terugtrekking, paniek en vluchtgedrag of doorbraken van woede, agressie en huilbuien kunnen het gevolg zijn. Voor de buitenwereld zijn deze autistische reflexen en uitingen niet altijd te begrijpen. Daar waar veel mensen juist op anderen afstappen, communiceren en heftig in gesprek gaan wanneer ze een probleem hebben, vluchten mensen met het syndroom juist in zichzelf en kunnen totaal onbereikbaar worden. Bij telkens terugkerende of blijvende problemen waarvoor geen manier van omgaan wordt gevonden, kan iemand met het syndroom van Asperger een groot wantrouwen, achterdocht of boosheid ontwikkelen naar de niet-autistische buitenwereld.

Veel wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over het gevoelsleven van mensen met het syndroom van Asperger heeft betrekking op kinderen. Over de wijze waarop het syndroom bij volwassenen tot uiting komt, beschikt men meer over vermoedens dan harde feiten. De veronderstelling is dat de meeste mensen met het syndroom van Asperger in de loop der jaren leren omgaan met hun anders-zijn waardoor dit niet of minder opvalt.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Sensorische kenmerken
Veel mensen met het syndroom hebben sensorische afwijkingen die niet tot problemen leiden. Omdat de hersenen meer gericht zijn op het opmerken van details, kunnen het gezicht en het gehoor verschijnselen opmerken die niet-autistische mensen niet opvallen. Zo kunnen ze de lage frequentie van bepaalde soorten licht waarnemen waardoor een tv lijkt te flikkeren, net als tl-verlichting, sommige LED-lampen en auto-achterlichten, waar neurotypische mensen dit niet zien. Ook kunnen sommigen ultrasone geluiden horen: vleermuizen zijn hoorbaar en beeldbuizen geven tijdens gebruik een constante pieptoon.

Ook overgevoeligheid voor tast, geluiden en smaken komt veel voor. Deze tot overprikkeling leidende overgevoeligheid maakt dat men zich slechter kan concentreren. De gevoeligheid voor onregelmatige prikkels is vaak groter dan voor regelmatige. Sommigen zijn extreem gevoelig voor harde geluiden of sterke geuren, of houden er niet van aangeraakt te worden. Het tikken van een klok of het druppelen van water kan als ondragelijk worden ervaren, ook fel licht, knipperend licht zoals tl-verlichting en felle kleuren kunnen voor mensen met asperger zeer onaangenaam zijn en leiden tot emotionele uitbarstingen.

Velen hebben moeite om geluiden te filteren in een lawaaiige omgeving, waardoor ze sprekers niet goed kunnen verstaan. Iemand met het aspergersyndroom kan zich in zo'n situatie moeilijk concentreren op ťťn gesprek. Ook de wijze waarop gesprekken zich in een informele sfeer ontwikkelen en van onderwerp veranderen, kan leiden tot verwarring. Achtergrondmuziek kan de verwarring nog groter maken omdat het een extra afleidende factor vormt. Het kan echter ook een houvast vormen daar het dikwijls een constant en voorspelbaar gegeven is.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Diverse kenmerken
Mensen met het syndroom van Asperger hebben een diversiteit aan zintuiglijke, ontwikkelings- en psychische bijzonderheden. De ontwikkeling van de fijne motoriek kan bijvoorbeeld vertraagd zijn, en er kan sprake zijn van een merkwaardige manier van lopen of een gepreoccupeerde manier van bewegen van vinger, hand, arm of been. Typerend is ook dat motivatie een erg belangrijke rol speelt. Wanneer iemand met het syndroom van Asperger een bepaalde sport of muziekinstrument tot zijn interesse maakt kan hij op zo'n deelgebied sterk uitblinken. Opvallend is verder dat wat betreft sport en spel vooral vaak voor individuele en solistische activiteiten gekozen wordt, zoals boemerang gooien en gamen.

Veel mensen met het syndroom van Asperger denken extreem visueel en concreet. Ook het ruimtelijk inzicht is vaak zeer sterk ontwikkeld. Typerend is dat dit alleen opgaat zolang het overzicht aanwezig is. In een nieuwe omgeving kan iemand met het syndroom van Asperger soms totaal verdwalen en in paniek raken wanneer er geen duidelijke plattegrond aanwezig is. Ook al kunnen sommigen extreem goed kaartlezen, als de werkelijkheid op een klein detail van de kaart afwijkt, kan dit grote verwarring, paniek of frustratie veroorzaken. Anticiperen en dingen rustig op creatieve wijze oplossen is een houding die aangeleerd moet worden.

Ook het (langetermijn)geheugen werkt soms anders bij mensen met Asperger. Veel neurotypische mensen herinneren zich de dingen van vroeger vaak in een globale trant, als een verhaal. Mensen met het syndroom van Asperger onthouden soms minder de gebeurtenissen in een 'totaal-verhaaltje', maar eerder in losse opeenvolgingen van zeer gedetailleerde scŤnes. Ze kunnen zich dan gebeurtenissen of details herinneren in een mate die neurotypische mensen opmerkelijk vinden.

Veel mensen met het syndroom van Asperger voelen zich aangetrokken tot orde en routine, terwijl verandering in die routines en vaststaande ordes bij sommigen angstaanvallen of irritatie kan veroorzaken. Er zijn er echter ook die juist heel onregelmatig leven en heel moeilijk routines kunnen inbouwen in hun leven.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Bijkomende stoornissen
Mensen met het syndroom hebben meer dan gemiddeld te maken met bijkomende problemen, zoals klinische depressie, oppositioneel-opstandige gedragsstoornis, syndroom van Gilles de la Tourette, angststoornissen (met name obsessief-compulsieve stoornis en fobieŽn). Er zijn ook mensen met het syndroom van Asperger die gediagnosticeerd worden met dysgrafie, dyspraxie, dyslexie of dyscalculie. Mensen met het syndroom van Asperger vertonen soms kenmerken van depressie als gevolg van de matige communicatie met, en het onbegrip van, de buitenwereld.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Gevolgen van het syndroom van Asperger
Kindertijd
Mensen met het syndroom van Asperger ervaren vaak problemen in sociale relaties met leeftijdgenoten. In hun kindertijd zijn het dikwijls de 'studiebollen zonder vrienden'. Ze spelen vaak alleen en zijn weinig bezig met vriendjes maken. Soms wordt dit wel geprobeerd, maar meestal zonder veel resultaat. Typerend gedrag is bijvoorbeeld het alleen rondlopen op het schoolplein en vaak in eigen gedachten verzonken zijn. Men is bijna doorlopend met de eigen interesses bezig. Vaak wordt met verbazing naar kinderen met het aspergersyndroom gekeken omdat ze 'zichzelf zo goed kunnen vermaken'. Ook komt het voor dat een kind met het syndroom van Asperger een gefantaseerd vriendje creŽert, in een eigen fantasiewereld of in de echte wereld. Dit kan bijvoorbeeld een bepaalde knuffel, een huisdier of een object behorend bij de speciale interesse zijn.

Mensen met het aspergersyndroom worden met name in de kindertijd en in de adolescentie nogal eens het mikpunt van plagerijen en pesterijen vanwege hun afwijkende gedrag, taal en interesses en hun beperkte mogelijkheden tot sociaal communicatief gedrag. Soms zijn ze zich er niet of nauwelijks van bewust dat ze gepest worden of werden. Zo kunnen ze denken dat hun belagers juist hun vrienden zijn, waar anderen meteen zien dat deze 'vrienden' hen achter hun rug uitlachen. Anderzijds zijn er ook kinderen en jongeren met het syndroom die depressief worden omdat ze ernstig onder het pestgedrag lijden. In de huidige samenleving wordt bijna standaard van kinderen verwacht dat ze sociaal weerbaar zijn, van zich af bijten en op de juiste manier voor zichzelf opkomen. Door het zwakkere EQ van kinderen met het aspergersyndroom zijn dit juist dingen die zich niet of matig ontwikkelen. Omdat jongeren met het syndroom vaak in een eigen wereld leven en meer met zichzelf bezig zijn dan met anderen, hebben ze minder interesse voor de buitenwereld. Ze zullen zich logischerwijs niet zoals anderen 'automatisch' gaan bezighouden met de wereld om hen heen. Vaak denken ze dat alles gebaseerd is op het verzamelen van kennis. Het besef ontbreekt dan dat sommige dingen niet op school geleerd kunnen worden, maar tijdens het dagelijks leven door ervaring ontdekt, geleerd of uitgevonden moeten worden.

Daarenboven nemen deze kinderen de dingen vaak extreem letterlijk, ze hebben het bijvoorbeeld moeilijk om sarcasme en cynisme te herkennen. Ook kan het zijn dat iemand met het syndroom van Asperger denkt dat iemand niet ernstig is, terwijl dat juist wel zo bedoeld is. Of juist andersom; denken dat een grap serieus bedoeld is. Vaak zijn kinderen of tieners met het aspergersyndroom zich niet bewust wat er verkeerd is gegaan en hoe. Wie zich wel bewust wordt van fouten, heeft dat vaak pas later door. De kunst voor iemand met het syndroom van Asperger is om bijvoorbeeld sarcasme te leren herkennen en te negeren om zo conflicten te vermijden.

Kinderen met het syndroom van Asperger zijn, in tegenstelling tot veel andere kinderen uit het autismespectrum, aanvankelijk wel heel actief sociaal zoekend, maar naarmate hun beperkte sociale vaardigheden hun tegenslagen opleveren kunnen ze zich - in toenemende mate - terugtrekken.

De combinatie van beperkingen ťn uitzonderlijke mogelijkheden die deze kunnen camoufleren, kan op school soms leiden tot problemen met leraren, de organisatie of medeleerlingen. Sommige mensen met het syndroom van Asperger onderkennen hun status in hun sociale omgeving niet, doordat dit een sociale conventie is. Ze behandelen iedereen dan zo'n beetje hetzelfde, los van de sociale positie. Kinderen met het syndroom van Asperger gaan bij leraren nogal eens door voor 'probleemleerling'. Een soms beperkte tolerantie voor ordinaire opdrachten zonder uitdaging maakt dat een leerling met het syndroom van Asperger een lage frustratiedrempel kan hebben en dan arrogant en ongedisciplineerd overkomt. Het kind zelf kan als gevolg daarvan agressie-aanvallen en vluchtgedrag vertonen.

Ook in de puberteit zijn er opvallendheden bij jongeren met het syndroom van Asperger te zien. Daar waar hun klasgenoten bijvoorbeeld in hun vrije tijd en weekenden vooral bezig zijn met vrienden (maken), uitgaan, experimenteren, relaties en seksualiteit, trekt de jongere met Asperger zich hier vaak van terug. Ze lijken vaak op een andere manier naar hun volwassenheid toe te werken dan hun leeftijdsgenoten. Toch gaan ze (vooral lichamelijk) wel degelijk door de puberteit heen.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Specifieke karaktertrekken
Veel mensen met het syndroom van Asperger hebben een buitensporig groot moreel gevoel en zullen niet snel geneigd zijn om dingen te doen die niet mogen en juist wel respect hebben voor gezaghebbers, zoals leraren, directie en politie.
Het komt nogal eens voor dat ze een 'voorbeeldleerling' of 'voorbeeldburger' zijn omdat ze zich, meer dan anderen, aan de regels houden en goede resultaten behalen. Dit extreme morele besef kan echter ook heel goed tot uiting komen wanneer de leerling met het aspergersyndroom doorgaat voor probleemleerling met veel gedragsproblemen. Bijvoorbeeld door spontaan uit zichzelf strafregels te gaan schrijven of zelfstandig naar de directeur te stappen om overdreven te gaan 'biechten'. "Ik verdien dit!" wordt dan vaak gebruikt als motivatie, het is een uiting van een overdreven sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. Een ander voorbeeld is overdreven voorbeeldig verkeersgedrag laten zien door bijvoorbeeld elk verkeersbord letterlijk op te volgen en de officiŽle voorrangsregels in elke situatie extreem letterlijk correct toe te passen. Dit laat zich verklaren door de theorie die ervan uitgaat dat iemand met dit syndroom de wereld om zich heen probeert te systematiseren, zodat ze voorspelbaarder wordt. Als men zich volgens te verwachten systemen (ethiek, regels, wetten) zou gedragen, dan zou men minder onbegrijpelijk zijn in de ogen van iemand met het aspergersyndroom. In werksituaties kan zo iemand zich sneller geroepen voelen als klokkenluider te fungeren, met alle gevolgen van dien, zoals uitsluiting of zelfs ontslag.

Als het leren op school geen probleem is kunnen er toch problemen ontstaan bij bijvoorbeeld stages of opleidingen met weinig structuur; zoals lesmethoden waarbij niet klassikaal les wordt gegeven. Bij dergelijke lesmethoden worden scholieren geacht zelfstandig te werken, zelfstandig te studeren en de hulp van de leraar in te roepen wanneer er een probleem is. De stap om naar de leraar te gaan kan voor mensen met het syndroom van Asperger onoverkomelijk zijn. Ook het ontbreken van duidelijke structuur kan voor problemen zorgen. Verder kunnen de meer praktische kanten van het leren een obstakel vormen. Veel jongeren met het syndroom van Asperger hebben bijvoorbeeld meer moeite met leren autorijden en daardoor ook met het behalen van hun rijbewijs. Bestuurders met het aspergersyndroom kunnen vaak moeilijk aan een gesprek deelnemen terwijl ze aan het rijden zijn en rijden dan ook het liefst alleen. Zij kunnen rijfouten maken als zij proberen te converseren met de rijinstructeur of de mede-inzittende. Juist het drukke verkeer wordt als een onvoorspelbare en chaotische buitenwereld ervaren waarin ze zich niet thuis voelen.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Volwassenheid
Algemeen
Veel mensen met het aspergersyndroom zullen zich oppervlakkig gezien, net zo ontwikkelen als ieder ander. Pas als nauwkeurig naar zo'n persoon gekeken wordt of als de persoon uitgebreid psychologisch onderzocht wordt, zal blijken dat er iets aan de hand kan zijn. Mede hierdoor krijgen veel mensen met het syndroom van Asperger relatief laat een juiste diagnose. Maar ook komt het voor dat alleen het kennis krijgen van de betekenis van het aspergersyndroom of autisme al genoeg is om te ontdekken dat een persoon het syndroom van Asperger heeft. Een oorzaak voor late onderkenning is de grote onbekendheid van de stoornis in de maatschappij; ook onder medici en andere hulpverleners.

Het komt regelmatig voor dat een persoon met het syndroom van Asperger een zelfdiagnose doet aan de hand van boeken of informatie van internet. Sommige mensen met het aspergersyndroom hebben teleurstellende ervaringen door de blijkbare onkennis en onkunde van psychiatrische en medische hulpverleners. Het kan ook voorkomen dat iemand officieel met het label syndroom van Asperger wordt beplakt, terwijl deze persoon zelf niet of nauwelijks problemen in zijn ontwikkeling heeft ervaren. Hieruit blijkt ook dat het syndroom van Asperger niet altijd een ernstige handicap of stoornis hoeft te betekenen, soms is juist het tegendeel het geval.

Veel mensen met het aspergersyndroom erkennen hun beperkingen en proberen zich er aan aan te passen. Het lukt volwassenen met het syndroom van Asperger dikwijls zelf hun aanpassingsproces te regelen, zonder behandeling of begeleiding. Ze ervaren evenwel vaak dezelfde problemen als veel mensen met autisme. Het verschil is dat mensen met het aspergersyndroom op volle toeren hun - hoge - intelligentie gebruiken om hun aanpassingsproces vorm te geven, in tegenstelling tot lager functionerende autisten die soms levenslang hulpbehoevend en onaangepast blijven, ťn in tegenstelling tot neurotypischen die bij hun aanpassingsproces zowel sociaal-emotionele vaardigheden als intelligentie gebruiken. Een gevolg is dat menig persoon met aspergersyndroom intellectueel verder ontwikkeld is dan de gemiddelde neurotypische persoon.

Mensen met het aspergersyndroom kunnen zeer in hun specifieke interesses opgaan en hier erg bedreven in zijn, terwijl ze altijd moeite blijven houden met eenvoudige dingen zoals het huishouden. Soms is er zelfs sprake van inertie. De vaat doen vergt dan bijvoorbeeld veel moeite, wat soms de indruk geeft dat iemand met het syndroom van Asperger lui is. Velen maken daarom gebruik van een dagschema dat hun het leven vergemakkelijkt.

Mede door hun 'superieure' aanpassings- en camouflagetechnieken, zijn er mensen met het aspergersyndroom die zich niet realiseren dat ze voldoen aan de criteria voor dit syndroom. Door voorlichting en kennisoverdracht wordt deze groep wel steeds kleiner. Er komt geleidelijk aan wat meer begrip, aandacht en respect voor een groep mensen die vroeger vooral werd gezien als 'zonderling', 'niet-sociaal', 'eenzelvig' of 'contactgestoord'.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Wonen
De meeste volwassen personen met het syndroom van Asperger zijn in staat om zelfstandig te wonen. Sommigen kiezen voor begeleiding door bijvoorbeeld een gespecialiseerd team van een instelling voor beschermd wonen voor bepaalde externe ondersteuning, zoals interieurverzorging of steun bij de administratie en financiŽn. De behoefte aan deze woonbegeleiding kan variŽren van een half uur per dag tot een uur per week. Anderen kiezen ervoor zo lang mogelijk in het ouderlijk huis te blijven wonen. Dit kan praktische voordelen hebben, bijvoorbeeld op financieel gebied en door persoonlijke ontlasting. Met name het begin van zelfstandig wonen kan met enige spanning gepaard gaan omdat men als het ware nog 'ingewerkt' moet worden in het beheren van een huishouden. Het kan lastig zijn om op eigen initiatief dingen uit te gaan zoeken en te regelen. Daarnaast heeft iemand met het syndroom meer moeite met een nieuwe omgeving en veranderingen in de leefsituatie waardoor soms sterke heimwee kan ontstaan. Nadat men eenmaal een zekere routine heeft opgebouwd stelt de moeilijkheidsgraad vaak niet zoveel meer voor. Routine, herhaling, kennis van zaken hebben en het weten en beheersen van dingen zorgen altijd voor meer rust in het hoofd. Beschermd wonen met 24-uurs begeleiding komt, in tegenstelling tot bij klassieke autisten, bij mensen met het aspergersyndroom niet zoveel voor.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Werk
De interesses van hun kindertijd kunnen mensen met het aspergersyndroom mogelijk een betaalde baan opleveren, al blijven de sociale beperkingen een niet te onderschatten drempel tot slagen. Ondanks hun vaak 'geleerde' taalgebruik, grote algemene kennis en normale tot hoge intelligentie ondervinden veel mensen met het aspergersyndroom grote moeilijkheden om een betaalde baan te krijgen en te behouden. Dikwijls rondt men een opleiding met succes af, maar scoort men onvoldoende bij een sollicitatiegesprek of andere geschiktheidsonderzoeken. Of men ervaart, als men een betrekking gevonden heeft, veel misverstanden of pestgedrag op het werk. Ook ontslag zonder dat men goed begrijpt waarom komt nogal eens voor.

Een aantal mensen met het syndroom van Asperger is dan ook werkloos of werkt onder het niveau, bijvoorbeeld bij of via een beschutte- of sociale werkplaats. Ook werken veel mensen in deeltijd of zijn gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt verklaard.

Sommige beroepen zijn geschikter voor personen met het aspergersyndroom dan andere. Beroepen met meer inhoudelijk gestructureerd werk en minder sociale interactie c.q. contact met klanten of collega's zoals tekenaar, ontwerper, computerprogrammeur, onderzoeker of analist zijn aantrekkelijker dan werk met veel sociale interactie zoals politieagent, verkoper, manager/leidinggevende, verpleegkundige of politicus.

Mensen met het aspergersyndroom neigen vaak naar perfectionisme en stellen hoge eisen aan zichzelf. In werksituaties zijn het vaak gedreven en harde werkers. Men zal niet of weinig kletsen met collega's en zich niet af laten leiden door het (sociale) gebeuren om zich heen. Wanneer het werk vooral veel dezelfde fysieke handelingen of juist veel wisselende handelingen betreft, kan inertie of onhandigheid optreden. Sommige werknemers met het syndroom van Asperger 'trainen' voortdurend zichzelf om zwakke plekken te verbeteren en te verbergen. Dit trainen kost vaak veel tijd en moeite.

Anderzijds zijn er mensen met het syndroom van Asperger die een universitaire titel behalen en een goed betaalde baan hebben. Daar is dan wel vaak veel zelfkennis, aanpassingsvermogen, en een juiste focus op mogelijkheden en onmogelijkheden en aanpassing door de omgeving bij nodig.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Relaties
Bij het vinden van een levensgezel ondervinden veel mensen met het syndroom van Asperger moeilijkheden. Anderen raken om tal van redenen buiten hun wil gescheiden. Velen zijn een groot deel van hun leven alleenstaand en het hebben van een relatie is meer uitzondering dan regel. Dat kan een bewuste keuze zijn, maar vaker is men onvrijwillig celibatair. Terwijl er veel moeite voor wordt gedaan, slagen mensen met de stoornis van Asperger er vaak niet in een partner te vinden. Mensen met het aspergersyndroom missen in meer of mindere mate de verfijnde vaardigheden die bij het leggen en onderhouden van relaties nodig zijn. Juist bij mildere vormen van het aspergersyndroom komt de contactstoornis vooral tot uiting op het gebied van (intieme) relaties, liefde is immers niet logisch en analyseerbaar. Ook zijn er nogal eens informatieverwerkingsproblemen bij onder andere intimiteit, seksualiteit en aanrakingen, waardoor de partner teleurgesteld kan raken, miscommunicaties/misvattingen ontstaan, en de partner zelfs kan denken dat de persoon met Asperger misschien niet eens behoefte heeft, terwijl dat wel zo is.

Mensen met het aspergersyndroom hebben vaak het gevoel niet echt te behoren tot de wereld rondom hen. Hierdoor wordt het in Amerika wel gekscherend Wrong Planet Syndrome genoemd. Velen leven vooral in hun vrije tijd als einzelgšnger. Ze hebben zich er noodgedwongen mee verzoend om voor de rest van hun leven alleen te blijven.

Door het leiden van een vereenzaamd bestaan ervaren mensen dikwijls emotioneel gezien een lagere levenskwaliteit. Dit kan bij sommigen leiden tot moeilijkheden bij de zelfacceptatie, frustratie en depressie. De onbekendheid met de stoornis in de maatschappij, de onderschatting en het niet waarnemen van de problematiek zijn belangrijke oorzaken waardoor mensen met deze aandoening zich blijvend onbegrepen voelen en soms ten einde raad kunnen raken. In extreme gevallen kan het komen tot ernstige verwaarlozing of de wens een eind aan het eigen leven te maken.

Anderzijds is er ook een minderheid volwassenen met het syndroom van Asperger die trouwt, kinderen krijgt, en een gelukkig gezinsleven ervaart. Ook hier is veel zelfkennis, ervaring, aanpassingsvermogen, een juiste focus op mogelijkheden en onmogelijkheden en aanpassing door de omgeving bij nodig.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
pl-5500-l-nl-kootwijkerzand-ardy-01.jpg
Behandeling
De stoornis van Asperger is niet te genezen. Toch is dat niet per se slecht nieuws. Kinderen en volwassenen kunnen namelijk wel leren om te gaan met hun beperkingen. Bovendien zijn er vaak veel talenten aanwezig die ontplooid kunnen worden. Sommige wetenschappers spreken daarom liever niet over een stoornis. De stoornis legt immers de nadruk op wat een kind of volwassene met Asperger niet kan. Als we spreken van een conditie, dan is duidelijker dat mensen met Asperger wel anders zijn, maar niet minder.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Belangrijke behandelmogelijkheden zijn onder meer:
  • Training in sociale vaardigheden. De sociale omgangsvormen die kinderen niet vanzelf onder de knie krijgen, kunnen aangeleerd worden door bewuste scholing.
  • Cognitieve psychotherapie. Het aanleren van denkwijzen die bijvoorbeeld bruikbaar zijn bij het hanteren van de eigen emoties.
  • Psycho-educatie. Uitleg over de kenmerken van mensen met Asperger en de misverstanden die hierdoor kunnen ontstaan. Weten wat er aan de hand is, maakt het gemakkelijker oplossingen te vinden bij problemen.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Tips naasten
Bedenk goed: geen twee mensen met Asperger zijn gelijk. Maar allemaal beleven ze de wereld anders dan u. Misschien gedragen ze zich hierdoor op een manier die u niet gewend bent. Dat kan misverstanden opleveren en voor onzekerheid zorgen bij de persoon met Asperger ťn bij u.
pl-0000-omhoog.gif Naar Overzicht 
 
Tips
  • Bedenk dat mensen met Asperger de sociale regels vaak niet begrijpen. Wordt niet boos als een kind met Aspergere u niet vriendelijk begroet met een lach of een hand. Of vraag zelf om een kopje koffie als u dat niet krijgt wanneer u op visite komt.
  • Bedenk dat iemand met Asperger niet onbeleefd wil zijn als hij of zij u niet aankijkt.
  • Verwacht geen reacties op uw emoties. Verwacht bijvoorbeeld bij verdriet geen arm om uw schouder. Of bij goed nieuws veel blijdschap.
  • Verwacht geen reactie op uw non-verbale communicatie zoals een boze gezichts≠uitdrukking of gebaren. Als u wilt dat iemand reageert op wat u zegt, vraag er dan specifiek om (Ďluister naar wat ik vertelí). Benoem altijd letterlijk wat u wilt of voelt.
  • Bedenk dat veel mensen met Asperger zich niet express Ďandersí gedragen. Hij of zij kan er ook niets aan doen.
  • Vermijd sarcasme. Een opmerking als Ďprachtigí als iets juist lelijk is, is voor hem onduidelijk.
pl-2000-onderhan-01.jpg Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-50.jpg

Autisme; Autisme - Wikipedia. Bron internet: Google
Autisme is een aangeboren pervasieve ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen op het gebied van sociale interactie en (non-)verbale communicatie en door een beperkt, repetitief of stereotiep gedragspatroon.

De stoornis is op zeer jonge leeftijd lastig te diagnosticeren.
De diagnostische criteria, vastgelegd in de DSM-V, vereisen wel dat bepaalde symptomen reeds vůůr het derde levensjaar duidelijk worden. Hoewel de diagnose doorgaans vroeg gesteld wordt, komt het in bepaalde gevallen voor dat autisme pas op latere leeftijd duidelijk wordt, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een normale of bovengemiddelde intelligentie. De stoornis kan niet genezen worden. Een persoon met een ernstige vorm van autisme kan niet zelfstandig leven. Vroeger dacht men dat alleen mensen met een verstandelijke handicap autistisch konden zijn. Tegenwoordig wordt autisme als grotendeels onafhankelijk van de intelligentie beschouwd. Wat de oorzaken van autisme betreft, zijn er nog maar weinig wetenschappelijk goed onderbouwde conclusies.

Indeling
pl-wiki-Autism-stacking-cans_2nd_edit.jpg De term autisme kan verwarring wekken omdat men hier soms klassiek autisme mee bedoelt en soms alle autismespectrumstoornissen (ASS), dit zijn:

Alhoewel het syndroom van Rett en de desintegratiestoornis van de kinderleeftijd bij de pervasieve ontwikkelingsstoornissen horen, worden ze doorgaans niet tot het autismespectrum gerekend omdat het ziektebeelden zijn, waarbij autistisch gedrag slechts een symptoom is. Soms wordt ook wel gesproken van autistiform gedrag: op autisme gelijkend gedrag dat echter niet aan alle diagnostische criteria voor autisme voldoet.

In mei 2013 is DSM-V ingevoerd. Daardoor zijn de verschillende diagnostische labels officieel opgenomen in ťťn categorie: autismespectrumstoornis.

Historisch overzicht
Halverwege de negentiende eeuw werd in Engeland al over autisme geschreven. Daarvoor werden mensen met autisme Ďeenzelvigí of Ďpsychotischí genoemd. De Amerikaanse kinderpsychiater Leo Kanner beschreef in 1943 als eerste het infantiel of vroegkinderlijk autisme. Hij nam het woord over van de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler (1857-1939). Deze gebruikte de term echter voor schizofrene patiŽnten die moeite hadden om met andere mensen in contact te treden. Pas in 1989, met het succes van de film Rain Man, kwam er meer aandacht voor de diagnose en erkenning van volwassenen - met normale begaafdheid. Voorheen kregen vooral kinderen - met een verstandelijke handicap - de diagnose.

Definitie en beschrijving
Autisme wordt bestudeerd door verscheidene takken van de wetenschap. Naargelang het vakgebied kan de omschrijving van autisme behoorlijk verschillen. In de psychologie dient (observeerbaar) gedrag als basis voor de diagnose van autisme. In de neurowetenschap zijn dat vooral de hersenfuncties.

Hersenfuncties
Autisme wordt beschouwd als een ontwikkelingsstoornis met een neurologische oorzaak. De hersenen van mensen met autisme functioneren anders. Hierdoor bestaan hun waarnemingen uit losse fragmenten met weinig verband. Er is echter nog niet met zekerheid vastgesteld welk deel van de hersenen anders zou functioneren. Autisme wordt vaak in verband gebracht met stoornissen in de affectieve beleving van prikkels uit de omgeving. Deze zouden verband kunnen houden met een structureel defect van gebieden in het limbische systeem, zoals de cortex cingularis anterior.

In recente hersenonderzoeken wordt echter een sterker accent gelegd op de connectiviteit, dat wil zeggen de verbindingspatronen in de hersenen. Met name de verhouding tussen het aantal korte en lange verbindingen in de hersenen zou daarbij van belang zijn. Bij het overheersen van het aantal korte verbindingen zijn lokale functies (bijvoorbeeld het geheugen, waarnemen van gezichten) intact, maar ontbreekt het vermogen een verband te leggen met andere functies, zoals bijvoorbeeld emotie of het herkennen van de emotionele expressie van een gezicht. Andere onderzoeken suggereren dat zowel de korte als de lange verbindingen in de hersenen van personen met autisme minder goed functioneren. Dit zou kunnen wijzen op een afname in functionele connectiviteit.

Gedrag
Kenmerkend voor autisme zijn afwijkingen in de trias:
  • communicatie
  • verbeelding
  • sociale interactie
Communicatie
De tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Communicatie is gebaseerd op betekenisverlening. Waar taal meestal geen probleem vormt voor mensen met autisme en een normale begaafdheid, is het toekennen van betekenis aan woorden dat vaak wel.

Men onderscheidt: de expressieve communicatie (het uiten) en de receptieve communicatie (het begrijpen). Voor beide soorten geldt dat voor mensen met autisme de techniek van de taal - onder andere zinsbouw en woordenschat - begrijpelijk is, maar dat de sociale aspecten van communicatie de moeilijkheid vormen. Hieraan ligt ten grondslag de problematiek van samenhang aanbrengen binnen de taal en het beperkte inlevings- en verplaatsingsvermogen.

In de praktijk betekent dit dat mensen met autisme goed kunnen omgaan met alles wat 'letterlijk' en concreet is. Problemen doen zich voor, als de andere partij bijvoorbeeld woordgrapjes of sarcastische, spreekwoordelijke of emotioneel gekleurde begrippen gaat gebruiken. Verwijzende woorden, waarbij de betekenis varieert in tijd, ruimte of persoon (zoals Ďmorgení, Ďonderí, Ďikí) zijn vaak problematisch. Hoe abstracter de begrippen, hoe moeilijker het wordt voor mensen met autisme.

Het "om de beurt wat zeggen in een gesprek" is ook soms een probleem. Autistische mensen blijven hangen in hun eigen interesse(s). Hun verhaal kan onverwachte wendingen nemen en is vaak associatief en fragmentarisch.

Echolalie (het herhalen van woorden of zinnen van anderen) komt vaak voor, vooral bij jongere kinderen met autisme maar is ook merkbaar bij autistische ouderen, vooral in situaties met stress.

Bij een persoon met autisme kan er sprake zijn van een vertraagde ontwikkeling van Ďgezamenlijke aandachtí (joint attention). Het kan zijn dat dit gedrag niet of slechts beperkt ontwikkeld wordt. Een kind dat een normale ontwikkeling doormaakt zal rond zijn eerste levensjaar gezamenlijk met anderen zijn aandacht op iets kunnen richten. Het kind vraagt hierbij de aandacht van een ander door te wijzen naar een bepaalde gebeurtenis of voorwerp. Ook het kijken in dezelfde richting als een ander, als deze zijn hoofd draait om naar iets te kijken, is een vorm van Ďgezamenlijke aandachtí. Dit wordt Ďgaze-followingí genoemd.

Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit alles vaak nog duidelijker naar voren. Voor non-verbale communicatie gelden vergelijkbare problemen.

Verbeelding
Lorna Wing verving in 1996 in de trias het begrip stereotiep gedrag door het begrip verbeelding.
  • Stereotiep gedrag of herhaling van handelingen, ritueel of dwangmatig gedrag komt veel voor, vooral gedurende de kindertijd tot de leeftijd van drie jaar, zoals hoofdwiegen, fladderen met de handen, speelgoedauto's op een rij zetten enzovoort.

    Vooral mensen met autisme en een verstandelijke handicap kunnen erg dwangmatig vasthouden aan bepaalde gewoontes.

    In het hoofd van een persoon met autisme is het meestal een chaos. Drukte, onregelmatigheid en (onvoorspelbare en plotselinge) veranderingen zijn voor mensen met autisme een zware belasting. De meesten hebben voortdurend structuur nodig. Die kunnen ze zelf niet aanbrengen en moet hen dus door de omgeving worden aangereikt.

  • Afwijkingen in de verbeelding uiten zich al vroeg in de spelontwikkeling; er zit weinig variatie in en zich iets uit het niets voorstellen lukt nauwelijks. Autistische mensen komen vaak niet verder dan het kopiŽren van andermans gedrag.

    Verbeelding is wat mensen gebruiken om een betekenis toe te kennen aan een bepaald symbool. Mensen zonder autisme kunnen symbolen op velerlei wijzen toepassen en vanuit deze basis die toepassingen ook weer in nieuwe situaties gebruiken, zonder alles opnieuw te moeten leren. Voor mensen met autisme geldt dit soms niet. Het gebruik van de betekenis van een symbool in situatie A helpt hen niet voor het gebruik van hetzelfde symbool in situatie B. Bij kinderen kan dit bijvoorbeeld betekenen dat zij in de badkamer hun tanden poetsen, omdat het gebruik van de tandenborstel gekoppeld is aan de badkamer. Wil men dan dat het kind in de keuken zijn tanden poetst, dan zal het kind opnieuw betekenis aan de tandenborstel moeten toekennen. De tandenborstel had namelijk enkel een betekenis ('tanden poetsen') in combinatie met de badkamer en niet met de keuken. Dit gaat echter niet voor alle autistische kinderen op.

    Doordat mensen met autisme in stukjes denken (fragmentarisch) is het voor hen ook moeilijk, vrijwel onmogelijk, om het grote geheel te zien. Als het beeld dat ze kennen verandert, zullen ze meestal opnieuw beginnen met het waarnemen van alle individuele kenmerken van het beeld, en met het inpuzzelen van deze kenmerken wederom komen tot het grote geheel.

Sociale interactie
De stoornis binnen de sociale interactie is vaak het opvallendste kenmerk van autisme. Mensen verwachten van elkaar een bepaalde vorm van socialiteit, zeker als het gaat om de opbouw van een relatie, waarin ook wederkerigheid wordt verwacht.

Voor mensen met autisme is dit soort zaken meestal heel erg moeilijk, omdat er voor sociale interacties geen duidelijke en vaste regels zijn en zij dus weinig houvast hebben. Door hun probleem met empathie is het ook erg moeilijk voor hen om zich in de gevoelens en gedachtegang van de ander te verplaatsen. Ook zijn mensen met autisme niet goed in het uitdrukken van hun gevoelens. Zij missen een coherent zelfbeeld waardoor zij hun emoties tegenover anderen niet duidelijk kunnen definiŽren. Een mogelijke oorzaak van het onduidelijk zelfbeeld is het onduidelijk ik-bewustzijn. Uit de zinnelijke gewaarwordingen van hun eigen lichaam kunnen autistische mensen geen coherent ik-bewustzijn synthetiseren. Hun vermogen om sociale emoties te kunnen herkennen en benoemen staat in een rechtstreekse verhouding tot hun veelal beperkt abstractievermogen.

De sociale stoornis kan zich heel divers manifesteren. Er worden vier types onderscheiden:

  • Het afzijdige of inalerte type: dit is de klassieke autist, meestal met een verstandelijke handicap. Onverschillig tegenover vreemden, maar ze aanvaarden lichamelijke toenadering door wie ze vertrouwen. Omgang met anderen alleen als ze er iets van willen.
  • Het passieve type: zij zullen zelf geen initiatief nemen, maar zijn bereid te doen wat hen gevraagd wordt.
  • Het actief-maar-bizarre type: neemt initiatief tot sociaal contact. De wijze waarop is echter onaangepast en eenzijdig. Ze praten eindeloos over hun eigen themaís of interesses en gaan alleen van zichzelf uit. In deze groep komen doorgaans gemiddeld- tot hoogintelligente personen voor.
  • Het stijf-formalistische of hoogdravende type: is overmatig beleefd en vormelijk. Door hun goede intelligentie weten zij hun problemen te compenseren en camoufleren. Zij leren sociale regels uit het hoofd en overleven op basis van aangeleerde of verworven scripts. Ze missen evenwel de intuÔtie, nodig om de subtiliteiten van het intermenselijk verkeer te begrijpen. Gebrek aan empathie en sociale naÔviteit kenmerken deze groep het meest.
Aantallen
pl-wiki-Increase_in_autism_diagnosis.jpg Tot voor enkele jaren, toen men enkel het klassiek autisme als Ďechtí beschouwde, werd aangenomen dat autisme bij 1 op 2200 mensen voorkwam. Het Steunpunt Expertisenetwerken Vlaanderen spreekt nu al van 1 op 165. Als daarvan 1 op de 4 vrouw is, wil dat zeggen; 1 op de 110 mannen zou autist zijn en 1 op de 330 vrouwen. De uitbreiding van de definitie (met het syndroom van Asperger en PDD-NOS enzovoort) en de verbetering van de diagnose zouden de belangrijkste redenen zijn waarom dit cijfer zo spectaculair is gestegen.

Het Vlaamse Autisme Centraal geeft aan dat 1 op 200 mensen zich binnen het autismespectrum bevinden en 1 op 1000 klassiek autisme hebben. Een op vier mensen met autisme zou vrouw zijn, maar deze vrouwen zouden een lagere intelligentie hebben. Vooral in de groep van normaal begaafden lijken mannen oververtegenwoordigd te zijn. Dit is echter niet zeker, het zou kunnen dat vrouwen, en zeker normaal begaafde vrouwen, minder kans hebben een diagnose te krijgen.

Oorzaken
Wat de oorzaken van autisme betreft, zijn er al vele zaken geopperd. Sommige lijken op dit moment waarschijnlijker dan andere. Er zijn nog maar weinig wetenschappelijk goed onderbouwde conclusies.

Genetische (erfelijke) oorzaken
  • Een theorie stelt dat autisme zou worden veroorzaakt door een complexe interactie van verschillende genen. Welke combinatie van genen dat zou zijn, is nog onduidelijk.
  • In 90% van de gevallen heeft autisme te maken met een erfelijke aandoening. Onderzoek is gedaan met behulp van tweelingen en via familiestudies. De resterende 10% zou door omgevingsvariabelen veroorzaakt worden.
  • De kans dat iemand autisme heeft, is vijftig tot honderd keer groter wanneer nog een andere persoon binnen het gezin dat heeft. Hoe groter het aantal mensen met autisme binnen een familie, hoe groter de kans dat er nog meer kinderen komen met autisme of autistiform gedrag.
  • Een van de theorieŽn die nog worden onderzocht, is dat stoornissen in spiegelneuronsystemen met autistische verschijnselen samenhangen.
Meiose
Meiose komt in oudere onderzoeksliteratuur naar voren als proces dat van invloed is op het ontwikkelen van autisme. Meiose is het proces waarbij voortplantingscellen worden geproduceerd. Bij meiose worden de chromosoomparen gesplitst en wel zo dat van ieder paar ťťn vertegenwoordiger naar een dochtercel gaat. Hierdoor wordt, per cel, het aantal chromosomen gehalveerd, terwijl ieder kenmerk (gen) toch nog aanwezig blijft. Wat de informatie voor elk kenmerk inhoudt, wordt louter door het toeval bepaald. Naast het toevalsproces voor wat betreft de kenmerken, vindt er een tweede toevalsproces plaats. In dit tweede toevalsproces worden er in het DNA op een willekeurige manier stukjes DNA weggelaten (deletie), toegevoegd (duplicatie), verplaatst (translocatie) en omgedraaid (inversie). Dit proces leidt tot meer genetische verschillen tussen mensen, en verklaart waarom zelfs een eeneiÔge tweeling genetisch niet 100% gelijk is.

Probleem van het tweede toevalsproces is dat er genetische fouten kunnen ontstaan rond de conceptie. Door met name de deletie en de duplicatie kunnen chromosomen korter of langer worden of er kan een compleet extra chromosoom ontstaan. Het resultaat van een spontane verandering in de structuur van DNA is een zogenoemde copynumbervariatie. Door het ontstaan van een copynumbervariaties kunnen chromosomen van ongelijke grootte of ongelijk aantal worden samengebracht in een nieuwe cel. Als dit gebeurt rond de conceptie, ontstaat er uit deze eerste cel een mens met een genetische variatie. Dit kan zowel positief als negatief uitvallen. In positieve gevallen ontstaat er een mens uit die in staat is tot een bijzondere vaardigheid die positief wordt beoordeeld, bijvoorbeeld in sport of wetenschap. In negatieve gevallen kun je te maken krijgen met een syndroom of een ernstige handicap.

Op basis van het meioseproces kan autisme waarschijnlijk op twee manieren ontstaan.

  • 1. een spontane afwijking (een 'de novo'-situatie): hierbij gaan er twee chromosomen samen waarvan er ťťn een copynumbervariatie heeft als gevolg van het meioseproces.
  • 2. een ouder is zonder het te weten drager van een chromosoom met een copynumbervariatie en geeft deze bij de conceptie door aan het kind, wat bij het kind andere gevolgen heeft, dan bij de ouder.
Er zijn dus in de meiose stukjes te veel of stukjes te weinig in het DNA ontstaan op een specifieke locatie. Hiermee wordt de basis gelegd voor een syndroom.

Autisme en schizofrenie
Vervolgens treden er problemen op in de ontwikkeling van het embryo in de eerste maand van de zwangerschap. Ongeveer 20 tot 40 dagen na de bevruchting gaat er bij beide stoornissen iets fout in de aanleg van de lichaamsdelen en hersenen, wat een kettingreactie op gang brengt, die zowel autisme als schizofrenie met zich kunnen brengen. Autisme en schizofrenie zijn dan mogelijk ook onderdeel van een continuŁm waarbinnen zowel het autismespectrum als het schizoÔde spectrum valt. Dit verklaart waarom er in gezinnen met autisme ook regelmatig mensen zijn te vinden met schizofrenie. Autisme en schizofrenie zijn dus geen opzichzelfstaande afwijkingen, maar een gevolg van een spontane genetisch verandering die een syndroom tot gevolg heeft. Afhankelijk van de ernst van de genetische verandering kan de mate van het autismespectrumstoornis of de schizoÔde spectrumstoornis verschillen. Bij alle afwijkingen zijn een aantal identieke kenmerken te zien:
  • verminderde emotieherkenning
  • problemen met de theory of mind (vermogen zich een beeld te vormen van het perspectief van een ander en indirect ook van zichzelf);
  • problemen met de centrale coherentie (de wereld bestaat uit fragmenten zonder directe samenhang en moet aan elkaar gepuzzeld worden);
  • catatonie (onbeweeglijkheid of typische stereotiepe beweging maken al dan niet met geluid);
  • problemen met de executieve functies (hogere stuurfuncties van de hersenen);
  • de afwijkingen komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen;
  • echolalie
Er is tot nu toe een negental locaties ontdekt op het DNA waar de syndromen zijn te vinden, die worden gerelateerd aan autisme of schizofrenie, de zogenoemde 'hotspots': 1q21.1(chromosoom 1, lange arm, bandje 21.1), 3q29, 15q13.3, 16p11.2 (chromosoom 16, korte arm, bandje 11.2), 16p13.1, 16q21, 17p12, 21q11.2 en 21q13.3. Bij een aantal hotspots is zowel autisme als schizofrenie waargenomen op die locatie. In andere gevallen is de ene vorm waargenomen en wordt naar de andere nog gezocht. Statistisch is vastgesteld dat bij een deletie van 1q21.1 (1q21.1-deletiesyndroom) significant vaker schizofrenie voorkomt en bij een duplicatie van 1q21.1 (1q21.1-duplicatiesyndroom) significant vaker autisme voorkomt. Vergelijkbare waarnemingen zijn gedaan voor chromosoom 16 op 16p11.2 (deficiŽntie: autisme/duplicatie: schizofrenie), chromosoom 22 op 22q11.21 (deficiŽntie (velo-cardio-faciaal syndroom): schizofrenie/duplicatie: autisme) en 22q13.3 (deficiŽntie (Phelan-McDermid syndroom): schizofrenie/duplicatie: autisme). Onderzoek naar autisme/schizofrenie-relaties gekoppeld aan deficiŽnties/duplicaties voor chromosoom 15 (15q13.3), chromosoom 16 (16p13.1) en chromosoom 17 (17p12) zijn nog niet eenduidig.

Vaker bij mannen dan bij vrouwen
Vanuit de genetische hoek is er ook een oorzaak aan te geven waarom autisme vaker voorkomt bij mannen dan bij vrouwen. Vrouwen hebben in beginsel identieke X-chromosomen en in iedere cel wordt een van deze chromosomen uitgeschakeld. Welk exemplaar wordt uitgeschakeld is in principe willekeurig en onder normale omstandigheden leidt dit tot een verhouding van 50%-50% over alle cellen. Wanneer er bij vrouwen sprake is van autisme schuift de verhouding scheef ten gunste van het betere chromosoom, bijvoorbeeld naar een verhouding van 20%-80%. Dit fenomeen wordt 'X-chromosome skewness' (skewness = scheefheid) genoemd en lijkt de mate van autisme te dempen.

Omdat mannen maar ťťn X-chromosoom en ťťn Y-chromosoom per cel bezitten, kan hier geen skewness optreden. Bij vrouwen ontbreekt het Y-chromosoom.

Autisme en unieke DNA-mutaties
Recente onderzoeken lijken de theorie dat autisme een gevolg is van spontane en unieke DNA-mutaties te bevestigen. Onderzoekers van de Yale Universiteit deden een omvangrijke studie van 1000 gezinnen waarbij in elk gezin het autistisch kind werd vergeleken met een normaal broertje of zusje. Het bleek dat bij autistische kinderen relatief veel copynumbervariaties voorkwamen. Hierbij is bij gepaarde chromosomen de uitwisseling van genetisch materiaal niet compleet. In het ene chromosoom ontbreekt dan een stukje, dat in het ander dubbel voorkomt. Deze variaties werden op veel verschillende locaties van vooral de chromosomen 7, 15, 16, 17 en Neurexin1 aangetroffen. De meeste patronen van deleties en duplicaties waren vrij uniek. Veel van de dubbele of ontbrekende genen waren bovendien betrokken bij de organisatie van de hersenen, zoals de aanmaak van synapsen. Ook bij meisjes werden deze variaties aangetroffen, maar daarbij bleek autisme alleen op te treden bij zeer grote mutaties. Het laatste wijst er misschien op dat meisjes meer resistent zijn voor de mutaties of dat er sprake is van genomische inprenting.

Andere theorieŽn
  • Er wordt wel gesuggereerd dat mensen met autisme en aanverwante aandoeningen gevoelig zouden zijn voor opioÔde peptiden afkomstig van gedeeltelijk verteerde gluten (glutenexorfinen, gliadorfine) en/of caseÔne (casomorfinen). Deze zouden zich binden aan opioÔde receptoren in de hersenen. OpioÔde peptidesystemen in de hersenen spelen een belangrijke rol in motivatie, emotie, hechting, de reactie op stress en pijn en de controle van voedselinname. Lang niet alle onderzoekers zijn ervan overtuigd dat er een verband aangetoond is tussen gluten en/of caseÔne in de voeding en het ontstaan van autisme. In 2008 werd in een gezaghebbend wetenschappelijk artikel (Cochrane meta-analyse) geconcludeerd dat een gluten- en/of caseÔnevrij dieet nauwelijks effect heeft bij autisme.
  • De theorie dat autisme wordt veroorzaakt door een kille of zogenaamde koelkastmoeder, of door een patriarchale of extreem godsdienstige of wetenschappelijke vader geldt als achterhaald. Ouders zijn in ere hersteld en worden nu gezien als een deel van de oplossing in plaats als het probleem. Wel kunnen kinderen die in een vroege levensfase individuele aandacht ontberen, zoals in een weeshuis soms het geval is, symptomen ontwikkelen die sterk lijken op die van autisme.
  • Er is geen verband gevonden tussen complicaties tijdens de geboorte en het ontstaan van autisme.
  • Er circuleren berichten dat autisme mede veroorzaakt zou worden door Bof-Mazelen-Rode hond-vaccinatie. Het artikel in The Lancet uit 1998 dat aanleiding was tot die conclusie, is na een lang onderzoek in 2010 door dezelfde Lancet ingetrokken. In 2004 hadden tien van de oorspronkelijke dertien auteurs van het artikel al publiekelijk afstand genomen van de suggestie dat er een verband zou bestaan tussen de gewraakte vaccinatie en autisme. Gebleken was dat van die berichtgeving niets klopte. In 2011 werd zelfs bekend dat de auteurs van het artikel de medische gegevens van de 12 onderzochte kinderen op geraffineerde wijze vervalst hadden.
  • De (ontwikkelings)leeftijd, individuele kwetsbaarheid (andere syndromen, epilepsie) en in beperkte mate omgevingsinvloeden (de onaangepaste samenleving) bepalen mede de ernst en de vorm van autisme, maar niet de oorzaak.
  • Bij mensen met autisme wordt een lagere hoeveelheid oxytocine aangetroffen, hetgeen suggereert dat dit hormoon het onderkennen en begrijpen van sociale codes bevordert. Behandeling met oxytocine blijkt autistische personen inderdaad socialer te maken ten opzichte van autistische personen die met een placebo werden behandeld. Afwijkingen in het gen dat codeert voor de oxytocinereceptor zijn in verband gebracht met een verhoogd risico op autisme.
Diagnose
Omschrijving en belang
De diagnose is de erkenning door een autismedeskundige of een diagnosecentrum op basis van biologische of gedragscriteria. De diagnose kan de basis vormen voor verwerking, ondersteuning en leren. Voor de verwerking is vooral de erkenning van de diagnose door de omgeving erg belangrijk. Voor ondersteuning vragen overheidsinstanties een diagnose ter staving.

Weinig personen in de psychische hulpverlening zijn op dit moment goed in staat de diagnose van autismespectrumstoornis (of ASS) - van het zware klassiek autisme tot het mildere syndroom van Asperger - correct te stellen. Met de ouders en andere betrokkenen moet gepraat worden over het huidige en vroegere functioneren van de persoon. Er moet voldoende tijd genomen worden om het gedrag uitgebreid te observeren in verschillende contexten en situaties. ĎOfflineí-diagnostiek (testen, vragenlijsten) brengt de sociale problemen in het echte leven niet of onvoldoende aan het licht.

Uit differentiŽle diagnose volgt dat een van de meest voorkomende aandoeningen die dezelfde symptomen oplevert verwaarlozing is. Kinderen die erg verwaarloosd zijn, zoals kastkinderen, kunnen gedrag vertonen dat lijkt op autisme, maar het zeker niet is. Er zijn diagnosecentra in Vlaanderen en Nederland.

Diagnose op basis van gedrag
Gedragsobservaties blijven voorlopig de algemeen aanvaarde basis voor het stellen van een diagnose van autisme. Dit kan al op jonge leeftijd. Daarbij kijkt de deskundige vooral naar de (sociale) ontwikkelingsgeschiedenis, de medische voorgeschiedenis, taalontwikkeling, stereotiep gedrag/interesses/handelingen, cognitief functioneren, neuropsychologische gezondheid (zie ook Sally en Anne), motorische vaardigheden, zelfredzaamheid, en psychisch en sociaal-emotioneel functioneren.

Hoewel diagnostische instrumenten zoals gedragsvragenlijsten en observatieschalen de betrouwbaarheid verhogen, blijft de juiste diagnose sterk afhankelijk van de klinische ervaring en de intuÔtie van de diagnosticus in het herkennen van een bepaald gedragspatroon. Met andere woorden, er is nog steeds een aanzienlijk subjectief element in de diagnostiek.

Daarnaast wordt de ontwikkelingsgeschiedenis van de persoon in kaart gebracht in een gesprek met hem en zijn nabije omgeving (partner, ouders, vertrouwenspersoon). Door observatie in de vertrouwde omgeving en/of in een ander milieu en een psychiatrisch onderzoek kan de diagnose gesteld worden. Andere mogelijke onderzoeken zijn een neurologisch onderzoek, een psychologisch onderzoek van de cognitieve mogelijkheden, en het opmaken van een psychologisch educatief profiel (PEP). Het is belangrijk naar de volledige trias van stoornissen te kijken, en zich niet te beperken tot een deel ervan, zoals de communicatie of stereotiep gedrag.

Diagnose op basis van biologische kenmerken
Er is veel onderzoek gedaan naar diagnostisch biologische kenmerken (zogenaamde biomarkers op grond waarvan gevoeligheid voor autisme kan worden vastgesteld. Dit als aanvulling op de diagnostische gedragskenmerken. De onderzochte biomarkers zijn onder andere kenmerken van stofwisseling, bloedonderzoek naar genetische kenmerken, typische oogbewegingen en 'kijkgedrag' en structuur en functie van de hersenen, zoals in de vorm van MRI- en fMRI-indices van de hersenen. Tot nu toe heeft dit onderzoek echter niet geresulteerd in klinisch bruikbare biomarkers van autisme. Dit heeft mede te maken met de vele verschijningsvormen (fenotypische expressie) van autisme. De grootste belofte lijkt het onderzoek naar hersenfuncties te bieden. Echter, ondanks het toegenomen inzicht in hersenfuncties bij autisme, een eenduidige manier om bijvoorbeeld door middel van hersenscans autisme betrouwbaar te diagnosticeren ontbreekt nog.

Gevolgen
pl-wiki-5F23.jpg Door de moeilijkheden om langdurige en intensieve contacten op te bouwen, kan autisme leiden tot een vereenzaamd leven zonder (veel) sociale contacten. Een minderheid van de volwassen autistische mensen is in staat een relatie op te bouwen. Slechts een klein deel van hen heeft kinderen (vaak ook met autisme). Toch bestaan er volledig autistische gezinnen die door deze homogeniteit harmonieus functioneren. Zowel op school als in de werksituatie kan autisme tot integratiemoeilijkheden en drammerig gedrag leiden.

Autistische personen hebben meestal hulp nodig op het gebied van communicatie, omgang met gevoelens en kritiek, maar ook met geld en huishouden. Verder heeft het autisme van een persoon vaak ook effect op zijn omgeving (ouders, broers en zussen, partners, professionelen). Duidelijkheid over de diagnose, informatie- en ervaringsuitwisseling en het inzetten van hulpverleners helpen de omgeving in de omgang met mensen met autisme. Dit gebeurt onder meer via thuisbegeleiding.

Erkenning
Mensen met autisme en hun omgeving hebben in de loop der tijd hard geijverd voor de erkenning van autisme als een ernstige handicap die recht geeft op professionele hulp. Om ondersteuning te krijgen moet hun autisme eerst erkend worden door een team van deskundigen aangesteld door de overheid.
  • Vier op de vijf mensen met autisme krijgen een vorm van ondersteuning bij wonen en tewerkstelling of zij leven in een instelling. Ze hebben naast hun autisme soms nog een andere handicap, zie hiervoor comorbiditeit.
  • Een op de vier mensen met autisme echter moet elke vorm van ondersteuning ontberen omdat zij geen diagnose hebben en dus ook geen officiŽle handicap.
    • Mensen met een lichtere vorm van autisme kunnen (afhankelijk van het karakter, de intelligentie en omgevingsfactoren zoals de opvoeding), hun autisme vaak voldoende camoufleren of compenseren om zelfstandig te leven. Het valt dan niet op en er wordt geen actie ondernomen.
    • Bij veel normaal begaafde personen met autisme wordt de diagnose pas op latere leeftijd gesteld, tijdens of zelfs na de adolescentie. De tekorten vallen pas op in intieme relaties, waar spontaneÔteit, inlevingsvermogen, emotionele ondersteuning en wederkerigheid vereist zijn.
Ondersteuning bij onderwijs
De keuze tussen gewoon en buitengewoon onderwijs (doorgaans voor personen met een verstandelijke en motorische handicap) hangt af van de verstandelijke vermogens van het kind, maar ook van de inspanningen van ouders ťn de school; directie, leerkrachten, andere leerlingen, psychopedagogisch consulent).
  • Inclusief onderwijs betekent hoofdzakelijk dat er afgestapt wordt van buitengewoon onderwijs; dat kinderen en jongeren met autisme die thuishoren in een speciale school nu naar het gewoon onderwijs gaan.
  • GeÔntegreerd onderwijs is een systeem waarbij leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs ondersteuning geven aan leerkrachten en/of kinderen in het gewoon onderwijs. Dit lijkt beter te werken dan het inclusieve onderwijs. In het secundair en hoger onderwijs echter zijn in dit systeem de (leer- en gedrags)problemen door hun complexiteit moeilijk op te vangen.
  • Steunpunten autisme Elk Regionaal Expertisecentrum (REC) heeft een Steunpunt Autisme ingericht.
Ondersteuning bij werk
Nauwelijks 6% van alle mensen met autisme hebben een betaalde fulltimebaan, bij autistische personen met een normale begaafdheid is dat amper het dubbele. De redenen hiervoor zijn:
  • Het clichť-beeld over autisme bij werkgevers die de voordelen vaak niet (er)kennen
  • De moeilijkheden van mensen met autisme om banen te vinden, maar vooral om ze te behouden
  • Gebrek aan zelfwaardering van de autist zelf
  • De onzichtbaarheid van de handicap
  • Een autisme-onvriendelijke werkplek
  • Gebrek aan ondersteuning vanuit arbeidstrajectbegeleiding en beroepsopleiding
Doorgaans begint ondersteuning met erkenning van de mogelijkheden en een vroegtijdige diagnose. Voor de meeste mensen met autisme helpt een autismevriendelijke - concrete en rustige - omgeving.

Behandeling
Doorgaans is enige vorm van behandeling of ondersteuning raadzaam. Deze behandelingen zijn niet gericht op de genezing van autisme, maar op ondersteuning in het omgaan met autisme.

Psychologische en gedragstherapeutische behandelingen
Deze behandelingen richten zich op:
  • 1. Verbetering van de communicatieve vaardigheden
  • 2. Inperken van stereotiepe gedragingen
  • 3. Stimuleren en optimaliseren van sociale interactie
  • 4. Leveren van opvoedingsondersteuning
Er bestaan algemene benaderingen die uitgaan van leertheoretische principes en specifieke benaderingen.

Medicatie
Er bestaat geen medicijn tegen autisme, maar soms kan ondersteuning nodig zijn door middel van medicatie zoals antipsychotica en/of antidepressiva. Ook wordt pipamperon (Dipiperon) gebruikt.

Lotgenotencontact
Naast het volgen van een therapie kan een autistisch persoon zich aansluiten bij een zelfhulpgroep.

Maatschappij en autisme
Sommige mensen streven integratie van autistische mensen in de maatschappij na (o.a. Reuven Feuerstein). Zij willen een volledige behandeling van autisme. Zij vinden dat mensen met autisme hun omgeving moeten ontlasten en alleen door ondersteuning op maat (onder andere therapie) gelukkig en zelfstandig kunnen leven.

Anderen vinden dat mensen met autisme gerespecteerd moeten worden in hun eigenheid. Autisme is niet alleen het in zichzelf gekeerd zijn en een vertraagde ontwikkeling, maar in essentie een andere ontwikkeling. Autistische personen kunnen zich weliswaar totaal anders gedragen aan de buitenkant, maar hebben eenzelfde manier van informatie verwerken aan de binnenkant. De stoornis kan alleen in een onaangepaste omgeving leiden tot een handicap. Mensen met autisme - vooral hoger functionerende zoals Asperger - hoeven niet behandeld te worden, tenzij ze dat zelf willen. De maatschappij moet veranderen en opname (inclusie) van autisme mogelijk maken. Toch blijft autisme levenslang en is 'genezing', indien al wenselijk, uitgesloten.

pl-wiki-Irlen_syndrome_text.jpg
Comorbiditeit
Vaak komen naast autisme andere problemen voor. De percentages hieronder hebben betrekking op de personen die in het begin van de 21e eeuw een diagnose autisme(spectrumstoornis) hebben (gekregen). Naarmate meer mensen met een normale of hogere begaafdheid deze diagnose krijgen, zullen deze veranderen.
Verder zijn er vaak ongewone reacties op zintuiglijke prikkels hypersensiviteit of hyposensitiviteit), afwijkende motoriek, extreme en schijnbaar onlogische angsten. Soms is er een opvallende vaardigheid op een bepaald vlak: tekenen, musiceren, hoofdrekenen of vroegtijdig kunnen lezen of er is een enorm geheugen voor feiten. Men spreekt wel van Savantsyndroom. Personen met een echte Savant skill vormen een kleine minderheid.

Misverstanden
De maatschappij verbindt de term Ďautismeí nog steeds aan de kenmerken van klassiek autisme bij personen met een verstandelijke handicap: opvallende beperkingen in het sociale contact, weinig of geen gesproken taal, duidelijk stereotiepe (motorische) handelingen en een opvallende weerstand tegen veranderingen. Anderzijds heerst ook vaak het misverstand dat autistische kinderen onhandelbaar en agressief zouden zijn. Autistische personen zijn evenmin altijd 'savant' zoals in Rain Man.

Onderzoek
Uit onderzoek blijkt dat de eerste uitingen van autisme zijn te herkennen aan de manier waarop baby's spelen. Bij dit onderzoek kregen 12 maanden oude baby's diverse objecten aangeboden om mee te spelen. De baby's waarbij later autisme werd vastgesteld bleken anders te hebben gespeeld met de objecten dan de baby's zonder autisme:
  • Ze lieten de voorwerpen vaker rondtollen of schommelen
  • Ze staarden er vanuit hun ooghoeken naar
  • Of ze staarden er meer dan 10 seconden naar.
Met name de twee laatste kenmerken worden sterk in verband gebracht met autisme. Volgens de onderzoekers zou dat kunnen komen doordat autistische mensen niet goed informatie kunnen filteren. Daardoor zou hun brein overspoeld raken door grote hoeveelheden details. Uit de ooghoeken kijken is een manier om minder details binnen te krijgen.

Literatuur
Een selectie van boeken over het omgaan met autisme:
  • Kees Momma (1996): En toen verscheen een regenboog
  • Wendy Buysse, Yvette Dijkxhoorn en Ina van Berckelaer-Onnes (2000): Werken aan herstel van het gewone leven
  • Hilde De Clercq (2005): Autisme van binnen uit
  • Caroline van der Velde (2007): Pubergids autisme
  • Ilse Noens, Rien van IJzendoorn en Ina van Berckelaer-Onnes (2007): Autisme in orthopedagogisch perspectief
  • Sigrid Landman (2009): Moederen met autisme
  • Sarah Morton (2009): Afwijkend en toch zo gewoon
  • Mar Wanrooij (2009): Autisme, een slecht passend jasje
  • Uta Frith (2009): Autisme, een korte inleiding
  • Annelies Spek (2009): Mindfulness bij volwassenen met autisme
  • Simon Baron-Cohen (2009): Autisme en Asperger-syndroom
  • Theo Peeters (2009): Autisme. Van begrijpen tot begeleiden
  • Peter Vermeulen (2009): Autisme als contextblindheid
  • Wessel Broekhuis (2010): Alleen met mijn wereld Ė hoe ik leerde leven met autisme
  • Maddy Hulshof (2011): Dirigeren van de oceaan
  • Herman Jansen en Betty Rombout (2011): Autipower, succesvol leven en werken met een vorm van autisme
  • Rob Broersen en Lise Van De Kamp (2012): Met autisme valt goed te leven!
  • Peggy Royackers (2013): Autisme in bolletjes
Zie ook .

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-50.jpg

Autisme; Foliumzuur verkleint kans op autisme. Bron internet: Google
Vrouwen die foliumzuur slikken in een vroeg stadium van hun zwangerschap, halveren het risico op een kind met autisme.

In een later stadium met foliumzuur beginnen heeft geen effect.
Dat blijkt uit resultaten van de ABC-study - een onderzoek onder Noorse moeders en hun kinderen - uitgevoerd door onder andere het Noorse Instituut voor Volksgezondheid en de Colombia University in New York.
Vrouwen die vier weken voor de conceptie tot acht weken in de zwangerschap foliumzuur slikten hadden een 40 procent kleinere kans op een kind met klassiek autisme.
Op de ontwikkeling van atypisch autisme en Asperger had foliumzuur geen effect. Ook andere voedingssupplementen verkleinden het risico niet. Ditzelfde geldt voor de inname van foliumzuur via de voeding.

Belang
"Het is niet zo dat ons onderzoek bewijst dat foliumzuur autisme kan voorkomen", legt onderzoeker Pal Suren uit. "Maar het biedt zeker aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. Daarbij benadrukt het het belang van foliumzuur".
De ABC-study volgt moeders en kinderen die geboren zijn tussen 2002 en 2008. In totaal omvat de studie 85.176 kinderen. Het onderzoek is gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-42.jpg

Autisme; Duits computerbedrijf zoekt autistisch personeel. Bron internet: Google
Het Duitse computerbedrijf SAP is op zoek naar honderden mensen met autisme voor het vervullen van technologische topfuncties.

Het bedrijf uit wil 500 autistische IT-medewerkers in dienst nemen 'omdat ze anders denken dan andere mensení.
Welke vaardigheden het bedrijf precies denkt te vinden bij autisten, komt niet naar voren in het door het bedrijf uitgezonden persbericht.

Sollicitaties
Bij het bedrijf werken wereldwijd 65.000 mensen. In het jaar 2020 moet 1 procent daarvan autistisch zijn. De sollicitaties gaan dit jaar van start in Duitsland, Amerika en de Verenigde Staten. Experts met veel kennis over autisme leiden alles in goede banen, staat op de website van SAP.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-08.jpg

Autisme; Autisme bij muizen teruggedraaid. Bron internet: Google
Overproductie van bepaalde eiwitten zorgt bij muizen voor autisme-achtige kenmerken.

Dat schrijven Canadese onderzoekers van de McGill Universiteit in Montreal.
De wetenschappers ontdekten dat overproductie van zogenaamde neuroligines autisme-achtige eigenschappen bij muizen veroorzaakte, zoals repeterende interesse.
Neuroligines zijn eiwitten die betrokken zijn bij de aanmaak van synapsen, de verbindingen tussen hersencellen die verantwoordelijk zijn voor het uitwisselen van informatie tussen deze cellen.

Uit balans
Als het aantal en de activiteit van synapsen uit balans is, heeft dat een verstoorde informatieoverdracht en daarmee psychische aandoeningen tot gevolg.
Wetenschappers wijten autisme vooral aan hyperconnectiviteit, oftewel een overschot aan verbindingen, in bepaalde hersendelen. Al eerder ontdekten onderzoekers dat mutaties in neuroliginegenen vaker voorkwamen bij mensen met autisme.

Medicijnen
Hoopgevend was dat het de Canadezen lukte om de overproductie van neuroligines terug te dringen en daarmee autisme terug te draaien. Ze bereikten dat door de muizen medicijnen te geven die de aanmaak van eiwitten in het algemeen, en daarmee ook neuroligines, terugdrongen.
Deze manier van behandelen is vrij ruw en niet geschikt voor mensen, maar de onderzoekers hopen dat nu het mechanisme bekend is,er snel geschiktere medicijnen beschikbaar komen.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-10.jpg

Autisme; Stemgeluid niet prettig voor kinderen met autisme. Bron internet: Google
Kinderen met autisme hebben mogelijk problemen met het menselijk stemgeluid. Zij vinden het niet zo prettig om naar een stem te luisteren.

Dat stellen onderzoekers van de Stanford University in de Proceedings of the National Academy of Sciences.
De wetenschappers vonden bij kinderen met autisme minder sterke verbindingen tussen het hersengedeelte dat stemgeluid verwerkt en het beloningscentrum. Normaal gesproken ervaren kinderen het stemgeluid als iets prettigs, voor kinderen met autisme lijkt dit niet zo te zijn.

Signalen
"Wanneer we praten, brengen we niet alleen informatie over, maar ook emoties en sociale signalen", legt onderzoeker Daniel Abrams uit. Het is bekend dat kinderen met autisme moeite hebben om deze signalen te lezen en een conversatie te volgen. Kinderen met ernstige autisme lijken zelfs helemaal ongevoelig voor het geluid van de menselijke stem.
Samen met zijn collega's maakte Abrams scans van de hersenen van 20 kinderen. De kinderen waren gemiddeld 10 jaar oud en hebben een lichte vorm van autisme. Zowel het IQ als de lees- en spreekvaardigheden van de kinderen waren normaal, maar ze hadden wel moeite met het interpreteren van emotionele signalen in de stem van andere mensen. De onderzoekers keken ook naar 19 kinderen zonder autisme, met een vergelijkbare leeftijd en IQ.

Verbindingen
De onderzoekers vonden bij de kinderen met autisme een minder sterk verband tussen het hersengebied dat reageert op de menselijke stem en twee andere gebieden die dopamine vrijmaken. Dopamine is een chemische stof die een goed gevoel geeft. Daarnaast was er een minder sterke verbinding tussen het stemgebied en de amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij emotie.
Het is onduidelijke of er sprake is van een oorzakelijk verband. Groter vervolgonderzoek moet dit uitwijzen.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-00.jpg

Autisme; Vijf veelgestelde vragen over autisme. Bron internet: Google
Je hoort er steeds vaker over: kinderen die het 'labeltje' autistisch krijgen opgeplakt. En ook bij volwassenen wordt het regelmatig vastgesteld. Maar wat is autisme nu precies. En is het te genezen? Vijf veelgestelde vragen beantwoord.

1. Wat is autisme?
Het woord autisme komt van het Griekse auto: zelf. Mensen met autisme zijn extreem in zichzelf gekeerd. Andersom kun je zeggen dat zij zich geen beeld kunnen vormen van wat er zich afspeelt in de mensen om hen heen.
Iemand met autisme heeft geen zogenoemd 'theory of mind'; geen begrip van de gedachten en de gevoelens van anderen. Dat zorgt voor allerlei communicatieproblemen. En die versterken weer de neiging om zich op te sluiten in zichzelf. Autisme wordt meestal vastgesteld doordat kinderen laat gaan spreken. Zulke kinderen leren niet goed om een gesprek te beginnen of te onderhouden en ze maken weinig of geen gebruik van gebaren - zoals iemand aankijken of toeknikken - om een gesprek te ondersteunen. Ook volwassenen met autisme doen dit niet. Sommige mensen met autisme, maar niet allemaal, hechten sterk aan vaste rituelen of routines. Zij maken steeds dezelfde lichaamsbewegingen of herhalen telkens dezelfde woorden. Routines helpen bij het ordenen van de mentale chaos, die ontstaat doordat zij zintuiglijke informatie moeilijk kunnen verwerken.

2. Hoe komt het dat je tegenwoordig veel hoort over autisme?
Autisme is een ontwikkelingsstoornis. Om de diagnose te kunnen stellen is onderzoek nodig naar het gedrag dat iemand vertoonde tijdens de jeugd. Dit kan bijvoorbeeld door ouders of naaste verwanten uitgebreid te ondervragen. De kennis en de menskracht voor zulk onderzoek is nog niet zo lang aanwezig bij hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg. Autisme lijkt bovendien op de symptomen van andere psychische klachten, zoals bijvoorbeeld een depressie, een verstandelijke beperking of schizofrenie. De specialistische kennis die nodig is om autisme toch te ontdekken is pas in de tweede helft van de vorige eeuw breed beschikbaar gekomen, dankzij het werk van Leo Kanner en Hans Asperger. In Nederland wordt bij kinderen vaak de diagnose pervasieve ontwikkelingsstoornis gesteld. Dit is een restcategorie; kinderen met deze stoornis hebben sommige, maar niet alle kenmerken van autisme. De populariteit van deze diagnose wordt mede verklaard doordat kinderen met PDD-NOS (de medische afkorting) in aanmerking komen voor een rugzakje, dus extra onderwijs op de basisschool.

3. Hoe wordt autisme vastgesteld?
De diagnose autisme kan worden vastgesteld door middel van een onderzoek naar het gedrag in de jeugd. Zulk onderzoek wordt meestal gedaan door een team waarin een arts, een psycholoog, een orthopedagoog en/of een maatschappelijk werker zitten. Dit is nodig omdat autisme veel verschillende levensgebieden raakt. Denk aan de ontwikkeling van taal, aan sociale vaardigheden, aan vriendschappen, aan stereotypische denkbeelden of gedrag en aan motorische ontwikkeling. Tegenwoordig mag ook een gz-psycholoog, een orthopedagoog of een psychiater alleen de diagnose stellen. Dit is vooral een praktische maatregel, die wachtlijsten moet tegengaan en de kosten moet drukken. De diagnose wordt er soms minder precies van, omdat geen enkel persoon met autisme helemaal dezelfde kenmerken heeft als een ander. Nog minder precies zijn vragenlijsten, die mensen ook op internet kunnen invullen; deze zijn vaak onbetrouwbaar.

4. Wat zijn de oorzaken van autisme?
In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat een genetisch afwijkend patroon ten grondslag ligt aan autisme. Maar daar is niet alles mee gezegd. De uitingsvormen van deze genetische abnormaliteit is bij ieder persoon met autisme weer anders. Vroeger werd gedacht dat er iets mis was met hun hersenen. Dit is een misvatting gebleken. Er is niet een speciaal deel van de hersenen dat 'stuk' is. Bij mensen met autisme zien verschillende delen van de hersenen er wel anders uit dan bij anderen, maar ook 'gewone' delen van de hersenen werken structureel anders dan bij mensen zonder autisme. Meestal wordt autisme beschreven in termen van een gebrek aan empathie. Mensen met autisme kunnen zich moeilijk verplaatsen in de gedachten en gevoelens van een ander mens. Daardoor hebben zij moeite om het gedrag van anderen en ook van zichzelf te voorspellen.
Voorspellingen van andermans gedrag zijn essentieel in de alledaagse communicatie, die daardoor moeizaam verloopt bij iemand met autisme. Hun vermogen tot communiceren wordt verder gehinderd doordat mensen met autisme weliswaar een verbluffend oog voor detail hebben, maar er niet in slagen om verschillende details tot een geheel te integreren. Hoe vertel je een verhaal over iets wat je hebt meegemaakt aan een ander, als je niet weet welke details iemand nodig heeft om jou te begrijpen en welke niet?

5. Hoe kun je autisme behandelen?
Autisme kan niet worden behandeld. Er is geen genezing mogelijk. Er is geen therapie en er zijn geen pillen die mensen van hun autisme af kunnen helpen. Maar dit betekent niet dat zij geen hulp zouden kunnen gebruiken.
TherapieŽn en pillen kunnen wel degelijk helpen om problemen die naar aanleiding van autisme ontstaan, zoals angst of depressie, te bestrijden. De begeleiding van mensen met autisme is verder vooral gericht op het bijschaven van hun gedrag. Zij kunnen door training leren om het gedrag van andere mensen te interpreteren, zodat ze gemakkelijker kunnen communiceren. Ook is begeleiding vaak gericht op het vergroten van de structuur in hun leven. Structuur en vaste patronen, tijdstippen en rituelen maken het leven overzichtelijker en daardoor gemakkelijker.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5000-ntr-strand-ardy-01.jpg

Autisme; Veel meer meisjes autistisch. Bron internet: Google
Voor iedere vier jongens die volgens de dokter autistisch zijn, is er ťťn meisje dat te horen krijgt dat ze deze stoornis heeft. En dat is gek, zeggen Australische onderzoekers. Autisme kent geen biologische component, dus zouden jongens en meisjes het even vaak moeten krijgen. Misschien zijn we gewoon niet zo goed in het ontdekken van deze afwijking bij meisjes.

Om te kijken of autisme zich op dezelfde wijze uit bij jongens en meisjes werd een groep autistische kinderen twee keer getest.
De helft van de groep bestond uit meisjes. Bij beide tests bleken jongens en meisjes dezelfde symptomen te hebben. Er moet dus iets anders aan de hand zijn.

Hyperactief
Volgens de AustraliŽrs wordt autisme vaker ontdekt bij jongens omdat die in veel gevallen hyperactief zijn. Dat gedrag valt op en leidt tot een bezoekje aan de dokter en de diagnose autisme. Meisjes zijn rustiger, maar hebben ondertussen dezelfde stoornis.

Slecht in sociale interactie en communicatie
Autistische kinderen zijn slecht in sociale interactie en communicatie. Ze hebben veel rituelen (al het speelgoed moet altijd op een rijtje staan) of ze vertonen dwangmatig gedrag. Dat valt bij jongens veel meer op, zo schrijven de Australische psychiaters in het vakblad Journal of Autism and Developmental Disorders. Meisjes die slecht communiceren worden gezien als gewoon bescheiden.

Aantal diagnoses explosief gestegen
Het aantal diagnoses van autisme is de afgelopen 20 jaar explosief gestegen. Als meer meisjes te horen krijgen dat ze het hebben, zal het leger gediagnosticeerde autisten alleen maar verder groeien.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6040-speeltuin-07.jpg

Autisme; Verband gewichtstoename zwangere en autisme kind. Bron internet: Google
Onderzoekers van de University of Utah tonen een verband aan tussen de gewichtstoename van moeders tijdens de zwangerschap en stoornissen die verwant zijn aan autisme.

Dat betekent niet meteen dat de extra kiloís autisme veroorzaken.
Waarschijnlijk zijn hiervoor onderliggende processen verantwoordelijk, zoals een abnormale hormoonspiegel of een ontsteking.

Verband bij twee groepen aan te tonen
Onderzoekers van de University of Utah schrijven in de novembereditie van het vakblad Pediatrics dat ze het verband bij twee groepen aan konden tonen.
In de eerste groep werden ruim honderd kinderen met stoornissen in het autismespectrum vergeleken met ruim tienduizend kinderen zonder een van deze stoornissen. In de tweede groep zetten ze bijna driehonderd kinderen met een autismespectrumstoornis tegenover hun familieleden die geen stoornis hadden.
In beide groepen bleek een kleine gewichtstoename van de moeder al verband te houden met autisme bij haar kind.

Risicofactoren van aandoeningen die aan autisme verwant zijn
Hoewel de werkelijke oorzaak van dit type stoornissen nog niet is gevonden, is dit onderzoek toch belangrijk. Het geeft aanwijzingen voor de risicofactoren van aandoeningen die aan autisme verwant zijn. Ook geeft het onderzoekers een richting om verder te zoeken naar de achterliggende oorzaken.

BMI
Eerdere studies toonden het verband aan tussen het risico op autisme bij kinderen en de BMI (Body Mass Index) van een vrouw voor haar zwangerschap en haar gewichtstoename tijdens de zwangerschap. Deze studie bouwt hierop voort.
Autismespectrumstoornissen zijn ontwikkelingsstoornissen waardoor kinderen sociale problemen hebben. Vaak kunnen ze minder goed sociaal contact leggen, minder goed communiceren en vertonen ze stereotype gedrag.
Volgens statistieken van de Amerikaanse staat Utah wordt 1 op de 63 kinderen met een autismespectrumstoornis geboren. Daarmee is het geen zeldzame aandoening meer.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-7000-sport-dansen-k-01.jpg

Autisme; Knuffelhormoon helpt autistische hersenen. Bron internet: Google
Het knuffelhormoon oxytocine verandert de hersenactiviteit bij kinderen met autisme en maakt ze socialer. Tot die conclusie komen onderzoekers van onder andere de Yale University.

Oxytocine als behandeling voor autisme staat nog in zijn kinderschoenen, maar de resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend.
Voor het onderzoek kregen zeventien kinderen tussen de acht en zestien jaar twee neussprays. Een placebo en eentje met oxytocine. Na het sprayen werd de hersenactiviteit bekeken terwijl de kinderen foto's te zien kregen van mensen (sociaal) en auto's (niet sociaal).

Beter focussen op sociaal relevante informatie
De delen van de hersenen die normaal gesproken in verband staan met sociale situaties waren actiever als de kinderen oxytocine hadden gekregen.
De onderzoekers zijn heel erg enthousiast over de resultaten. Alle zeventien kinderen lieten dit effect zien, maar de mate van effect verschilde wel.
Rondom oxytocine zijn nog steeds veel onduidelijkheden, maar het onderzoek suggereert dat het de sociale hersenfuncties vergroot en de niet-sociale functies vermindert. Hierdoor kunnen kinderen zich beter focussen op sociaal relevante informatie."

Vervolg
Grotere vervolgonderzoeken moeten uitwijzen van de bijwerkingen en voordelen zijn bij kinderen met autisme. Ook moet nog blijken in welke situaties het eventueel gunstig is om oxytocine te gebruiken. Maar ouders moeten hun kinderen niet zomaar oxytocine geven. Misschien heeft het geen effect, maar het kan ook schade aanbrengen.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-60.jpg

Ontwikkelingsstoornis; Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd algemeen. Bron internet: Google
De desintegratiestoornis van de kinderleeftijd, ook wel syndroom van Heller genoemd, is een psychische aandoening die in het DSM-V is ingedeeld bij de pervasieve ontwikkelingsstoornissen.

Kinderen met deze aandoening ontwikkelen zich de eerste twee jaar (of langer) van hun leven normaal, maar voor het tiende levensjaar raken ze eerder opgedane vaardigheden op het gebied van taal, sociaal gedrag, communicatie en motoriek weer kwijt.
Verder gaan ze beperkt, repetitief of stereotiep gedrag vertonen. In enkele opzichten vertoont de aandoening overeenkomsten met het syndroom van Rett.
In sommige gevallen gaat aan de aandoening een fase vooraf waarin het kind prikkelbaar, angstig of hyperactief wordt. In gevallen waarin een progressief neurologisch probleem kan worden aangetoond, zijn de symptomen vaak ook progressief. In de meeste gevallen stabiliseert de aandoening zich echter en soms treedt ook een lichte verbetering op.
De prognose is slecht: in de meeste gevallen ontstaat blijvende mentale retardatie. Het is vooralsnog onduidelijk of er een relatie met autisme bestaat, omdat in bepaalde gevallen een specifieke hersenstoornis als oorzaak aangewezen kan worden. De diagnose wordt nu gesteld op grond van gedragskenmerken.
Het DSM-V geeft de volgende criteria voor deze ontwikkelingsstoornis:

  • Schijnbaar normale ontwikkeling gedurende minimaal twee jaar na de geboorte, wat blijkt uit voor de leeftijd normale verbale en non-verbale communicatie, sociale relaties, spel en aanpassingsgedrag.
  • Klinisch duidelijk verlies van eerder verworven vaardigheden (voor de leeftijd van tien jaar) op minimaal twee van de volgende gebieden:
    • 1. taal (spreken of luisteren)
    • 2. sociale vaardigheden of aanpassingsgedrag
    • 3. beheersing van darmen of blaas
    • 4. spelen
    • 5. motoriek
  • Afwijkingen in het functioneren op minimaal twee van de volgende gebieden:
    • 1. kwalitatieve tekortkomingen in de sociale interactie (bijvoorbeeld beperking in het non-verbaal gedrag, geen relaties met leeftijdsgenoten kunnen opbouwen, gebrek aan sociale of emotionele bereikbaarheid)
    • 2. kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie (bijvoorbeeld late of geen ontwikkeling van gesproken taal, onvermogen een gesprek te beginnen of te voeren, stereotiep of repetitief gebruik van taal, geen gevarieerde fantasiespelletjes)
    • 3. beperkte, herhaalde en stereotiepe gedragspatronen, interesses en activiteiten, waaronder stereotiepe en repetitieve motoriek.
  • De stoornis is niet beter te verklaren door een andere specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie
In mei 2013 wordt DSM-V ingevoerd. Vanaf dat moment verdwijnt het syndroom van Heller als losse diagnose en zal samen met klassiek autisme, het syndroom van Asperger, atypisch autisme, MCDD, PDD-NOS en het syndroom van Rett als ťťn categorie worden benoemd: autismespectrumstoornis.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-02.jpg

Dyslexie; Gamen helpt tegen dyslexie. Bron internet: Google
Het spelen van computerspellen vermindert de symptomen van dyslexie bij kinderen. Dat hebben Italiaanse wetenschappers ontdekt.

Als dyslectische kinderen 80 minuten per dag actiegames spelen op de computer, verbeteren ze hun leesvaardigheid daarmee meer dan met traditionele leesvaardigheidstraining.
Waarschijnlijk leren de kinderen door behendigheidsspellen beter om hun aandacht te focussen op specifieke stukken tekst.
Actiegerichte games versterken veel aspecten van de visuele attentie, de spellen verbeteren vooral het vermogen om geschreven informatie op te pikken uit onze omgeving.

Behendigheid
De wetenschappers kwamen tot hun bevindingen door een groep dyslectische kinderen negen dagen lang 80 minuten per dag computerspellen te laten spelen. De helft van de groep speelde actiegames, de andere helft speelde alleen een game waarin geen actie te beleven viel.
Uit het onderzoek bleek dat de kinderen die zich op behendigheidsspelletjes hadden geconcentreerd daarna een aanzienlijke verbetering vertoonden bij leesvaardigheidstesten.
Hun vooruitgang was zelfs groter dan de gemiddelde progressie die dyslectische kinderen vertonen na een jaar leesvaardigheidstraining.

Geen wondermiddel
Eerder onderzoek wees al eens uit dat dyslexie met name wordt veroorzaakt door een haperend visueel aandachtssysteem. Volgens Facoetti is dit hersenmechanisme te trainen met computergames.
Hij waarschuwt wel dat gamen geen wondermiddel is. "De resultaten van dit onderzoek zijn erg belangrijk bij het in kaart brengen van breinmechanismen die ten oorsprong liggen aan dyslexie. Maar het is niet zo dat we ouders aanraden om hun kinderen onbeperkt en zonder toezicht computerspellen te laten spelen.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-50.jpg

NLD: Non-verbal Learning Disabilities; NLD: Non-verbal Learning Disabilities - Wikipedia. Bron internet: Google
Een niet-verbale leerstoornis (soms ook NLD naar de Engelse benaming non-verbal learning disorder) is een neuropsychologische aandoening, een leerstoornis die in de jaren 70 voor het eerst werd beschreven door de Canadees Byron Rourke.

Sommige kinderen praten als de beste, maar leren vrij moeilijk op school.
Ze hebben problemen met ruimtelijk inzicht en oorzaak-gevolgrelaties. Vaak wil daarom rekenen of begrijpend lezen niet vlotten. Ze zijn onhandig en houterig, waardoor gym en sport vaak moeizaam gaan. Ze hebben vaak een rigide denkpatroon en passen zich moeilijk aan nieuwe situaties aan. Hun fijne motoriek is ook niet geweldig, wat je terugziet in hun bijna onleesbare handschrift. Het sociaal inzicht is vaak mager. Soms hebben ze dan ook moeite met het maken van vrienden. Het werktempo van deze kinderen ligt laag, waardoor ze moeite hebben om het tempo op school bij te houden. Hun verbale IQ is significant hoger dan hun performale IQ, wat wil zeggen dat ze alles prima kunnen verwoorden, maar dat ze dingen vaak moeilijk in hun schrift krijgen. Sinds kort weten we wat deze kinderen hebben. Ze hebben NLD. Non-verbal Learning Disability. NLD is een neuropsychologische ontwikkelingsstoornis, die zijn oorsprong vindt in de rechter hemisfeer van de hersenen.

Kinderen met NLD worden vaak niet herkend, omdat hun verbale vaardigheden zo goed zijn. jonge kinderen met NLD worden vaak in eerste instantie als kinderen met ADHD geclassificeerd. In het algemeen geldt dat de moeilijkheden van deze kinderen groter worden, naarmate ze ouder worden.

De sterke kanten van deze kinderen zijn:

  • Vroegtijdige ontwikkeling van de spraak en de woordenschat;
  • Opmerkelijk sterk geheugen; iets uit het hoofd leren gaat uitstekend:
  • Scherp oog voor details;
  • Vroegtijdige ontwikkeling van leesvaardigheden en uitstekende spellingsvaardigheden;
  • Sterk auditief geheugen; ze luisteren graag naar alles wat verteld wordt. Ze kunnen dit ook heel goed onthouden;
  • Goed in technisch lezen;
  • Deze kinderen hebben een ruime woordenschat;
  • Kinderen met NLD zijn auditief (horend) erg gevoelig. Alle geluiden komen sterker bij hen binnen;
  • Zelfdiscipline;
  • Doorzettingsvermogen.

De zwakke kanten van deze kinderen zijn:
  • Een matig tot slecht organisatorisch vermogen;
  • Matige studievaardigheden;
  • Ze hebben moeite met samenvattingen maken, omdat ze hoofd- en bijzaken niet kunnen scheiden;
  • Ze hebben moeite met abstract denken;
  • Moeite met het zien van verbanden;
  • Moeite met classificeren (in categorieŽn onderbrengen);
  • Ze hebben geen goede probleemoplossingvaardigheden;
  • Hun sociale vaardigheden zijn niet goed ontwikkeld;
  • Een onhandige, houterige grove motoriek;
  • Veel ďgekkeĒ ongelukjes;
  • Problemen met de fijne motoriek (pengreep, veters strikken, hanteren van mes en vork etc.);
  • Slechte oog-hand-coŲrdinatie;
  • Moeite met het vak topografie, omdat dit veel ruimtelijk inzicht vergt;
  • Een spraakontwikkeling die vrij laat op gang komt (eenmaal op gang gekomen is de spraak goed; wel kunnen er uitspraakproblemen zijn en eigenaardigheden, zoals bijvoorbeeld echoŽn, herhalingen en een monotone spraak);
  • Problemen met inzichtelijk rekenen (mechanisch rekenen wordt wel aangeleerd);
  • Traagheid, onzekerheid in het werk. Het kind komt vaak langs om naar de voor anderen bekende weg te vragen;
  • Moeite met het aanleren van routines. Beheerst het kind ze eenmaal, dan zitten ze er ook goed tot extreem goed in;
  • Passief gedrag;
  • Angst voor ongewone sociale situaties;
  • Onverklaarbare uitingen van woede en angst;
  • Moeite met herkennen van niet-verbale signalen (gebaren, gelaatsuitdrukkingen);
  • Problemen met het overzicht, bijvoorbeeld in de gymzaal en het zwembad;
  • Snel verdwalen;
  • Gevaarlijk gedrag in het verkeer;

Definitie en beschrijving
NLD is een neuropsychologische diagnose, waarbij het specifieke profiel van vaardigheden en tekorten door middel van neuropsychologisch onderzoek wordt vastgesteld. In het voortraject van het neuropsychologisch onderzoek is het van belang inzicht te hebben in de didactische ontwikkeling, naast een beeld van de structuur van de intelligentie en persoonlijkheidsontwikkeling.
Voor veel psychiaters is deze neuropsychologische diagnose niet zinvol, omdat deze als werkmodel niet is opgenomen in de officiŽle handboeken. De diagnose kan in plaats daarvan een specifieke leerstoornis zijn, een combinatie van leerstoornissen of in geval van zwaardere sociale problemen autisme, atypisch autisme of het syndroom van Asperger.
De stoornis levert vooral problemen op in de non-verbale communicatie, en ook op verschillende andere gebieden. Leerproblemen doen zich voornamelijk voor op non-verbaal gebied (functies van de rechterhersenhelft).
De oorzaak is soms mogelijk gelegen in beschadiging of disfuncties van de witte stof in de rechterhersenhelft.

Probleemgebieden
  • Non-verbale communicatie
    Mensen met NLD begrijpen niet-verbale informatie -als ze die al oppakken- vaak verkeerd. Op andere momenten begrijpen zij die goed, maar weten zij niet juist te reageren, waardoor contacten leggen en onderhouden bemoeilijkt wordt. Oogcontact maken is voor sommige mensen met NLD erg moeilijk. Ze voelen zich niet op hun gemak, of ze vergeten het gewoon. Ook aangeraakt worden kan voor sommigen problemen geven. Emoties van anderen herkennen en die van zichzelf uiten levert vaak vele problemen op. Doordat ze hun eigen emoties niet goed kunnen uiten kan het zijn dat er fikse verwarring voorkomt.
  • Verbale communicatie
    Mensen met NLD hebben vaak de neiging om in "cocktail-speech" te vervallen, dat wil zeggen, heel veel en heel snel praten. Dit doen zij vooral wanneer ze geen overzicht meer hebben, ze proberen dan grip te krijgen door te praten. Ook praten zij vaak monotoon en merken ze ook bij anderen nuances niet op in het taalgebruik. Mensen met NLD zijn sterk in verbale communicatie, zij moeten het dan ook vooral hebben van verbale informatie. Als er te veel prikkels binnenkomen (zoals visuele) kan dat leiden tot verwarring. De boodschap komt dan niet goed door, en hierdoor ontstaan er vaak misverstanden. Sommige mensen met NLD nemen nauwelijks visuele informatie waar.
  • Rekenen en ruimtelijk inzicht
    Rekenen en wiskunde kunnen erg lastig zijn voor mensen met NLD, en vaak hebben ze problemen met ruimtelijk inzicht. Voorbeelden waar moeilijkheden kunnen optreden zijn:
    • het herkennen van gezichten
    • het houden van een goed overzicht in een drukke omgeving
    • de weg vinden
    • bij wiskunde: het verwarren van X-as en de Y-as
    • topografie: naam en locatie van gebieden onthouden
    • kaartlezen, of een route weten te onthouden. Bij mensen met NLD moet je dan ook herhaald de weg wijzen en herkenningspunten geven
    • de snelheid van een auto inschatten bij het oversteken.
  • Motoriek
    Motorisch gezien zijn mensen met NLD zwak. Dit kan zich uiten in: laat lopen, soms houterig lopen of rennen. Ze hebben soms ook moeite om hun evenwicht te houden en niet tegen dingen aan te lopen (doordat ze bijvoorbeeld een afstand verkeerd inschatten). Ook de fijne motoriek ontwikkelt zich afwijkend. Voorbeelden hiervan zijn: vooral in het begin moeite hebben met schrijven, een hekel hebben aan tekenen en veters niet kunnen strikken. NLD'ers komen bij andere mensen dan ook vaak over als 'onhandig' en/of 'houterig'.
  • Faalangst
    Mensen met NLD zijn, meer dan anderen, faalangstig. Ze kunnen vaak hun situatie niet overzien, hebben het idee dat ze te veel tegelijk moeten doen, en weten dan niet meer waar te beginnen. Daardoor kunnen ze stagneren, en doen vervolgens niets meer. Soms ook proberen ze alles tegelijk te doen en maken niets af. Dit leidt soms tot frustratie of zelfs tot agressief gedrag. Dit wordt ook bevorderd doordat ze overzicht missen; ze ervaren de wereld om zich heen als een chaos, de handelingen die ze moeten verrichten ook en zo ontstaat heel snel een verlammend gevoel van onmacht. Onhandigheid bij het uitvoeren van taken roept veel kritiek op van leraren en op de werkvloer. Zo wordt de faalangst nog flink versterkt.

Behandeling
Soms worden antidepressiva voorgeschreven, maar een effect daarvan is niet wetenschappelijk bewezen. Veel personen met NLD kampen ook met een chronische vermoeidheid door de constante chaos die ze rondom zich ervaren. Medicatie zoals Ritalin of Concerta kan sommigen helpen om meer grip te krijgen op de wereld. Indien die medicatie aanslaat, heeft dit ook een positieve psychologische weerslag op de NLD-er. De persoon in kwestie ervaart dat er wel mogelijkheden zijn en de vicieuze cirkel van faalangst wordt doorbroken.

Benadering
NLD is niet te genezen. Veel hangt af van de wijze waarop de patiŽnt wordt benaderd. Hierbij kan worden gedacht aan:
  • 1. Het geven van verbale (en dus uitsluitend verbale) instructies bij alles wat aangeleerd moet worden
  • 2. Het zo veel mogelijk zoeken van positieve interactie
  • 3. Het hebben van aandacht voor wat de persoon doet in plaats van voor uitsluitend wat hij/zij zegt, met name om te voorkomen dat de patiŽnt overschat en overvraagd wordt
  • 4. Het bieden van structuur in dagelijkse dingen
  • 5. Het voorbereiden op nieuwe dingen en situaties.
  • 6. Het creŽren van een rustige omgeving
  • 7. Herhaald zeggen wat wel of niet mag. Het kost relatief veel tijd voordat de patiŽnt zich aan regels houdt. Realiseer je tegelijk dat een kind met NLD zich niet met opzet niet aan de regels houdt; het wordt overspoeld door een onduidelijke wirwar van (ook praktische!) informatie. Steeds boos worden versterkt het gevoel van falen. Aanmoedigen en het kind op zijn gemak stellen moet gecombineerd worden met steeds weer in stapjes duidelijk aangeven wat je verwacht - het kind overziet en begrijpt dit vaak niet.
  • 8. Voorkomen van symbolisch taalgebruik, zoals geef mij je hand. NLD'ers kunnen dit letterlijk opvatten.
  • 9. Aanbieden van erg gestructureerde cursussen met genoeg plaats tussen elk stuk en duidelijke nummering, titels en ondertitels.
  • 10. Oppassen voor sarcasme. PatiŽnten nemen dit vaak serieus.

Dagelijks leven
Het dagelijks leven kan voor veel mensen met NLD milde tot zware problemen opleveren. De trein nemen, de juiste bus nemen, jezelf redden in een nieuwe omgeving, het zijn allemaal erg stresserende ervaringen voor een NLD'er. Sommigen leren zelf goed omgaan met hun beperkingen, anderen hebben hiervoor hulp nodig. (Bijvoorbeeld bepaalde technieken aanleren.)

NLD en Asperger
Er bestaan sterke overeenkomsten tussen de symptomen van NLD en het syndroom van Asperger. Een aantal onderzoekers meent dat ze in wezen hetzelfde verschijnsel betreffen, maar dan van verschillende kanten bekeken (gedragskundig en neuropsychologisch). Byron Rourke, een van de belangrijkste onderzoekers van NLD, stelt dat vrijwel alle Aspergers aan de criteria voor NLD voldoen, een onderzoek van de Yale-universiteit komt tot tachtig procent. Ook later onderzoek bevestigde de sterke overeenkomsten in neuropsychologische profielen.
Rourke vond overigens geen NLD-profielen bij autisten (onderzocht werden autisten met een normale intelligentie) en concludeerde dat autisme en Asperger geen deel uitmaken van hetzelfde spectrum.

Kritische opmerking
De kenmerken van niet-verbale leerstoornissen worden in de literatuur vaak toegeschreven aan andere stoornissen zoals de sociaal-emotionele leerstoornis en rechterhemisfeerdeficit (Peter Vermeulen in 'Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit') of de visuo-spatiŽle leerstoornis (Herbert Roeyers, prof. UGent) of visuo-spatiŽle dyscalculie. NLD zal niet worden opgenomen in de DSM-V-code, omdat de DSM V psychiatrische diagnoses betreft. NLD is een neuro(psycho-)logische term. Uit het onderzoek van Yale bleek echter ook dat mensen die de diagnose NLD kregen, niet onder de criteria van Asperger vielen (terwijl 80% van mensen met een diagnose Asperger wel aan de criteria van NLD voldeden).

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-31.jpg

Ontwikkelingsstoornis; Selectief mutisme algemeen. Bron internet: Google
Selectief mutisme is een zeldzame psychische aandoening die bij kinderen optreedt. In het DSM-V is de aandoening ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen. Kinderen met deze aandoening zijn wel in staat te spreken en begrijpen de taal goed, maar spreken niet in bepaalde sociale situaties, terwijl dat wel wordt verwacht. Op andere gebieden functioneren de kinderen in principe normaal.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een kind in de peuterspeelzaal of op school lange perioden niet spreekt, terwijl het zich thuis verbaal wel normaal gedraagt.
zwijgzaamheid kan ook optreden als er vreemden in de buurt zijn.

Kenmerken
Selectief mutisme wordt gezien als een zelfstandig verschijnsel en niet als een vorm van communicatiestoornis. De meeste kinderen met selectief mutisme communiceren non-verbaal namelijk wel (gelaatsuitdrukkingen, gebaren enzovoort). Bij diagnose moet worden uitgesloten dat de aandoening een symptoom is van een andere aandoening, zoals een pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.
Een kind met selectief mutisme vertoont meestal de volgende kenmerken.

  • Het kind spreekt in bepaalde vertrouwde situaties wel, terwijl het spreken in de meeste vreemde situaties (bijna) volledig ontbreekt.
  • Een terughoudend temperament.
  • Het kind is heel erg afhankelijk van de ouders (dit moet niet per se als oorzaak worden gezien, het kan net zo goed gevolg zijn door het onvermogen tot spreken in bepaalde situaties).
  • Het niet spreken duurt minimaal een maand.
  • Het wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan kennis van de taal en er is geen sprake van een spraakstoornis zoals stotteren.
Oorzaken
Er zijn een aantal mogelijke oorzaken van selectief mutisme:
  • Een angst voor sociale situaties;
  • Een trauma, waardoor het kind stopt met praten;
  • Een familiegeschiedenis van verlegenheid of angst;
  • Spraak- of taalmoeilijkheden;
  • Aanpassingen aan een nieuwe cultuur;
  • Beperkte socialisatie met anderen, buiten de school.
Kinderen met selectief mutisme worden vaak omschreven als gevoelig, aarzelend, timide en bang. Tevens worden extreme verlegenheid en sociale fobie opgemerkt bij kinderen met selectief mutisme. Onderzoek heeft aangetoond dat sommige kinderen zijn geboren met een geremd temperament. Dit betekend dat zij, zelfs als baby, eerder angstig zijn en weerstand hebben tegen nieuwe situaties. Dit geeft reden aan te nemen dat veel of zelfs alle kinderen met selectief mutisme zijn geboren met dit geremde karakter.

De overgrote meerderheid van de kinderen met selectief mutisme hebben een genetische aanleg voor angst. Een of allebei de ouders beschrijven een familiegeschiedenis of persoonlijke karaktereigenschappen gelijk aan die van hun kind, zoals verlegenheid, angst, sociale fobie en selectief mutisme.
Alhoewel onderzoek suggereert dat angststoornissen voorkomen in families met kinderen met selectief mutisme, is het niet zeker of kinderen de neiging angstig te zijn genetisch meekrijgen, of overnemen door het gedrag van de ouders, of een combinatie van deze twee.
Dit is echter geen reden om de 'schuld' van het selectief mutisme bij de ouders te zoeken. Er is bij het ontstaan van selectief mutisme een combinatie van oorzaken mogelijk en niet ťťn enkele. Daarnaast is er geen bewijs dat er een opvoedingsstijl of omgangsvorm van de ouders is die selectief mutisme in de hand werkt.

Sociale angst
De sociale angst is de meest voorkomende oorzaak, selectief mutisme als gevolg van een trauma komt heel weinig voor. Kinderen die aan sociale angst lijden zijn daardoor erg afhankelijk van de moeder en zijn vaak bang om van haar gescheiden te worden.

Wat zijn de gevolgen?
De gevolgen van niet praten zijn groot, bijvoorbeeld op sociaal gebied. Kinderen in de klas vragen: ĎWaarom praat jij niet?í en ĎKun jij niet praten?í Hierdoor lopen ze de kans om geÔsoleerd te raken. Verder hebben ze kans op leerproblemen: een kind dat nooit hardop meeleest in de klas of geen spreekbeurten durft te houden. Doordat ze zwijgen, kunnen ze ook slechter voor zichzelf opkomen. Denk aan een kind dat buikpijn heeft, maar niet aan de juf durft te vragen of ze zijn moeder belt.

De noodzaak
Het is duidelijk dat selectief mutisme kinderen beperkt in hun ontwikkeling. Daarom is het noodzakelijk er iets aan te doen. Ouders hebben vaak een lange zoektocht achter de rug naar goede hulp. Leerkrachten en hulpverleners zitten soms met de handen in hun haar en vragen zich af: Hoe kan ik dit kind het beste helpen? Daarom maakte Maretha de website Spreekt voor zich voor ouders, leerkrachten en hulpverleners. Mensen zoeken eerst op internet, dus een website was logisch. Ouders en leerkrachten vinden er informatie en vinden antwoorden op vragen als: Hoe help ik mijn kind? Wanneer kan ik het beste hulp gaan zoeken? Wat kan ik zelf proberen voordat hulp nodig is? Hulpverleners vinden er informatie over selectief mutisme, zoals de criteria en kenmerken. En voor hen is er een behandelprogramma. Op die manier weten ze hoe ze een kind met selectief mutisme moeten behandelen. Zo bundel je de krachten van ouders, school en hulpverlener om het kind heen.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-55.jpg

Ontwikkelingsstoornis; Syndroom van Rett algemeen. Bron internet: Google
Het syndroom van Rett, ook wel rettsyndroom of kortweg rett, is een aangeboren aandoening die vrijwel alleen bij meisjes voorkomt en leidt tot ernstige geestelijke en lichamelijke invaliditeit. De stoornis is vrij zeldzaam, met circa tien nieuwe gevallen per jaar in Nederland, een incidentie van 1 meisje per 12 000 tot 1 per 18 000.

In termen van klassieke genetica gaat het om een X-gebonden dominante stoornis die bij jongetjes letaal is, dat wil zeggen: al voor de geboorte dodelijk.
In DSM-V werd het syndroom gezien als een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Sinds in mei 2013 DSM-V ingevoerd is, bestaat het syndroom van Rett niet meer als losse diagnose maar wordt het tot de categorie van de autismespectrumstoornissen gerekend.

Kenmerken
Het syndroom bestaat uit een aantal neurologische stoornissen en wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het niet-optreden van een bepaalde normale ontwikkelingsfase, wat waarschijnlijk weer wordt veroorzaakt door een niet goed functionerend gen. De diagnose wordt in eerste instantie gesteld op basis van dit kenmerkende ontwikkelingsverloop, maar wordt bevestigd door genetisch onderzoek. Niet bij iedere patiŽnt wordt een stoornis in het desbetreffende gen gevonden, maar wel bij 80%.

Fase I
Na een normale prenatale ontwikkeling, een geboorte op of rond het verwachte tijdstip en een normale ontwikkeling tot de 6e ŗ 18e levensmaand, stagneert de ontwikkeling. De ontwikkeling van de hersenen vertraagt, de ontwikkeling van sociale vaardigheden en spelontwikkeling komen tot stilstand. Dit beschouwt men als de knik in de ontwikkeling en is vaak het eerste en enige symptoom dat duidt op deze afwijking.

Fase II
De ontwikkeling van het kind komt tijdelijk tot stilstand, gevolgd door achteruitgang. Verworven vaardigheden zoals spraak en lopen gaan achteruit en het doelbewust gebruik van de handen gaat langzamerhand verloren. Er is vrijwel altijd sprake van mentale retardatie, een ernstige vermindering van de intelligentie. Het kind keert ook in zichzelf en vertoont autistisch gedrag, waar het voorheen nog sociaal was en contact legde met de omgeving.
Er ontstaan stereotiepe handbewegingen: typisch voor kinderen met het syndroom van Rett is het handen wringen, vaak op borsthoogte in de middellijn. Wat later in deze fase treedt vaak epilepsie op, die na een aantal jaren vaak weer vermindert. Dikwijls is ook het ademhalingspatroon ongewoon. Ernstige obstipatie komt veel voor.
Het kind wordt in deze fase vaak moeilijk handelbaar. Het heeft ontroostbare huil- en/of gilbuien, en/of (vaak onverklaarbare) lachbuien en raakt snel geÔrriteerd. Misschien komt dit doordat het kind zich moeilijk kan uiten vanwege de dysfasie en dyspraxie, maar het kan ook te maken hebben met de kenmerken die aan autisme doen denken: kinderen met autisme hebben deze 'buien' vaak ook. De oorzaken in dat geval kunnen zijn: dwangmatigheid, overprikkeling of overgevoeligheid voor geluiden. Ook kan een huilbui een gevolg zijn van een epileptische aanval.

Fase III
Ongeveer tussen het tweede en tiende levensjaar verbetert het gedrag van het kind en is het minder in zichzelf gekeerd. Er is weer vooruitgang en het meisje voelt zich kennelijk wat beter. Veel van de kinderen met het syndroom van Rett blijven hun leven lang in deze fase.

Fase IV
Na het tiende levensjaar treedt de vierde fase op, maar soms bereikt een persoon deze fase veel later of zelfs helemaal niet. Ze kenmerkt zich door een nieuwe achteruitgang, meestal uitsluitend op motorisch vlak. Veel meisjes met rett ontwikkelen een scoliose, sommige meisjes die konden lopen, kunnen dit nu niet meer. Op andere vlakken blijft de toestand stabiel of kan er een verbetering optreden. De epilepsie neemt vaak af of is beter instelbaar op medicatie. Het (oog)contact met mensen om de persoon heen kan verbeteren.

Oorzaken
Bij tachtig procent van de mensen met klinische symptomen van het rettsyndroom is er een defect aantoonbaar in het MeCP2-gen, dat op het X-chromosoom ligt. Men vermoedt dat er in de overige gevallen een stoornis is in de stofwisselingsketen waarin MECP2 zijn functie uitoefent. Deze functie bestaat uit het aan- en uitschakelen van een aantal andere genen; het Rettsyndroom is het eerste syndroom bij mensen waarvan aangetoond is dat het mechanisme verloopt via de regulatie van de genexpressie door gemethyleerd DNA. De diagnose rettsyndroom wordt dus op dit moment nog gesteld op klinische gronden (dat wil zeggen de verschijnselen die bij de patiŽnte waarneembaar zijn), en is niet equivalent met het vinden van een afwijking in het desbetreffende gen, hoewel er een aanzienlijke overlap tussen die twee bestaat. Er is inmiddels door toepassing van genetische technieken een muis gecreŽerd die een soortgelijk gendefect heeft en inderdaad soortgelijke symptomen vertoont. Recent is een ander gen ontdekt waarvan defecten tot rett-achtige symptomen kunnen leiden, genaamd CDKL5. Gevallen met een dergelijke mutatie hebben een iets andere presentatie, met al in een eerder stadium epileptische aanvallen. Het rettsyndroom is onderwerp van intensief onderzoek met tientallen medisch-wetenschappelijke publicaties per jaar.

Behandeling en vooruitzichten
PatiŽnten hebben bij goede verzorging een nagenoeg normale levensverwachting, maar zijn ernstig verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. De kans op herhaling in het gezin bij een volgende geboorte is in bijna alle gevallen klein, aangezien het meestal om een toevallige, nieuwe mutatie gaat. Omdat de oorzaak nog niet aangepakt kan worden, spitst de behandeling van het rettsyndroom zich nog toe op de behandeling van symptomen. De aandacht moet vooral uitgaan naar het voorkomen of tijdig onderscheppen van veel voorkomende medische problemen, zoals epilepsie, scoliose en slikproblemen (van neurologische aard).
Een kind met het syndroom van Rett heeft intensieve begeleiding nodig van een logopedist, kinesitherapeut en/of ergotherapeut. Het kind communiceert moeilijk en voor elk kind afzonderlijk moet een vorm gezocht worden om zich te uiten. Vanwege de afasie en apraxie is dit zowel voor de patiŽnte als voor de mensen om haar heen een zware en moeilijke opdracht die ontmoedigend kan zijn als men de doelen te hoog stelt.

Erfelijkheid
Dat jongetjes met het syndroom zelden worden gevonden, betekent waarschijnlijk dat de mutatie bij hen dodelijk is in een vroeg stadium in de zwangerschap - jongens hebben immers maar ťťn X-chromosoom en kunnen een fout daarin dus niet compenseren, zoals een meisje dat met haar andere X-chromosoom wel kan. Het rettsyndroom kan echter wel voorkomen bij jongetjes met het syndroom van Klinefelter. Een jongen met dit syndroom heeft een extra X-chromosoom en kan daardoor overleven.
Doordat er bij meisjes in een vroeg stadium van de embryonale ontwikkeling een van de twee X-chromosomen in iedere cel wordt gedeactiveerd, kan het syndroom van Rett zich waarschijnlijk op veel manieren uiten, waarbij de symptomen ernstiger zijn naarmate er minder normaal functionerende X-chromosomen zijn overgebleven. Omdat patiŽnten met syndroom van Rett zich normaliter niet voortplanten, is vrijwel ieder geval van de aandoening een sporadisch, niet overervend geval. De licht verhoogde kans op herhaling (minder dan ťťn procent) in hetzelfde gezin berust waarschijnlijk op zeer lichte, niet herkende gevallen bij de moeder.

Ontdekking
De ziekte is al in de zestiger jaren van de vorige eeuw door de Oostenrijkse kinderarts Andreas Rett beschreven maar kreeg pas in 1983 na een publicatie van Hagberg et al. in de Annals of Neurology in de Angelsaksische literatuur meer bekendheid. In 1999 werd het oorzakelijke gen ontdekt en gepubliceerd in Nature genetics door dr. Huda Zoghbi en haar onderzoeksteam van het Baylor College of Medicine, Houston, Texas.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-5500-l-lx-beaufort-andre-06.jpg

Begrippenlijst. Bron internet: Google
Begrippenlijst m.b.t. Gedrag, leren en ontwikkeling.

Aangeboren afwijking
Een aangeboren afwijking of congenitale aandoening, is een afwijking of aandoening waarmee men geboren wordt. Het woord congenitaal komt van het Latijnse woord congenitus = aangeboren.
De symptomen, klachten of klinische tekens zijn aanwezig bij de geboorte. Een aangeboren afwijking kan wel of niet erfelijk zijn, maar niet iedere erfelijke aandoening leidt tot een aangeboren afwijking. Zo zijn er erfelijke aandoeningen die niet noodzakelijk al tot uiting komen bij de geboorte.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Comorbiditeit Comorbiditeit is het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een patiŽnt. Dit gebeurt in het algemeen met het gelijktijdig hebben van lichamelijke, geestelijke en vaak de daaropvolgende sociale problemen bij een persoon.
Voorbeeld:
Autisme gaat vaak gepaard met ad(h)d, depressie of angststoornissen.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Dyspraxie Dyspraxie is een motorische ontwikkelingsstoornis die leidt tot problemen bij het plannen en coŲrdineren van motorische handelingen. Het is een stoornis bij het correct verwerken van informatie door de hersenen. Vaak gaat dyspraxie samen met problemen met de spraak, taal, waarnemen, denken en gevoelige tastzin. Verondersteld wordt dat dyspraxie veroorzaakt wordt door onvolgroeidheid of vertraging in de ontwikkeling van neuronen en bij ongeveer 2% van de bevolking zichtbaar is.
Dyspraxie staat ook bekend als: Developmental Dyspraxia, Developmental Co-ordination Disorder, DCD, Sensory Motor Disorder, Sensory Integration Dysfunction, Perceptuo Motor Difficulty, Clumsy Child Syndrome, Damp. In het DSM-IV is de aandoening ingedeeld bij de ontwikkelingsstoornissen.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Gedachte Een gedachte is iets, waar men zich even van bewust is. Een gedachte is een onderdeel of het gevolg van het denkproces.
Een gedachte kan zomaar bij iemand opkomen, vanuit het onderbewuste of voortkomen uit andere bewuste gedachten - de ene gedachte kan tot de andere leiden. Een gedachte kan worden opgeroepen door waarnemingen - een beeld, geur of geluid.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Neurofeedback Bij een neurofeedbackbehandeling kijkt de patiŽnt naar een beeldscherm waarop live te zien is hoe zijn hersengolven eruitzien. Het idee is, kort samengevat, dat golven die afwijken van een 'normaalpatroon', meer in die richting getraind kunnen worden door daar op te oefenen. Van Dongen-Boomsmaís placebobehandeling kwam erop neer dat proefpersonen zonder dat ze het wisten een simulatie -in plaats van hun eigen hersengolfpatroon probeerden te trainen.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Neurotransmitter Een neurotransmitter is een signaalstof die in synapsen zenuwimpulsen overdraagt tussen zenuwcellen ('neuronen') in het zenuwstelsel of impulsen overdraagt van motorische zenuwcellen op spiercellen of van zenuwreceptoren op sensorische zenuwcellen.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Ontwikkelingsstoornis Een ontwikkelingsstoornis is een neurologische of psychische aandoening die optreedt bij kinderen of adolescenten en die een belemmering en/of afwijking vormt in de normale ontwikkeling. Ook bij volwassenen is zo'n stoornis soms nog te traceren, maar met de leeftijd neemt de kans op succesvolle behandeling gewoonlijk af.
De symptomen zijn uiteenlopend en er kunnen ook verschillende oorzaken zijn. Sommige aandoeningen zijn blijvend, andere zijn tijdelijk. Soms ontstaan de symptomen als reactie op een schokkende ervaring, in andere gevallen ligt de oorzaak in erfelijke factoren of een lichamelijke ziekte. Ook omgevingsfactoren moeten in de gaten gehouden worden, evenals opvoedingsfactoren.
Bij onderzoek is het van belang dat gelet wordt op alle factoren die bij de ontwikkeling van het kind van belang zijn, omdat deze doorlopend van invloed op elkaar zijn. Zo kunnen kinderen met een lichamelijk probleem aangetast worden in hun gevoel van eigenwaarde en zich hierdoor minder sociaal opstellen. Dit wekt een reactie op van de omgeving, die vervolgens weer van invloed is op de psyche van het kind. Dit is slechts een voorbeeld van hoe een wisselwerking van verschillende factoren zijn uitwerking kan hebben.
Het DSM-IV onderscheidt de volgende groepen ontwikkelingsstoornissen:

  • Zwakzinnigheid;
  • Leerstoornissen (waaronder dyslexie en dyscalculie);
  • Motorische stoornissen (dyspraxie);
  • Communicatiestoornissen (waaronder stotteren);
  • Pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
  • Aandachtstekort- en gedragsstoornissen (ADHD, ODD, CD);
  • Eetstoornissen in de kinderleeftijd (waaronder pica en ruminatiestoornis);
  • Ticstoornissen (waaronder het syndroom van Gilles de la Tourette);
  • Stoornissen met de ontlasting (enurese en encoprese);
  • Andere stoornissen in de kinderleeftijd of adolescentie (separatieangst, hechtingsstoornis, selectief mutisme, stereotiepe-bewegingsstoornis)
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
Operante conditionering Operante conditionering of instrumenteel leren is het leerproces waarbij een respons in een bepaalde context gevolgd wordt door een bekrachtiger (Engels: reinforcer) of bestraffer (Engels: punisher). Een bekrachtiger is elke gebeurtenis die de kans vergroot dat dezelfde respons in de toekomst weer zal optreden. Een bestraffer is daarentegen elke gebeurtenis die de kans verkleint dat de respons weer zal optreden. In dierexperimenten is de bekrachtiger vaak voedsel of drank, en de bestraffer een elektrisch schokje. Soms spreekt men ook wel van positieve en negatieve bekrachtigers.
(bron: nl.wikipedia.org/wiki/)  
 pl-0000-omhoog.gif 
 
   
 pl-0000-omhoog.gif 
 
 
pl-2000-onderhan-01.jpg Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen


pl-6030-engel-00.jpg

pl-0000-kleurbal.gif Categorie Navigatie: ==> Gezondheid ==> Psychologie ==> Emotie ==> Angst

Angsttherapie; Angst als slechte raadgever. Therapie bij Therapeutisch Centrum Zonnekeer.
Angst is een gezonde emotie die we allemaal kennen. Het zorgt ervoor dat we actie ondernemen als we bijvoorbeeld gewond zijn en enge steegjes vermijden. Soms slaat de angst echter door.
Een schokkende gebeurtenis kan een grote impact op u hebben. Sommige mensen houden er allerlei lichamelijke of geestelijke klachten aan over. Nachtmerries, angstaanvallen, huilbuien. Wat kunt u er tegen doen?
Kritische blik op medicatie bij therapie. Hoe herken je een stoornis? Tweederde van de cliënten is gebaat bij medicijnen.


Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische stoornissen.
Een angststoornis ontstaat vaak op jongere leeftijd. De stoornis heeft vaak een chronisch verloop. Bij meer dan de helft van de mensen duurt de stoornis langer dan een jaar, bij een derde van de gevallen zelfs langer dan 5 jaar. Van de mensen met een stoornis die hulp zoeken is de helft na ongeveer drie jaar hersteld. Zonder hulp is de helft na meer dan vijf jaar hersteld.
Vrouwen hebben over het algemeen twee keer zoveel kans op een angststoornis dan mannen. De oorzaak van de stoornissen is in veel gevallen een combinatie van aanleg, gevoeligheid, nare ervaringen en een verstoorde balans in hersenstofjes (waaronder serotonine en noradrenaline).
Een op de vijf Nederlanders maakt ooit in zijn leven een stoornis door. Het gaat om mensen met klachten die zo ernstig zijn dat het hun sociale en beroepsmatige leven negatief beÔnvloedt. Sommige mensen houden er zelfs hun hele leven last van. Er bestaan verschillende soorten stoornissen, met klachten van paniekaanvallen tot fobieën. In tweederde van de gevallen kunnen medicijnen uitkomst bieden. Afhankelijk van de stoornis worden antidepressiva of kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) voorgeschreven, maar helaas is nog onbekend of cliënten deze medicijnen voor langere tijd moeten blijven gebruiken. Vaak wordt na een bepaalde tijd het middel afgebouwd. Sommige mensen kunnen daarna zonder, maar als de klachten terugkeren moeten cliënten medicijnen blijven gebruiken.
Toch wordt bij lichtere of recente aandoeningen geadviseerd om een niet-medicamenteuze, psychotherapeutische behandeling te kiezen, waarbij de cliënt leert zijn 'angst' te doorbreken. Als dat onvoldoende resultaat oplevert kan er eventueel nog op medicatie worden overgegaan.

pl-6030-engel-00.jpg
Soorten
Er zijn veel soorten angststoornissen bekend. Dit zijn de meest voorkomende verschijningsvormen:

  • 1. Enkelvoudige fobie (angst voor spinnen, hoogtes, bloed, ongelukken, etc.)
  • 2. Sociale fobie (specifiek: bijvoorbeeld spreken in het openbaar, of gegeneraliseerd: sociale angst)
  • 3. Paniekstoornis, met of zonder agorafobie (pleinvrees)
  • 4. Obsessieve-compulsieve stoornis (dwangstoornis)
  • 5. Gegeneraliseerde angststoornis (overmatig piekeren)
  • 6. PTSS: post-traumatische stress-stoornis
De meeste van deze fobieŽn en stoornissen worden gekenmerkt door onder andere de volgende symptomen:
  • concentratiestoornissen
  • piekeren
  • agitatie
  • rusteloosheid
  • bezorgdheid
  • ongeduld
  • slaapproblemen
pl-6030-engel-00.jpg
Focus
FobieŽn verschillen op twee punten van de overige stoornissen: focus en duur. Bij fobieŽn is er een extreme vrees voor een object. Het gevolg is dat patiŽnten dit object zo goed mogelijk vermijden.
Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis en paniekstoornis hebben een willekeurige angst. De eerste groep piekert continu, over letterelijk van alles. Een paniekstoornis kan op elk willekeurig moment optreden, meestal zonder directe aanleiding.

Duur
De angst van fobische patiŽnten is kortdurend ("Een spin! Wegwezen!"). PatiŽnten met overige angststoornissen daarentegen lijden langdurig onder hun angst. Mensen met gegeneraliseerde sociale angst en PTSS bevinden zich continu in een staat van verhoogde alertheid.
Ze voelen zich angstig, hulpeloos, soms depressief en worden overal herinnerd aan hun vrees. Ook schrikken ze gemakkelijk. Overheersende angst kan het dagelijks leven behoorlijk moeilijk maken.

Misinterpretaties
Veel angstpatiŽnten zijn geneigd om gevaar in hun omgeving te zien. Daarnaast zijn ze alerter op lichaamssensaties. Vaak zijn het misinterpretaties van een verhoogde hartslag, zweten en blozen, die de angst mede laten ontstaan.
Normaal gesproken halen we onze schouders op als we merken dat we opgewonden zijn. AngstpatiŽnten worden er onrustig van: mijn lichaam reageert zo vreemd, er moet wel wat aan de hand zijn!
Neemt deze lichamelijke onrust toe, dan kan in het ergste geval een paniekaanval ontstaan. Dit is een enge ervaring en wordt door mensen omschreven als het gevoel dood te gaan.
Velen doen er na ťťn aanval alles aan om de situatie waarin (of het object waarbij) de aanval optrad, te vermijden. Of te bezweren, door middel van dwangrituelen. Deze gedragingen versterken de angst echter.

Zelf doen
U kunt zelf veel doen om uw klachten te verminderen. De eerste stap is toegeven en accepteren dat er iets aan de hand is. Neem uw gevoelens en klachten serieus. Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een dagboekje. Schrijven kan een manier zijn om onder woorden te brengen wat u bezig houdt. Waar bent u bang voor? En wat doet u dan?

Praten
Het is belangrijk om uw problemen met iemand te delen. Praten lucht op! Hardop denken maakt u bewust van de klachten en daarbij kan de luisteraar u steunen. Doe dit vooral bij mensen die u vertrouwt. Soms zijn problemen gemakkelijker te bespreken met iemand die u minder goed kent. Er bestaan ook telefonische hulpdiensten.

Informatie
Bij sommige mensen zorgt informatie ervoor dat zij inzicht krijgen in hun problemen of klachten. Het kan bijvoorbeeld helpen om te weten dat de angst of paniek na 60 tot 90 minuten vanzelf minder wordt. Over psychiatrische ziekten bestaan veel folders, brochures, boeken, dvd's en internetsites. Veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren informatiebijeenkomsten, cursussen en trainingen.

Als de klachten echter niet overgaan, of als u merkt dat u niet goed kunt functioneren dan is het verstandig om hulp te zoeken.

pl-6030-engel-00.jpg
In therapie bij Andre en Ardy van Kesteren
De methode die Therapeutisch Centrum Zonnekeer gebruikt is een uitgebalanceerde therapie, die u in gemiddeld 8 tot 10 behandelingen van de klachten afhelpt. Deze behandelingen zijn verspreid over gemiddeld 4 tot 5 maanden. De kans van slagen van onze therapie is groot door de brede aanpak van de klachten.

Herkent u deze klachten of gevoelens:
  • angstig
  • zenuwachtig
  • duizeligheid
  • gevoel van flauwvallen
  • hartkloppingen
  • druk op de borst
  • kortademig
  • veel zuchten
  • benauwd of opgeblazen gevoel
  • onwerkelijk gevoel
  • nerveus
  • trillende handen
  • tintelingen
  • misselijkheid
  • hoofdpijn
  • droge mond
  • wazig zien
  • transpireren
  • paniekgevoel
  • dingen uit de weg gaan
  • de neiging om veel slaaptabletten te nemen
  • onverklaarbare angst voor situaties
  • Ook lichamelijke klachten waar artsen geen oorzaak voor vinden, kunnen wijzen op een stoornis
Dan is de kans groot dat u tot onze doelgroep behoort.
Wees eerlijk en bespreek het open met ons en uw huisarts.

pl-6030-engel-00.jpg
Hoe ontstaan dit soort klachten
Er zijn verschillende theorieën over de oorzaak van de klachten. Onze ervaring leert ons, dat het vaker binnen een familie voorkomt en dus erfelijk bepaald kan zijn. Ook kunnen deze klachten optreden na een traumatische ervaring, of na een lange periode van stress. Wetenschappelijk heeft men nog geen allesomvattende verklaring kunnen vinden.
Onze oplossingsgerichte therapie houdt zich niet bezig met het praten in het verleden. Voor ons is de toekomst belangrijk, dus richten wij ons in de behandeling op het heden voor een zo snel mogelijk herstel van de klachten.
De oplossingsgerichte therapie gaat ervan uit dat het oplossen van problemen minstens zo goed kan plaatsvinden door het uitzoeken van de gewenste situatie; dat wil zeggen Ďwat wil de cliënt voor het probleem in de plaatsí of Ďhoe zou het leven van de cliënt er anders uitzien als het probleem er niet meer zou zijní.

De klachten in het algemeen
Mensen die voor het eerst met dit soort klachten geconfronteerd worden, weten in eerste instantie niet wat hen overkomt. Buiten de serieuze lichamelijke klachten, begint vaak het gevecht tegen vooroordelen en onbegrip omtrent deze aandoeningen. Onze ex-cliënten spreken menig maal bij de eerste behandeling over het feit dat zij liever twee benen breken, zodat zij voor de omgeving zichtbaar iets mankeren. Vanwege de heftige lichamelijke klachten, komen cliënten vaak in een lange medische molen terecht, wat in de meeste gevallen niets oplevert.

pl-6030-engel-00.jpg
Behandeling
Het sterke punt van angststoornissen is dat ze meestal irreŽel zijn. Dit maakt de stoornissen goed behandelbaar. Behandeling komt over het algemeen neer op de aanpak van misinterpretaties en onlogische gedachten.
PatiŽnten krijgen informatie: wat is angst nu werkelijk? Waarom hoeven ze niet bang te zijn? Welke (ineffectieve) acties versterken hun angst?
Daarnaast zijn er gedragstherapieŽn die de patiŽnt confronteren met hun vrees. Om deze confrontaties beter aan te kunnen, krijgen patiŽnten relaxatietechnieken aangeleerd.

Misschien heeft u, net als veel van onze cliënten, al een lange weg binnen de hulpverlening achter de rug zonder het gewenste resultaat. Vaak denkt men met de klachten te moeten leren leven. Onze behandeling gaat uit van een uitgebalanceerde therapie die uit vier pijlers bestaat:

* Ademtherapie
* Psychosociale begeleiding
* Medicijnbegeleiding
* Gedragsbegeleiding

Ademtherapie
Veel van de klachten ontstaan door een verkeerde of ontregelde ademhaling. Deze is vaak oppervlakkig, via de borst en in een veel te hoge frequentie per minuut. Bij een juiste ademhaling, die de therapeut u stapje voor stapje aanleert, gaat uw hart langzamer kloppen, de bloeddruk wordt lager, angstgevoelens verdwijnen en de geest kalmeert.

Psychosociale begeleiding
Cliënten die bij ons komen, hebben vaak al een lange, frustrerende weg binnen de hulpverlening achter de rug. Bij onze therapeut vinden zij een stuk herkenning en erkenning van hun klachten. Dit draagt een groot stuk bij aan de succesvolle behandeling.

Medicijnbegeleiding
Bij een aantal van onze cliënten is er sprake van een verstoorde serotonine-opname in de hersenen. Deze stof werkt als geleider en brengt de communicatie tot stand tussen de hersencellen. Is deze balans om wat voor reden dan ook verstoord, kunnen er klachten ontstaan die door middel van medicatie opgelost kunnen worden. Deze medicatie, in de vorm van antidepressiva, luistert heel nauw. Met name de opbouw en dosering bepaalt een groot deel van het succes van de medicatie. De therapeut speelt hier een adviserende rol in, in samenwerking met u en de huisarts of psychiater.

Gedragsbegeleiding
Onze cliënten vertonen vaak vermijdingsgedrag, dat zich in de loop der jaren heeft opgebouwd. Simpele handelingen, zoals een boodschap doen, familie bezoeken of zich tussen een grote menigte mensen begeven, kunnen een onoverkoombaar probleem gaan vormen. In eigen tempo wordt de cliënt aan de hand van een stappenplan langzaam maar zeker uit hun isolement begeleid.

pl-6030-engel-00.jpg
De rol van familie en vrienden in de behandeling
Overmatig angst lijkt voor buitenstaanders soms onterecht en vreemd. Sterker nog: zelfs patiŽnten die weten diep van binnen dat de angst irreŽel is. Niettemin zijn de angstgevoelens levensecht. Net zoals het sociale isolement waar veel patiŽnten in dreigen te belanden.
Dwangrituelen kunnen letterlijk uren duren. Hierdoor is de patiŽnt soms niet meer in staat om te werken of (sociale) contacten te onderhouden. Sociale angst en pleinvrees kunnen van een patiŽnt een gevangene in eigen huis maken.
Het is voor de omgeving daarom belangrijk om de angst niet als onzin af te doen. Probeer de patiŽnt te stimuleren om zoveel mogelijk 'enge dingen' te blijven ondernemen. Zorg er daarnaast voor dat hij/zij hulp zoekt.

Hoewel de behandeling vooral op de patiŽnt is gericht, kunnen de familieleden een actieve rol spelen door deel te nemen aan het behandelingsprogramma. De juiste steun die ze kunnen bieden, zal al naar gelang de stoornis en de relatie tussen de patiŽnt en het familielid variŽren. Ter aanvulling op de psychologische therapie en de behandeling met geneesmiddelen bevelen artsen steeds meer behandelingsprogramma's aan waarin familieleden worden ingesloten. Over het algemeen geldt de volgende regel: hoe ernstiger de stoornis, hoe gunstiger het is dat huwelijks- en/of familiezaken in het therapieprogramma worden opgenomen.
Met een aangepaste training kunnen ze de patiŽnt begeleiden in angst-opwekkende situaties. Ze kunnen steun en aanmoediging bieden en een omgeving creŽren die het genezingsproces bevordert.

Familieleden kunnen helpen door:
  • kleine overwinningen van de patiŽnt te herkennen en te loven;
  • de verwachtingen van de patiŽnt tijdens zware perioden te wijzigen;
  • de vorderingen te meten aan de hand van de verbeteringen die de persoon maakt, en niet volgens bepaalde starre externe normen;
  • soepel te zijn en een normale routine trachten te behouden.
  • Kortom helpt de patiŽnt bij het overwinnen van de depressie, voordat het de patiŽnt verslaat.
Bij gezinstherapie steunen therapeuten gewoonlijk op de betrokkenheid van een partner of van een ander familielid als co-therapeut. Familieleden insluiten als een deel van het behandelingsteam biedt het voordeel dat het de mogelijkheid tot spanningen rond het therapieprogramma kan verminderen. Ook het voorzien van educatief materiaal aan de familieleden bevordert het begrip.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Therapieën, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven: Overzicht verhalen


pl-6030-engel-15.jpg

pl-0000-kleurbal.gif Categorie Navigatie: ==> Gezondheid ==> Zorg ==> Behandeling ==> Therapievormen ==> Schrijven

Brief; Schrijfoefening; Het verwerken van traumatische ervaringen; Schrijfoefening depressie
Het schrijven over traumatische gebeurtenissen kan helpen bij het verwerken van zo'n gebeurtenis.

Hier volgt de instructie voor schrijven van een brief met verwerking als doel.

De brief en ook de voorstadia van de uiteindelijke brief, kunnen op de zitting meegenomen worden om daar te bespreken.

  • Fase I;
    Het probleem.
    • Richt in huis een plekje in dat de komende tijd uitsluitend gebruikt gaat worden voor het werken aan de brief. Soms is het gunstig een foto van de persoon waarover het gaat neer te zetten. Voor het schrijven is het belangrijk te zorgen voor rust; telefoon uit, geen kinderen of bezoek in huis of te verwachten etc. Het is belangrijk te zorgen voor voldoende tijd, zeg 45 minuten.
    • U gaat aan het tafeltje zitten en kijkt naar de foto. U laat de foto op u inwerken. Dan komen herinneringen boven; gevoelens over vroeger; gevoelens over het schrijven zelf. U probeert de emoties de vrije loop te laten
    • Schrijf direct in de tweede persoon (dus 'jij' of 'u') aan de persoon op de foto. Beschrijf de gebeurtenis en schrijf op wat je voelt. Stelt u zich daarbij niet op als een afstandelijke toeschouwer u bent zelf de hoofdpersoon. Laat u niet uit het veld slaan als het schrijven stokt. Blijf gewoon rustig zitten tot de tijd die u had vrijgemaakt voorbij is. Als het goed verloopt voel u zich na zo'n schrijfsessie opgelucht. Het is alsof er iets van u afgevallen is.
    • Tijdens het schrijven houd u er rekening mee dat het doel is verwerken. U houdt dat wat u geschreven hebt in principe voor u zelf.
    • U houdt liefst dagelijks zo'n sessie tot u merkt dat dezelfde gebeurtenissen die aanvankelijk grote emoties op riepen, u nu niet meer zo beroeren.
    • Nu kunt u zichzelf de vraag stellen of u nog iets wil doen ten opzichte van de betrokken persoon. Eventueel schrijft u een afzonderlijke brief gericht aan die persoon in een vorm die daarvoor geschikt is.
    pl-5500-l-nl-hoorn-bontekoe-01.jpg
  • Fase II;
    Stem jezelf positiever. Wie meer vat kan krijgen op zijn emoties, komt makkelijke uit een sombere bui.
    • Gedraag je als een geluksvogel.
      Neem iedere dag een andere weg naar je bezigheden, ga eens puur af op je intuÔtie, knoop een gesprek aan met onbekenden. Houd een 'positief dagboek' bij waarin je 's avonds alleen mag opschrijven wat je die dag positief is opgevallen.
    • Bekijk jezelf van een afstand.
      Denk over jezelf na vanuit de derde persoon. Dus niet - 'Waarom reageerde ik zo heftig op ...?' maar - 'Waarom reageerde Cora (Anna, Kees) nou zo heftig op ...?' Het laat je inzien dat je dingen ook anders kunt interpreteren, en geeft meer mogelijkhedern voor oplossingen.
    • Normen en waarden.
      Denk aan dingen die je belangrijk vindt. Bedenk wat voor jou de belangrijkste dingen in het leven zijn, waarom ze zo belangrijk zijn en hoe ze je leven beÔnvloeden en je sociale contacten verlopen een stuk soepeler. Je eigen waarden kunnen bijvoorbeeld zijn: 'Ik ben een trouwe vriendin, een betrokken persoon, een creatieve probleem oplosser'.
    • Kortom anders doen.
      We zijn gewoonte mensen; we leven ons leven vaak jaren achtereen op dezelfde manier, ook als we daar niet gelukkig van worden. En dingen waar we wel van zouden opknappen, doen we niet, gewoon omdat we daar niet aan denken - sporten, een wandeling langs het strand, door het bos, of door het park.
      Er zijn heel veel manieren om jezelf uit 'je dip' te trekken. Soms is het beter om even iets heel anders te gaan doen.
    pl-5000-ntr-heide-andre-01.jpg
  • Fase III;
    Maak je dromen waar. De filosofie van Andrť van Kesteren.
    • Je toekomst is korter dan je verleden. Verspil daarom geen tijd door eerst uit te gaan rusten, maar maak meteen plannen en bedenk hoe je ze kunt realiseren.
    • Denk niet dat kan ik niet. Gewoon beginnen. Bijstellen kan altijd. Beter weten dat je het geprobeerd hebt, dan een onvervuld verlangen houden omdat je niet durfde.
    • Je ervaringen, werk en prestaties in het verleden zijn geweest en niet meer zo belangrijk. Neem positieve levenservaringen wel mee in de nieuwe levensfase
pl-7000-schrijven-k-01.jpg Op verhaal komen
De therapie: 'Op verhaal komen' is doeltreffend als u begeleiding vraagt, voor de verwerking van nare ervaring(en).
Het systematisch terughalen van herinneringen, life-review, is effectief. De therapie bestaat uit gemiddeld acht bijeenkomsten.

Mechanismen
Binnen de therapie van ĎOp verhaal komení zijn er vier mechanismen. Deze mechanismen dragen bij aan het verminderen van depressie- en angstklachten. Ten eerste kunnen we bijvoorbeeld van iemand de bitterheid verminderen door te wijzen op de balans van negatieve ťn positieve gebeurtenissen in het verleden. Ten tweede kunnen we voor mensen die blijven hangen in het verleden haalbare doelen in de toekomst vaststellen. Ten derde kunnen we mensen met verdrietige ervaringen ook lessen laten trekken hieruit: hoe heb je het probleem destijds aangepakt? Dit mechanisme kan werken bij nieuwe problemen die mensen tegenkomen. De laatste en ook meest effectieve techniek is de vraag om zoveel mogelijk positieve herinneringen te beschrijven en zo specifiek mogelijk.
Neem dan de brief uit fase I en ook de voorstadia van de uiteindelijke brief, mee op de zitting om daar te bespreken.
Middels fase II maken wij u flexibeler, en daardoor dus ontvankelijker voor nieuwe gezonde gewoontes.

pl-2000-onderhan-01.jpg
Leg het voor
Heeft u een vraag? Leg het voor aan psycholoog / therapeut Andre van Kesteren

Contact
Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

pl-0000-terug.gif Naar overzicht: TherapieŽn, trainingen & workshops
pl-0000-terug.gif Naar overzicht: Nieuws/Verhalen
pl-0000-omhoog.gif Naar boven overzicht: Verhalen




Heeft u nieuws, een vraag, een opmerking, of wilt u zelf uw verhaal vertellen, gebruik het Reactieformulier, of stuur een e-mail aan info@zonnekeer.nl

 

 

versie: 2 juni 2014
De informatie die op deze site wordt gegeven, is in geen geval bedoeld als vervanging van medische adviezen. Iedereen met een aandoening of ziekte die medische zorg vereist, raden we dringend aan een bevoegde arts te raadplegen alvorens aan ťťn van de op deze site beschreven programmaís te beginnen. U wordt met aandacht en een kopje thee in een sfeervolle praktijk aan huis ontvangen. De praktijk is op de 1ste etage. Deze is per trap bereikbaar. Mocht u niet of slecht trappen kunnen lopen, dan is het mogelijk van de huislift gebruik te maken. Dat moet tevoren gemeld worden.
Tevens hebben wij 2 poezen in huis. Die zullen u niet lastig vallen, maar mocht u allergisch zijn voor katten, dan raden wij u aan geen behandeling te boeken. Alle (individuele) therapieŽn en of bijeenkomsten/behandelingen kunnen bij u thuis plaatsvinden. locatie van deze pagina: http://home-1.worldonline.nl/~kesteasy/zonnekeer/07205.htm
locatie van deze pagina: http://d205139.pem.kpn.net/pagina/07205.htm

 

© 2005 (- eerste versie.) Dit werk is auteursrechtelijk beschermd.
Deze uitgave is eigendom van de auteur. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.